Zoeken naar de rek in de regels

Nummer 17, 2016

Buurtrechten

 

Tekst: Leo Mudde

Tot drie jaar geleden stond de A in de afkorting LSA voor Aandachtswijken. Sinds de overheid haar focus heeft verlegd naar de ‘doe-democratie’ en de participerende burger, is dat vervangen door ‘Actieve bewoners’. Het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners timmert aan de weg.

De ledenlijst van het bewonersplatform LSA telt zo’n 60 bewonersorganisaties, afkomstig uit 38 gemeenten. De activiteiten die zij ontplooien, lopen uiteen. Amsterdam is immers geen Leiderdorp, Bloemendaal geen Hoogezand. Toch zijn er rode draden in hun activiteiten te ontdekken.
De eerste rode draad, zegt voorzitter Joke Bakker, is dat ze gaan over hoe bewoners de regie over hun omgeving in eigen hand kunnen houden, ‘waardoor ze trots kunnen zijn op wat ze hebben bereikt’. De tweede is, dat alle bewonersorganisaties kijken naar de mogelijkheden en de kansen, en geen ­energie verspillen aan lastige discussies over procedures, systemen en belangen.
Bakker is sinds zes jaar voorzitter van het LSA, de organisatie die de doe-­democratie al 27 jaar lang in de praktijk brengt – lang vóór deze term de landelijke politiek ging domineren. Die ook, volgens eigen zeggen, probeert zo veel mogelijk de landelijke agenda te bepalen. Hoog op de lobby staan nu de wettelijke verankering van de buurtrechten, waaronder the right to challenge.
Om met dat laatste te beginnen: veel gemeenten kennen het ‘uitdaagrecht’ al. Daar kunnen bewoners of maatschappelijke organisaties zelf het initiatief nemen als zij vinden dat iets beter of anders moet, bijvoorbeeld op het gebied van lokale voorzieningen voor zorg en welzijn of de leefbaarheid en het onderhoud van de directe leefomgeving.

Geef buurten de tools om actief en betrokken te worden

Aarzelingen

In augustus van dit jaar presenteerden PvdA en ChristenUnie een plan om dit recht bij wet te regelen. Het biedt, zo stelden zij, burgers de mogelijkheid om de overheid een alternatief plan voor te stellen. Want de overheid moet initiatieven van inwoners niet van bovenaf beknotten, ‘zoals nu te vaak gebeurt’, maar aansluiten bij ontwikkelingen van onderop: ruimte geven, ondersteunen, stimuleren.
Het klinkt Bakker als muziek in de oren. Er is, zegt ze, al veel voorwerk voor gedaan, Den Haag hoeft er alleen nog maar een klap op te geven om van het uitdaagrecht ook echt een burgerrecht te maken. ‘Toch stuit het steeds weer op aarzelingen.’

Hetzelfde geldt voor buurtrechten. Het is volgens het LSA ‘raar’ dat bewoners in een wijk lijdzaam moeten toezien hoe hun buurthuizen worden wegbezuinigd, terwijl ze het zelf zouden willen en kunnen overnemen. Door lokaal buurtrechten in te voeren, krijgen bewoners meer bevoegdheden, passend bij de verantwoordelijkheden die ze toegeschoven krijgen. ‘Want met de drie grote decentralisaties is er nogal wat overhoop gehaald, de afgelopen jaren’, zegt Bakker. ‘Dat is prima, maar geef buurten en wijken dan ook de tools om actief en betrokken te worden, met minder bureaucratie en daardoor minder onvrede.’

Lobby

Ook de buurtrechten staan, niet in de laatste plaats dankzij de lobby van het LSA, op de Haagse agenda. Een wettelijke verankering is echter, net als bij het uitdaagrecht, nog niet in zicht. BZK-minister Ronald Plasterk liet in november 2015 aan de Tweede Kamer weten vooralsnog niet met een wetsvoorstel te komen, maar in te zetten op het ‘bevorderen van lokale experimenten’. Een landelijke, uniforme regeling zou de ruimte kunnen beperken van gemeenten en burgers om samen oplossingen te vinden voor de geconstateerde knelpunten.

