Raadgever Gemeentelijke belastingen

De gemeenteraad bepaalt welke gemeentelijke belastingen inwoners betalen en hoe hoog de belasting is. Dit is bij uitstek een politieke discussie waarover de meningen flink uiteen kunnen lopen. Gaan burgers of bedrijven betalen? Geldt het principe van solidariteit of juist ‘de vervuiler betaalt’? Kunnen we belastingvrijstelling of korting verlenen voor milieuvriendelijke toepassingen? Hoe kunnen we burgers meer inzicht geven in wat we doen met hun belastinggeld? Allemaal vragen die leven als het gaat om gemeentelijke belastingen. Deze raadgever geeft in kort bestek de mogelijkheden en grenzen weer.

De gemeenteraad kiest belastingmix

De gemeenteraad kiest welke belastingen een gemeente heft. De raad bepaalt ook hoe de belastingen over burgers en bedrijven worden verdeeld en hoe groot de gewenste opbrengst is. Het is belangrijk dat dit welbewuste afwegingen zijn, zodat u aan de belastingbetaler kunt uitleggen wat er met het geld gebeurt. Het geheel aan gemaakte keuzes aan te heffen belastingen en de hoogte daarvan, noemt men ook wel de belastingmix. Die mix is in alle gemeenten anders. Via de woonlastenmonitor die jaarlijks door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) wordt gemaakt, kunt u zien hoe groot de belastingdruk in uw gemeente is.

De drie omvangrijkste gemeentelijke heffingen zijn de onroerendezaakbelastingen (OZB), de riool- en de afvalstoffenheffing. Landelijk brengen ze ruim € 7,1 miljard op. De totale landelijke opbrengst aan gemeentelijke belastingen is voor 2017 begroot op € 9,4 miljard.

Kwijtschelding

Als raad bepaalt u niet alleen de belastingmix, u bepaalt ook of kwijtschelding van de belasting mogelijk is. U kunt daarbij denken aan mensen met een laag inkomen, of kleine zelfstandigen met een minimuminkomen.

Belastingtypen

Er zijn drie typen gemeentelijke belastingen te onderscheiden, namelijk:

  1. algemene belastingen
  2. bestemmingsheffingen
  3. retributies

De algemene belastingen komen ten goede aan de algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn, maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. Voorbeelden: de OZB, de hondenbelasting en de toeristenbelasting.

Bestemmingsheffingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Voorbeelden: de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.

Retributies worden geheven voor een specifieke dienst of het gebruik van een gemeentebezitting of openbare dienst. Voorbeelden: leges, marktgelden en lijkbezorgingsrechten.

Grenzen aan de keuzes

De gemeenteraad heeft grote vrijheden bij de samenstelling van het gemeentelijk belastingpakket. Maar, anders dan in bijvoorbeeld België, zijn Nederlandse gemeenten niet volledig vrij in de keuze van hun belastingen.

  • Gemeenten kunnen alleen belastingen heffen die in de wet zijn genoemd (‘gesloten belastingstelsel’). De meeste belastingsoorten zijn geregeld in de Gemeentewet, maar bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing is geregeld in de Wet milieubeheer.
  • Belastingbedragen mogen niet afhankelijk zijn van de hoogte van het inkomen, de winst of het vermogen.
  • Voor een aantal belastingen zijn bepaalde heffingsmaatstaven voorgeschreven. Voorbeelden: OZB naar de waarde van de onroerende zaak (‘WOZ-waarde’) en hondenbelasting naar het aantal honden.
  • Bestemmingsheffingen en retributies mogen niet meer dan kostendekkend zijn.
  • Soms gelden er maximumtarieven. Voorbeelden: leges voor reisdocumenten en rijbewijzen.
  • Objectieve vrijstellingen zijn mogelijk, subjectieve vrijstellingen niet.
  • De gemeente moet zich bij het heffen van belastingen houden aan algemene rechtsbeginselen, zoals het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Voor een ongelijke behandeling is een objectieve rechtvaardigingsgrond nodig. Daarnaast mag de belastingdruk niet onredelijk op een enkele belastingplichtige komen te rusten.
  • Europees recht leidt tot begrenzingen als de uitwerking van een heffing het vrije verkeer van personen, goederen of kapitaal tussen Lidstaten dreigt te beperken.

Keuzevoorbeelden

  1. Als u veel moet investeren in de riolering, leidt dat tot een hoge rioolheffing. Om de woonlasten te beperken kunt u er dan ook voor kiezen een lagere OZB te heffen. Of u kunt een deel van de rioleringskosten niet via de rioolheffing maar via de OZB bekostigen, waardoor er misschien een belastingschuif tussen woningen en niet-woningen plaatsvindt.
  2. Kiest u bij de afvalstoffenheffing voor een vast of een gedifferentieerd tarief? Wilt u in de heffing prikkels inbouwen voor bijvoorbeeld een betere scheiding van het afval? De keuze hangt ook samen met het inzamelsysteem.
  3. Bij de parkeerbelasting kunt u de tarieven afhankelijk stellen van parkeerduur, parkeertijd, ingenomen oppervlakte en ligging van de terreinen of weggedeelten. Ook kunt u voor de verschillende parkeervergunningen verschillende tarieven vaststellen. Vanzelfsprekend spelen hierbij ook de uitgaven (waaronder die van handhaving) een rol.
  4. Bij de leges voor een omgevingsvergunning (bouwactiviteit) is een teruggaaf mogelijk als milieuvriendelijke toepassingen worden gerealiseerd.

Transparantie via paragraaf lokale heffingen bij begroting

In de paragraaf lokale heffingen die hoort bij de begroting moet per bestemmingsheffing of retributie een overzicht staan van de taakvelden waarvan lasten in de heffing zijn meegenomen. De mate van kostendekking en eventuele kruissubsidies moeten ook worden toegelicht. (Kruissubsidiëring: een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit.)