Naar de gasloze samenleving

Nummer 20, 2016

Auteur: Leo Mudde

Een halve eeuw na de vorige grote transitie in de energievoorziening staat Nederland weer voor een megaklus. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd de overgang van de kolenkachel naar de gaskachel binnen tien jaar voltooid. Een huzarenstukje, dat nu herhaald moet worden.

Nederland wil in 2050 volledig duurzaam zijn en dat betekent dus ook: geen aardgas meer. Gaat het lukken om de zeven miljoen bestaande woningen van het gas te halen?

Utrecht zou bestaande gasleidingen als ze zijn afgeschreven niet meer willen vervangen, maar loopt daarbij tegen de nu nog geldende regelgeving aan dat woningen niet ontkoppeld mogen worden van het gasnet als bewoners dat niet willen.

In oktober beloofden tientallen gemeenten hier de komende decennia werk van te maken. En gemeenten die nu nieuwe wijken laten bouwen, doen dat soms al zonder gas. De vraag is: maken gemeenten er ook echt werk van, of blijft het bij mooie woorden? En, ook niet onbelangrijk, willen hun inwoners hun gas wel inruilen voor iets anders, waarvan ze vooralsnog niet weten of het even comfortabel en betaalbaar is? In dat opzicht is de huidige situatie niet vergelijkbaar met die van zestig jaar geleden. Toen was iedereen blij dat de vieze en ongezonde kolenkachel, die maar een klein deel van het huis kon verwarmen, plaatsmaakte voor de gashaard en de radiatoren in alle kamers. Nu zijn de voordelen een stuk minder duidelijk.

Uit onderzoek bleek eerder deze maand nog dat de meeste Nederlanders wel overtuigd zijn van de eindigheid van het aardgas. Ze vinden ook dat er duurzame alternatieven moeten komen - maar dan wel éérst bij de buren, bijna niemand wil proefkonijn zijn.

Toch zullen sommigen de eersten moeten zijn. Wethouder Lot van Hooijdonk (GroenLinks) van Utrecht is duidelijk: we hebben geen keus. Zij zette, tijdens de Klimaattop in oktober, namens de 77 gemeenten haar handtekening onder het manifest Aan de slag met wonen zonder aardgas. Het markeert het begin van een grote verandering die ook echt op gang aan het komen is, zegt ze. ‘Dat geldt niet alleen voor gemeenten, ook voor het Rijk. De Energieagenda die minister Kamp vorige week presenteerde, heeft mij positief verrast. Wat nu nodig is, is het schrappen van de wettelijke aansluitplicht. Liever nog vandaag dan morgen.’

Van Hooijdonk doelt daarmee op de plicht van de overheid om iedereen die dat wil aan te sluiten op aardgas. ‘Dat kan ertoe leiden dat één bewoner het gasloos maken van een heel woonblok kan tegenhouden. Zowel de Tweede Kamer als de minister heeft al laten weten de wet aan te willen passen om de aansluitplicht te schrappen. Voor nieuwbouwwijken biedt de wetgeving iets meer ruimte. Daar is de aansluitplicht met een warmteplan te voorkomen, maar dan praten we alleen over warmte en niet over bijvoorbeeld ‘all electric’.’

Straks hebben we een stroomoverschot in plaats van een stroomtekort

Winsum

Winsum werkt aan een duurzame, gasloze woonwijk van 150 woningen: Munster. De eerste fase daarvan wordt ‘all electric’ uitgevoerd: de complete energievraag wordt door middel van elektrische apparaten opgelost. Voor de latere fase heeft de gemeente een collectief warmtenet als duurzame energiebron in gedachten.

Wethouder Bert Westerink (CDA) zegt dat Winsum heeft gekozen voor een ‘radicaal duurzame’ aanpak. En als er ergens draagvlak is voor gasloos bouwen, dan is het wel in het door aardbevingen geplaagde Groningen, zegt hij. De inloopavonden die de gemeente organiseerde, trokken dan ook veel belangstellenden. Dat gasloos bouwen, bij aanvang, niet per se goedkoper bouwen is, ziet hij niet als een grote drempel. Er zal een extra investering nodig zijn voor het aanleggen van alle benodigde apparatuur, maar die wordt op termijn terugverdiend. Ook zijn wellicht subsidies mogelijk.

De extra kosten zitten vooral in de sfeer van de isolatie. Een warmtenet zal een woning anders verwarmen dan een conventioneel systeem op aardgas en dus moet, om hetzelfde comfortniveau te halen, er bijverwarmd worden. Om dat tot een minimum te beperken, is goede isolatie noodzakelijk.

In 2030 is het gas op; we moeten wel haast maken

Isolerende schil

Technisch is dat geen probleem meer, volgens de hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Nu al worden woningen voorzien van een complete isolerende schil. Dat wordt binnenkort industrieel gefabriceerd en op termijn kan dat zelfs door robots worden gedaan; dan kunnen in een dag hele straten snel en vakkundig worden geïsoleerd. Elk huis z’n eigen kleur: Nederland wordt er niet alleen duurzamer op, maar ook nog mooier, zegt Rotmans.

Maar er moet wel haast worden gemaakt. Rotmans, oprichter van onderzoeksinstituut DRIFT, Urgenda en Nederland Kantelt, geeft Nederland niet tot 2050 de tijd, zoals de overheid doet, maar tot 2035. ‘2050 klinkt nog ver weg, maar 2035 is het al best snel. Dan is het gas op, dus we moeten wel haast maken. Er is een enorme tempoversnelling nodig willen we die zeven miljoen woningen op tijd aangepast hebben.’