Maar, voegde hij er direct aan toe, ‘het ontbreken van een wettelijk kader betekent niet dat buurtrechten nergens geregeld kunnen worden. Er is volop ruimte om hieraan lokaal invulling te geven en ik zal hiervoor ook aandacht vragen bij lokale experimenten. Gemeenten hebben de mogelijkheid om buurtrechten zelf vast te leggen. Dit sluit beter aan bij wat burgers, raad en college op lokaal niveau nodig achten.’
‘Dan blijf je als bewoners dus afhankelijk van de welwillendheid van ­colleges, gemeenteraden of ambtenaren’, zegt Bakker. ‘Dat maakt het ingewikkeld. Om die partijen voor je te winnen, gaat er veel tijd en energie in het nodige massage­werk zitten. Vooral ­ambtenaren hebben de neiging om de regels heel precies te interpreteren. Terwijl wij ­zeggen: kijk waar de rek in de regels zit, die blijkt in de praktijk vaak best groot te zijn.’

Als voorbeeld noemt zij een bijeenkomst waarin bewoners de mogelijke oprichting van een bewonersbedrijf bespraken met de gemeente. ‘Aan het begin van de avond was er bij de ambtenaren vooral veel weerstand. Het ging om vastgoed en vergunningen, altijd lastig. Maar aan het eind van de avond bleek dat de ambtenaren de regels ruimer konden interpreteren dan ze eerst deden. Ze zaten blijkbaar vast in een format waar ze eerst uit geweekt moesten worden. Toen ze dat inzagen, kon het allemaal wel. Nu gaat dit om één geval, maar je hoopt toch op een olievlekwerking, dat die mensen hun collega’s over hun ervaringen vertellen.’
De autonomie van gemeenten is waardevol, maar vaak ook lastig. Bakker: ‘Ze moeten alles in hun eigen verordeningen regelen, dat kost veel energie. Een wettelijke regeling zou het allemaal wat makkelijker maken.’

Afhankelijk

Zoals lokaal bewoners de strijd aan moeten gaan met gemeentebesturen, zo moet het LSA als platform veel energie steken in de onderhandelingen met het kabinet. ‘Waarbij we afhankelijk zijn van de politieke werkelijkheid en de samenstelling van de ministersploeg’, zegt Bakker. ‘Een minister als Plasterk wil die buurtrechten best regelen, maar daar staat Blok als minister voor Wonen tegenover, hij gaat over vastgoed maar wil niet structureel regelen dat bewoners een gebouw kunnen overnemen. Daar loop je dan binnen één ministerie tegenaan.’

Het overnemen van een buurthuis, het opzetten van een bewonersbedrijf, de herinrichting van een plein – het zijn voorbeelden van wat grotere buurtinitiatieven. Maar het hoeft allemaal niet groot te zijn om effect te sorteren. Zo is er het voorbeeld in Apeldoorn-Zuid, waar buurtassistenten huis-aan-huis hebben aangebeld met de simpele vraag ‘Hoe gaat het met u?’ Een welkome afleiding voor mensen die de hele dag niemand zien en eindelijk eens hun verhaal kwijt kunnen, en een mogelijkheid om in gesprek te gaan en achter verborgen problematiek te komen. ‘Menselijk contact, daar kan geen krant of sociaal medium tegenop’, zegt Bakker.

Signaal

Of neem het verspreiden onder mensen met een zorgvraag van kaarten met de tekst ‘Ik ben vanmorgen opgestaan’. ‘Die zetten ze dan iedere ochtend achter het raam, zodat de buren zich in ieder geval geen zorgen hoefden maken. En er gaat een signaal vanuit: je bent welkom om een kopje koffie te komen drinken. Het hoeft allemaal niet zo ingewikkeld te zijn.’
Hoewel een wettelijke verankering nog ver weg lijkt, ziet Joke Bakker wel degelijk een trend dat lokale overheden hun inwoners en bewonersinitiatieven steeds serieuzer worden. Neem het oprukkende fenomeen van de ‘burgerbegroting’, een proces waarin inwoners meedenken en onderhandelen over de verdeling van publiek geld.

