Lokaal aan de slag met de Global Goals

Nummer 20, 2016

Auteur: Leo Mudde

Ruim een jaar geleden, in september 2015, spraken 193 wereldleiders met elkaar 17 ‘Global Goals for Sustainable Development’ af. Doel: binnen vijftien jaar een wereld creëren zonder armoede, ongelijkheid en klimaatverandering. Met een sleutelrol voor gemeenten.

VNG International lanceerde snel na deze internationale afspraken de Global Goals Gemeentecampagne. Zonder de inzet van de lokale overheid zal een duurzame wereld gedoemd zijn te mislukken. Want alle doelen zijn óók lokale doelen en gemeenten kunnen er in hun dagelijks beleid rekening mee houden en erop inspelen.

De gemeentecampagne is bedoeld om bewustzijn te creëren en gemeenten te inspireren en te mobiliseren. Om zelf duurzaam in te kopen, bijvoorbeeld, maar ook door hun partners en netwerken tot duurzaam gedrag te verleiden. Hoe? Dat bepalen gemeenten zelf.

Het Haarlemse debat- en cultuurplatform de Pletterij organiseerde vorige week een debat met raadsleden. Hoe denkt de Haarlemse gemeenteraad te werken aan een betere wereld, wilden de inwoners die de avond bezochten, weten. Dat wisten de raadsleden zelf ook nog niet helemaal.

Zes van de twaalf fracties hadden gehoor gegeven aan de uitnodiging. Zij hoorden van VNG International-medewerkers wat zij, en hun collega’s in de rest van Nederland, kunnen doen: maatschappelijk verantwoord inkopen, zorgen voor gelijke kansen en gelijke beloning, werken aan een circulaire economie en een inclusieve samenleving – allemaal zaken waar gemeenteraden direct invloed op hebben.

De voorbeelden zijn er al. Zo heeft Utrecht in samenwerking met de Universiteit Utrecht doel nummer 11 (Veilige en duurzame steden) vertaald in een lokaal programma Healthy Urban Living: een aanpak van stedelijke problemen op zo’n manier, dat de stedelijke omgeving ook echt een gezonde omgeving wordt. En Utrecht heeft utrecht4globalgoals.nl in het leven geroepen, onderdeel van een samenwerking tussen gemeente, inwoners, stichtingen, initiatieven en bedrijven. Of neem Oss, waar duurzaamheid een integraal onderdeel is van het collegebeleid en daarmee een verantwoordelijkheid van alle wethouders.

Mogelijkheden

Haarlem is zover nog niet, moesten de raadsleden bekennen. Maar ze zagen wel mogelijkheden. ‘Wat wij lokaal doen, draagt bij aan de internationale doelstelling’, zei Anne-Floor Dekker (D66). En PvdA’er Jeroen Fritz vond dat de toekomstvisie van de stad, Haarlem 2040, maar eens naast de Global Goals moet worden gehouden: ‘Dan kunnen we kijken hoe we die in onze eigen toekomstvisie kunnen verwerken.’

SP’er Anne Feite Bloem zag mogelijkheden om, net als Utrecht, met doel 17 aan de slag te gaan. ‘Duurzame steden en menselijke nederzettingen creëren die inclusief, veilig en veerkrachtig zijn. Dat is een mooi en concreet aanknopingspunt, de andere doelen kunnen hier integraal deel van uitmaken.’

Ron Dreijer van het CDA vond vooral de doelen 7 (Duurzame en betaalbare energie) en 13 (Klimaatverandering aanpakken) interessant voor Haarlem. ‘Hiervoor hebben we al doelstellingen waar heel veel aandacht aan wordt besteed. Als we die realiseren, zullen automatisch andere Global Goals meeliften: met het aanpakken van het klimaatprobleem wordt ook de luchtkwaliteit verbeterd, wat weer ten goede komt aan de gezondheid. En doordat we veelal met lokale projecten werken, zal dit ook banen scheppen wat goed is voor de economie.’

Maar het gaat hem niet snel genoeg: ‘We moeten meer en grotere stappen gaan zetten. De doelstelling is om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Dit vergt nog behoorlijke investeringen. Ik schat een paar miljard euro. Wij zouden dan ook graag zien dat alle nieuwbouwwoningen vanaf nu nul-op-de-meter woningen worden. De techniek is er, en het is betaalbaar geworden.’