Programma

Geweld hoort nergens thuis, zeker niet in je eigen huis, waar je veilig moet zijn en je je veilig moet voelen om jezelf te kunnen zijn en je te ontwikkelen. Veel mensen hebben thuis niet zo’n veilige omgeving. De materiële en immateriële schade die dit veroorzaakt is groot. Daar mogen we niet van wegkijken.

Nederlandstalige brochure   Engelstalige brochure

Aanleiding

De aanleiding voor het programma Geweld hoort nergens thuis in feiten en cijfers

  • 200.000 volwassenen 119.000 kinderen zijn ieder jaar slachtoffer van huiselijk geweld of kindermishandeling
  • Hoge recidive: anderhalf jaar na een melding heeft 50% van de betrokkenen nog steeds te maken met excessief gezinsgeweld (Verwey-Jonker, 2014)
  • 51% van de vrouwen die worden omgebracht wordt gedood door een (ex-)partner
  • Nederland telt 577.000 minderjarige kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen, risico op kindermishandeling is daarbij twee tot drie keer zo hoog
  • Per jaar 7.200 scheidingen met typering conflictueus of vechtscheiding met mogelijk ernstige gevolgen voor kinderen
  • De kans dat je te maken krijgt met huiselijk geweld en/of kindermishandeling is groter dan de kans op welke andere vormen van geweld dan ook
  • Maatschappelijke kosten worden geschat op vele miljarden euro’s per jaar
  • April 2018, presenteerden ministeries VWS, JenV en VNG een nationaal  meer jaren programma onder de titel ‘Geweld hoort nergens thuis’

Waarom?

Samen vormen we een veilig netwerk

De opgave van het nationale meer jaren programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ is om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade ervan te beperken en de vicieuze cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie te doorbreken. We moeten met elkaar een veilig netwerk vormen rondom de slachtoffers, (potentiële) daders en hun sociale omgeving.

Dat is geen eenvoudige opgave, maar het is hoog tijd om aan de slag te gaan, afwachten is geen optie meer. De duurzame oplossing zit in (professionals)mensen die beter met elkaar samenwerken, verantwoordelijkheid nemen en die  verantwoordelijkheid zorgvuldig overdragen, waarbij de veiligheid van slachtoffers voorop staat en er ook aandacht is voor zowel(potentiële) plegers als hun sociale omgeving.

Niet alles zal in één keer lukken en er zullen nieuwe uitdagingen op de weg komen, maar als we blijven doen wat we deden, dan krijgen we wat we kregen. We willen dat huiselijk  geweld en kindermishandeling eerder en beter in beeld zijn, dat we het zo snel mogelijk kunnen stoppen en duurzaam kunnen oplossen. Hierbij is het gewenst om extra aandacht te hebben voor specifieke groepen slachtoffers, zoals  kinderen in complexe scheidingen, slachtoffers van mensenhandel, ouderenmishandeling en de problematiek rondom loverboys.

Het nationale meerjarenprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis’ werkt in opdracht van het Ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Justitie en Veiligheid (JenV) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en richt zich op de fase waarin huiselijk geweld, verwaarlozing en kindermishandeling al plaatsvinden.

Hoe?

Synergie voor een duurzame oplossing

Het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’, initieert, verbindt en coördineert landelijke, regionale en lokale initiatieven en brengt synergie aan in de aanpak om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen en duurzaam op te lossen. Om dit resultaat te behalen sluit het programma aan bij de dagelijkse praktijk van meer dan één miljoen professionals uit het sociale en veiligheidsdomein, hun organisaties, de gemeenten en meerdere departementen om hen te faciliteren in multidisciplinair en systeemgericht samenwerken. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de 30 regionale projectleiders, aangesteld door de regio’s zelf, die als spin in het web van regionale samenwerkingsverbanden (centrumgemeenten) functioneren.

Daarnaast monitort het programma de effectiviteit van deze aanpak. Dat kan leiden tot escalatie van knelpunten die door het programma worden gesignaleerd, maar het is ook mogelijk te escaleren op knelpunten die vanuit de regio worden benoemd. Er wordt een onderzoek uitgevoerd dat bestaat uit indicatoren waarmee de (maatschappelijke) impact van de inzet van de betrokken professionals, organisaties en overheden wordt gemonitord en onderzocht.

‘Geweld hoort nergens thuis’ maakt primair gebruik van bestaande organisaties, verbanden en vormen en zal alleen iets nieuws ontwikkelen als het iets toevoegt aan de bestaande structuren en een directe bijdrage levert aan de doelstellingen van het programma. Denk hierbij aan het faciliteren van de leerkringen en het coördineren van de projectenaanpak. Het programma stopt niet bij signaleren, maar streeft er naar om huiselijk geweld en kindermishandeling duurzaam op te lossen en te komen tot professionele standaarden.

Basis voor goede multidisciplinaire samenwerking is elkaar kennen, begrip tonen en vertrouwen. Als professionals, maar ook managers, bestuurders en opdrachtgevers aan deze randvoorwaarden voldoen, pakken zij knelpunten die (dreigen) vast te lopen direct aan, zonder dat men op elkaar gaat zitten wachten. Professionals moeten ruimte krijgen om zo te functioneren, waarbij veiligheid van slachtoffers voorop staat en van daaruit inzetten op risico gestuurde en herstelgerichte zorg. Werken vanuit deze grondhouding zorgt er voor dat er voor slachtoffers, daders en hun sociale omgeving een situatie ontstaat waarbij huiselijk geweld en kindermishandeling, binnen multidisciplinaire en systeemgerichte samenwerkingsoplossingen, nationaal, regionaal en lokaal duurzaam worden aangepakt.

Wat?

Drie overkoepelende actielijnen

Binnen het programma Geweld hoort nergens thuis zijn drie overkoepelende actielijnen geformuleerd met bij elk van de drie actielijnen activiteiten en deel projecten die er gezamenlijk voor zorgen dat huiselijk geweld en kindermishandeling eerder in beeld is, dat het wordt gestopt en duurzaam opgelost. Hierbij is extra aandacht voor specifieke doelgroepen gewenst. Voorop staat altijd de veiligheid van het slachtoffer en van daaruit werkt men aan risico gestuurde en herstelgerichte zorg.

Om deze drie actielijnen regionaal te ondersteunen en te faciliteren is het inrichten van een regionale inhoudelijk en bestuurlijk netwerken als onderdeel van regionaal plan van aanpak een belangrijke randvoorwaarde.

  Onderzoeksprogramma en Impactmonitor

De bestaande kennis over de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld wordt gebundeld, geanalyseerd en toepasbaar gemaakt om te delen met gemeenten, organisaties en regionale projectleiders en professionals. Vervolgens wordt bepaald welk type onderzoek gewenst is. De opdracht is tweeledig:

  1. Kennissynthese, bestaande kennis over de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld bundelen, analyseren, toepasbaar maken om te delen met gemeenten, organisaties en regionale professionals
  2. Ontwikkelen, inrichten en uitvoeren impactmonitor, er wordt een impactmonitor ontwikkeld waarmee wordt gemeten of er een wezenlijk verschil wordt gemaakt met de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de levens van mensen die het raakt.

De impactmonitor heeft betrekking op slachtoffer, dader en hun sociale netwerk en bestaat uit indicatoren waarmee de (maatschappelijke) impact van de inzet van de betrokken organisaties, professionals en overheden wordt gemonitord en onderzocht.

De uitgebreide toelichting en informatie over de opzet van de monitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling lees je in dit rapport.

De samenstelling van de onderzoekscommissie: