Banenafspraak: ‘Gewoon doorpakken’

Nummer 20, 2016

Auteur: Leo Mudde


Het gaat goed, maar de weg is nog lang en vol obstakels. Overheid en onderwijs hebben in de periode 2013-2015 met 5453 extra banen voor mensen met een beperking hun doelstelling ruimschoots gehaald. De vraag is of die banen duurzaam zijn. De VNG laat zien dat het kan.

Hans Spigt, de ‘aanjager’ die ervoor moet zorgen dat overheid en onderwijs hun deel van de ‘banenafspraak’ nakomen en uiterlijk in 2025 25.000 nieuwe banen hebben gecreëerd voor mensen met een arbeidsbeperking, zei het pas nog in Het Financieele Dagblad: ‘Het bedrijfsleven presteert relatief goed. Met name scholen en enkele ministeries en gemeenten hebben nog altijd te weinig geld en aandacht voor het thema.’

Geen onwil

Het is geen onwil, volgens Spigt. De overheid zit in een spagaat, gemeenten worden in beslag genomen door grote bezuinigingsoperaties, zij moeten tegelijkertijd mensen wegbezuinigen én veel mensen opvangen. Dat wringt.

‘De sector overheid & onderwijs heeft de doelstelling, 3000 banen in de periode 2013-2015, wel gehaald’, zegt Spigt. ‘Ruim zelfs, met 5453 banen. Maar veel daarvan zijn detacheringen. De vraag is of die duurzaam zijn. Daar zullen de inspanningen ook op gericht moeten zijn: duurzame plekken vinden voor dezelfde mensen. We zijn er nog niet, we hebben pas een eerste stap gezet en hebben nog een lange weg te gaan, vóór de inclusieve arbeidsorganisatie echt een feit is. En het wordt niet gemakkelijker. Nu komen de leerlingen uit het speciaal onderwijs op de arbeidsmarkt. Een lastige groep, met een opleiding die lager is dan mbo-2. Zij hebben meer begeleiding nodig.’

Wat nodig is, is reuring. Werkgevers, ook gemeenten, mogen niet in slaap vallen. ‘Ze moeten niet eindeloos studeren op een nota, maar gewoon doorpakken’, zegt Spigt, die zelf wethouder was in Dordrecht en Utrecht. ‘Daarbij mogen ze fouten maken, het kan altijd een keer misgaan. Dat is niet erg.’

De ambitieuze doelstelling is ook niet in één of twee jaar te realiseren. Spigt: ‘Daar is tijd voor nodig. De wetgeving is nog niet voldoende duidelijk of werkt soms averechts uit in de praktijk.’

De wetgeving werkt soms averechts uit in de praktijk

VNG

Worstelen gemeenten met de opgave, hun eigen vereniging de VNG laat in de praktijk zien dat het kán, mensen met een beperking volwaardig laten meedraaien in de eigen organisatie.

Daar is wel een traject aan voorafgegaan. In samenspraak met de Haeghe Groep in Den Haag, DSW Rijswijk en de gemeenten Den Haag en Zoetermeer, die de verbindingen leggen tussen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en potentiële werkgevers, zijn in 2016 drie functies ontwikkeld die zijn toegesneden op de doelgroep. In totaal heeft de VNG nu vier doelgroepers geplaatst.

Nicole Spaans, coördinator banenafspraak bij de VNG: ‘Op die functies hebben mensen uit het bestand van de Haeghe Groep en DSW Rijswijk gesolliciteerd. Daar bleken direct geschikte kandidaten bij te zitten en die werken hier nu al weer een tijdje naar volle tevredenheid.’

Geen labels

Anneke Spaans (geen familie) is zo’n nieuwe collega en is ‘ondersteunend medewerker’ bij een van de VNG-secretariaten. Anneke lijdt aan fibromyalgie, beter bekend als ‘wekedelenreuma’ – een aandoening die zich uit in spierpijn en verergert in stressvolle situaties. Nicole Spaans: ‘We plakken deze collega’s geen labels op. We hebben benadrukt, ook binnen de organisatie: zij zijn gewone collega’s als alle anderen.’


