Raadgever Zorg en veiligheid

De aanpak van veiligheidsproblemen in gemeenten vraagt goede samenwerking met zorginstellingen, welzijnsorganisaties of andere professionals in het sociaal domein. Het kan gaan om woonoverlast door iemand met psychische problemen, criminaliteit door drugsverslaving, of huiselijk geweld en kindermishandeling.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de lokale veiligheid (‘hebben de regie’) en ze hebben sinds 2015 belangrijke nieuwe verantwoordelijkheden op het gebied van zorg en ondersteuning. In de nieuwe situatie heeft de gemeente de regie over zowel veiligheid als zorg ‘in huis’. Veel directer dan voorheen kan de gemeente passende combinaties van preventieve (‘ondersteuning’), curatieve (‘zorg’) en repressieve (‘straf’) maatregelen vaststellen en doorvoeren. Deze raadgever gaat over de verbinding van zorg, welzijn, veiligheid en straf. Hoe kunt u als volksvertegenwoordiger bij dit onderwerp uw rol invullen? Waar en wanneer bent u als raadslid aan zet? Waar zit de winst?

De decentralisaties in vogelvlucht

Op 1 januari 2015 zijn belangrijke taken in het sociale domein overgegaan naar de gemeente:

  • De gehele jeugdhulp: de gemeente is nu verantwoordelijk voor de ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen (jeugdzorg en jeugd-ggz). Daarnaast voor het ‘gedwongen kader’ (jeugdbescherming en jeugdreclassering);
  • Bestrijden van kindermishandeling en huiselijk geweld: verplichte inrichting van een ‘Veilig Thuis’-organisatie. ‘Veilig Thuis’ is het nieuwe, geïntegreerde advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling.
  • De overheveling van onderdelen van de Algemene wet bijzondere ziektekosten (Awbz) naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Gemeenten zijn nu verantwoordelijk voor de ondersteuning van burgers vanaf 18 jaar. Nieuwe taken zijn begeleiding, kortdurend verblijf en een deel van de persoonlijke verzorging; deze taken richten zich op het bevorderen, het behoud of het compenseren van zelfredzaamheid van burgers. Gemeenten blijven ook verantwoordelijk voor ‘oude’ Wmo-taken zoals huishoudelijke hulp, maatschappelijk werk en voorzieningen zoals taxivervoer en woningaanpassing.
  • De invoering van de Participatiewet. Doel van deze wet is onder meer om mensen met een arbeidshandicap zoveel mogelijk aan een baan te helpen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun re-integratie en ondersteuning.

Door deze ontwikkelingen hebben gemeenten nu de gehele regie over de zorg en ondersteuning voor kwetsbare jeugdigen en volwassenen.

Lokaal veiligheidsbeleid in vogelvlucht

De zorg voor openbare orde en veiligheid is een van de belangrijkste taken van de overheid. Gemeenten vullen die verantwoordelijkheid in in de vorm van ‘integraal veiligheidsbeleid’: met politie en openbaar ministerie. Afhankelijk van het onderwerp worden afspraken gemaakt over de aanpak van veiligheidsproblemen met partijen als woningcorporaties, zorginstellingen, jongerenwerkers, scholen en natuurlijk bewoners. De gemeenten bewaakt dat die worden uitgevoerd, ze heeft de regie. Bijna elke gemeente heeft tegenwoordig een integraal veiligheidsplan: een plan met een analyse van de lokale veiligheidsproblemen en een voorstel voor de aanpak van de belangrijkste, met daarbij een voorstel voor de inzet van mensen en middelen. Een integraal veiligheidsplan wordt vaak voor meer (meestal vier) jaren opgesteld, en jaarlijks in de gemeenteraad besproken en geactualiseerd.