Lang voelde hij zich een roepende in de woestijn, maar inmiddels wordt de urgentie volgens Rotmans breed gevoeld. Grote marktpartijen als VolkerWessels, BAM en Heijmans zijn zich aan het voorbereiden. En ook de duurzame energiesector lijkt in een stroomversnelling te zijn geraakt. ‘Wie een geschikt dak heeft en nog geen zonnepanelen, is een dief van zijn eigen portemonnee. Je hebt een gegarandeerd rendement van 8 procent. Breng je dat geld naar de bank, dan is het rendement een half procent. Zonne-energie is in vijf jaar tijd 80 procent goedkoper geworden. We hebben al drie grote windparken, daar komen er de komende jaren nog vijf bij en daarna nóg meer. Straks hebben we een stroomoverschot in plaats van een stroomtekort.’

Voor de transitie is een incubatietijd nodig

Kleine energiecentrale

Idealiter moet elke woning een kleine energiecentrale worden, zegt Rotmans. De driehoek woning-slimme laadpaal-elektrische auto staat daarbij centraal. Zij onttrekken stroom van elkaar als daar behoefte aan is, en geven het aan elkaar terug als ze te veel hebben. Die driehoek is weer verbonden met de driehoek van de buren en zo ontstaat een slimme grid-infrastructuur van zelfvoorzienende wijken, dorpen en steden. Daarvoor is wel een snellere vervanging van het autopark nodig. Rotmans: ‘Dat kan heel hard gaan. Rotterdam plaatste dit jaar vijfhonderd laadpalen, een paar jaar geleden waren dat er nog maar enkele tientallen. Volgend jaar komt een elektrische Tesla voor 33.000 euro op de markt, er komen steeds meer snelladers beschikbaar, in heel Europa. De oude argumenten tégen een elektrische auto, zoals de beperkte actieradius, gelden dan niet meer.’

Wethouder Van Hooijdonk zegt ook dat de techniek geen probleem is. ‘Er zijn voldoende duurzame alternatieven of te verduurzamen alternatieven voor aardgas. Het lastige is, we mogen woningen nog niet ontkoppelen van het gasnet zolang de bewoners het niet willen. Eigenlijk willen we in Utrecht nu al aan de slag, bijvoorbeeld door bestaande gasleidingen als ze zijn afgeschreven niet meer te vervangen.’

Technisch mag dan al veel mogelijk zijn, de verandering die voor de deur staat zal veel fundamenteler zijn dan de overgang destijds van kolen naar gas. De medewerking van iedereen zal nodig zijn, van netbeheerders tot woningcorporaties. En ook de markt moet anders leren denken, zegt Van Hooijdonk: ‘Cv-ketels worden nog gewoon vervangen, zonder dat over alternatieven wordt nagedacht. Leveranciers zullen hierover het gesprek met de klant moeten aangaan.’

Dat kost tijd. In de woorden van de wethouder: ‘Voor de transitie is een incubatietijd nodig, we moeten allemaal wennen aan het idee dat de energiemarkt compleet anders zal worden.’

Symboolpolitiek

Rotmans is daarvoor te ongeduldig. ‘Nu is het perfecte moment om aan de slag te gaan. Er komt een nieuw kabinet, er ligt een Energieagenda en de gemeenten bereiden zich voor op de Omgevingswet. Daar zal in colleges en gemeenteraden heel veel over gesproken gaan worden en het kan niet anders of het gasloze tijdperk zal daarvoor het uitgangspunt worden. We hebben nog twintig jaar, in die tijd zullen we het allemaal moeten doen.’

De ondertekening van het manifest door de gemeenten is leuk, maar heeft volgens Rotmans ook iets weg van symboolpolitiek. ‘Na de ondertekening wordt champagne gedronken, vervolgens wordt het weer maandag en dan blijkt het allemaal toch lastiger te liggen dan in de euforie rond de Klimaattop werd gedacht. Het manifest is geen hard commitment, er zijn geen sancties. Toch is de rol van gemeenten cruciaal. Het mag dan een landelijk project zijn, bij de uitvoering komt het altijd op de gemeente aan.’

Gemeenten moeten aan de bak, zegt Rotmans. ‘Er zijn geen excuses meer. Dit wordt een van de grootste opgaven uit de moderne geschiedenis, vergelijkbaar met de Deltawerken.’

De alternatieven

Hoe gaan we onze huizen verwarmen en hoe gaan we koken als we geen gas meer hebben?

Warmtenetten

Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond, waardoor warm water stroomt. Dat warme water, afkomstig van een warmtebron in de buurt, kan worden gebruikt om huizen te verwarmen. In huis heb je dan vloer- en/of wandverwarming of radiatoren.

Elektrische oplossingen

Je kunt je huis ook met elektrische apparaten verwarmen. Je gebruikt dan bijna in alle gevallen een warmtepomp. Die verwarmt je huis als een soort ‘omgekeerde koelkast’. In huis heb je dan meestal vloerverwarming en/of wandverwarming. Als je huis volledig op elektriciteit draait, dan noem je dat een ‘all electric’ woning. Je kunt ook bijna helemaal elektrisch worden, met af en toe een beetje (bio)gas of een andere brandstof. Dit soort hybride oplossingen is in de overgang naar volledig gasvrij wonen goed denkbaar.

Biogas

Biogas is gas dat wordt geproduceerd door de vergisting van mest of andere afvalproducten. In een woning werkt biogas exact hetzelfde als aardgas voor verwarmen en koken, maar de herkomst van biogas is duurzaam.

 

Bron: www.hierverwarmt.nl