‘Ik heb inmiddels mijn eigen tokootje waarvoor ik verantwoordelijk ben’, zegt Anneke Spaans, die werkzaam is als ondersteunend medewerker bij een van de VNG-secretariaten. (foto: Arie Raaphorst)

Anneke Spaans is blij met haar werk bij de VNG. ‘Ik leer nieuwe mensen kennen, werk in een leuk team. Het gaat heel goed, zolang ik maar geen zwaar tilwerk hoef te doen en lang hoef te staan of te lopen. Ik heb inmiddels mijn eigen tokootje waarvoor ik verantwoordelijk ben. Dat geeft veel zelfvertrouwen.’

De nieuwe collega’s worden begeleid door VNG-medewerkers, in de wandelgangen ‘Harries’ genoemd – naar de eigenschappen die ze volgens het door CNV Jongeren en Vilans ontwikkelde HARRIE-concept moeten hebben: Hulpvaardig, Alert, Realistisch, Rustig, Instruerend en Eerlijk. Zij hebben ook de speciale HARRIE-cursus gevolgd waardoor ze zijn voorbereid op de onverwachte dingen die ze in het dagelijks werk tegen kunnen komen.

Die aanpak werkt, zegt Nicole Spaans: ‘We zien de mensen groeien, in het werk en als persoon. Ze kunnen veel meer dan ze zelf dachten en dat is goed voor het zelfbeeld. Ook hebben we een positieve ontwikkeling geconstateerd bij de Harries: niet alleen is hun functie verrijkt, ze blijken ook te beschikken over talenten die voorheen niet zichtbaar waren.’

De VNG heeft ook geleerd. Zo moest al snel afscheid worden genomen van één nieuwe collega, omdat de Haeghe Groep onvoldoende zicht had op de beperking van hun medewerker die bij de VNG was geplaatst. De VNG kreeg daardoor bij de sollicitatie niet de volledige informatie om een goede afweging te maken of de functie wel passend was. Na een tijdje bleken de werkomgeving en het takenpakket, voor deze persoon, niet de juiste match te zijn. ‘Dat was zeker niet leuk, maar beide partijen hebben hiervan geleerd. De winst voor ons is dat we nu een goed beeld van het profiel hebben. De vacaturetekst is hierop aangepast’, zegt Spaans.

We zien de mensen groeien, in het werk en als persoon

Inspanning

Het inpassen van mensen met een beperking vraagt een flinke inspanning van de organisatie. Spaans: ‘Je kunt als organisatie niet zeggen: dat doen we wel even. Je moet niet over één nacht ijs gaan en als de mensen eenmaal aan het werk zijn, moet je er aandacht voor blijven houden. Het werk moet wel duurzaam zijn, het liefst met uitzicht op een vaste aanstelling.’

Tips voor gemeenten heeft ze wel: ‘Denk goed na over wie je benadert om Harrie te zijn, niet iedereen is daarvoor geschikt. En gun de nieuwe collega’s de tijd om hun weg te vinden, geef ze de ruimte om fouten te maken. En leg ze geen druk op. Wij faseren de werkzaamheden van 1 tot 4. Het is niet belangrijk hoe snel je naar de volgende fase gaat. Zo zijn er medewerkers die in fase 3 blijven zitten, dat is ook prima. De indeling is bedoeld om voor de medewerker duidelijk te maken wat er van hem of haar per fase wordt verwacht. Dit geeft rust, houvast en het zorgt voor een veilig werkklimaat.’

Bijzondere positie

Hans Spigt, ten slotte: ‘Gemeenten zitten in een bijzondere positie. Ze zijn werkgever, en ze hebben de mensen in beeld voor wie werk moet worden gezocht. Maar binnen de gemeente zijn dat twee werelden, die vinden elkaar in de praktijk moeilijk. Daar liggen kansen, absoluut. Ik zou zeggen tegen een gemeente: het Werkgeversservicepunt is van jou, maak daar gebruik van en zet je eigen organisatie in.’

Meer informatie op de website van de VNG