Gemeentelijk veiligheidsbeleid en het sociaal domein

Tussen het veiligheidsdomein en het zorgdomein bestaat een direct verband. De decentralisaties bieden gemeenten de mogelijkheden om een effectiever veiligheidsbeleid te voeren. De ervaring leert dat de zorgketen en de veiligheidsketen veel effectiever zijn als ze gebruik kunnen maken van elkaars interventiemogelijkheden. Voorbeelden zijn de persoonsgerichte aanpak om inbraken terug te dringen, overlast van jongeren/jeugdgroepen, overlast in de woon- en leefomgeving, alcohol en/of drugsgebruik jongeren, seksueel geweld/zedendelicten en huiselijk geweld.

Praktische tips

1. Kaders stellen

  • U kunt bij de start van een nieuw college met elkaar afspreken dat u een verbinding gaat leggen tussen het lokaal veiligheidsbeleid en het lokaal zorgbeleid (in het kader van de Jeugdwet en de Wmo). Dat kunt u doen door dwarsverbanden te leggen tussen het lokaal veiligheidsplan en het Wmo-beleidsplan dat eveneens iedere vier jaar moet worden gemaakt. Op die manier kunt u ervoor zorgen dat het veiligheids- en zorgbeleid elkaar waar mogelijk versterken.
  • Begin als nieuwe gemeenteraad op tijd met het vaststellen van de prioriteiten. Veel beleidsplannen worden voor vier jaar opgesteld, voor veel relevante onderwerpen begint in 2019 een nieuwe cyclus. Dit betekent dat het rond de zomer van 2018 de ideale tijd is om invloed uit te oefenen op het regionaal beleidsplan 2019-2022.
  • Zorg voor een gedegen analyse van de problematiek. Laat u uitgebreid informeren over de vraagstukken waar zorg en veiligheid een rol spelen.
  • Bewaak dat het college in het lokaal veiligheidsplan en de plannen voor sociaal beleid dezelfde doelstellingen opneemt voor verbindende thema’s zoals ernstige woonoverlast, multi probleem gezinnen, overlast ‘verwarde personen’, jeugdrecidive, huiselijk geweld. Bijvoorbeeld: is er in uw gemeente veel woonoverlast van personen met verward gedrag? Wordt daar rekening mee gehouden met de inkoop van zorg?
  • Vermijd plannen die vooral een opsomming zijn van maatregelen en daarop gebaseerde meetbare targets: kan de bestuurder verwoorden wat de visie is en welke maatschappelijke effecten hij wil bereiken?
  • Geef prioriteit aan preventie en vroegsignalering.
  • Vergeet de regio niet: veel zorg moet regionaal worden ingekocht, ook zijn er vaak veiligheidsvraagstukken die op bovenlokaal niveau worden besproken. Bewaak dat de afspraken die daar worden gemaakt aansluiten op de eigen doelstellingen. Gebruik de eigen beleidsplannen om daar invloed op uit te oefenen.

2. Controleren

U heeft als raadslid de gebruikelijke controle-instrumenten tot uw beschikking, zoals raadsvragen en dergelijke. Andere tips:

  • Hou een vinger aan de pols voor wat betreft de slagkracht van de organisatie: is die in staat om de doelstellingen te realiseren?
  • Zorg dat bovenlokale organisaties als politie, de GGD of de jeugdzorgregio ook rapporteren op het niveau van uw gemeente (inclusief wijken en buurten).
  • Maak van tevoren afspraken met het college over de informatievoorziening bij sociale crises en calamiteiten (bijvoorbeeld een gezinsdrama).
  • Nodig geregeld functionarissen uit om in een raad- of commissievergadering een toelichting te geven.

Volksvertegenwoordiging

  • Nodig burgers uit in de gemeenteraad om, als inspreker, te vertellen over concrete problemen die zij ervaren.
  • Betrek bewoners en doelgroepen intensief bij de planvorming of bewaak dat ze voldoende worden meegenomen door het college en de ambtelijke organisatie.
  • Breng uw eigen kennis van de lokale situatie in om doelstellingen meer in te kleuren.
  • Ga met de raadscommissie of raadsfractie geregeld op werkbezoek.