Steeds meer gemeenten erkennen dat het kán, hun inwoners verantwoordelijk maken voor de regie van hun eigen woon- en leefomgeving. Her en der ontstaan BewonersBedrijven, een project van het LSA: ondernemingen in handen van bewoners om hun wijk beter, leuker en veiliger te maken. Dat kan variëren van bewoners die een stichting oprichten om hun eigen wijk vrij te houden van zwerfafval, zoals in Schoonhoven, tot het in eigen beheer nemen van een voormalig verzorgingshuis en dat als ‘Bruishuis’ een tweede leven geven, zoals in Arnhem: alle tien verdiepingen van het gebouw worden verhuurd aan inwoners die zich verder willen ontwikkelen. In ruil voor de lage huurprijs doen de huurders twee uur per week vrijwilligerswerk, waarmee het BewonersBedrijf Malburgen sociale projecten in de wijk wil opzetten. Het Bruishuis is ook een soort buurthuis geworden, een ontmoetingsplek waar activiteiten, opleidingen en leerwerktrajecten een plaats krijgen.

Menselijk contact, daar kan geen krant of sociaal medium tegenop

Autonoom

Het zijn dergelijke initiatieven die Joke Bakker de energie geven om door te gaan als voorzitter van het LSA, ook nu ze haar voorzitterschap van Wijkbelangen Emmerhout in Emmen heeft neergelegd. Het geeft haar de mogelijkheid om wat haar drijft, in de praktijk te blijven brengen. Op de website van de afdeling Zuidoost-Drenthe van GroenLinks, waarvan ze voorzitter is, schrijft ze dat ze is geïnspireerd door de filosofe Hannah Arendt en dan vooral door haar kijk op eigen verantwoordelijkheid en denkproces, en het niet willen reduceren van de democratie als macht van het getal. ‘Mensen’, zegt ze, ‘zijn autonoom, zij willen zelf kunnen beslissen over hun leven. Ik heb er moeite mee als de overheid wil bepalen wat goed voor ons is. Het is al moeilijk genoeg om de groepen te bereiken om wie het gaat, maar dan nog… We zetten bijvoorbeeld veel instrumenten in om het probleem van obesitas aan te pakken. Maar pas hoorde ik iemand zeggen: “Ik ga dik in de kist, maar heb niks gemist”. Dat is ook een opvatting.’
Waarmee ze maar wil zeggen tegen gemeenten die te maken krijgen met bewonersinitiatieven: laat niet direct je eigen referentiekader erop los, maar verdiep je in de situatie. ‘En zeg niet direct dat iets onmogelijk is, want dan heb je bij voorbaat al een afstand gecreëerd.’

Bewoners pakken rol in wijkteams

 

Stichting BewonersBedrijven Zaanstad begon in de wijk Poelenburg. Twee jaar geleden kreeg zij de sleutel van wijkcentrum De Poelenburcht en sindsdien organiseert zij daar uiteenlopende activiteiten. Het meest in het oog springt echter de unieke rol van de bewoners bij de uitvoering van de Wmo-taken. De stichting draait, als eerste en vooralsnog enige burgerinitiatief van Nederland, als onderaannemer mee in professionele wijkteams.
‘Wij vinden het belangrijk dat bewoners een rol hebben in de wijkteams’, zegt voorzitter Erwin Stam. ‘En de gemeente vindt dat ook, die stimuleert initiatieven van inwoners.’

Zijn stichting is onderaannemer van zorg- en welzijnsorganisatie DOCK, die na een aanbesteding de regie over vier wijkteams in Zaanstad kreeg. In twee daarvan organiseert BewonersBedrijven Zaanstad nu als onderaannemer diverse activiteiten op het gebied van werk en participatie. Voorbeelden daarvan zijn het starten en onderhouden van een buurttuin en het begeleiden van langdurig werklozen op de weg terug naar werk. Stam is trots op de stevige positie van de inwoners in het proces; het liefst zou hij als partij zelf hebben meegedaan aan de aanbestedingsprocedure, maar dat was nog een stap te ver. Gelukkig zag DOCK de meerwaarde in van de betrokkenheid van de bewoners en ging met ze in zee.

Dat vertrouwen was niet op lucht gebaseerd. BewonersBedrijven Zaanstad had z’n sporen in de wijk al verdiend met het Wijkpunt Poelenburg, een sociaal-maatschappelijk loket dat op het punt stond te worden gesloten maar door de bewoners is overgenomen. Stam: ‘Hierin zijn we het experiment aangegaan met wat bewoners zelf kunnen oplossen zonder tussenkomst van professionals. Dit bleek meer te zijn dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. Als we er als bewoners niet uitkwamen, stuurden we mensen door naar de professionele hulpverlening. Het experiment was z’n tijd ver vooruit.’

Rol opeisen

Stam is ervan overtuigd dat wat in Zaanstad kan, ook in andere gemeenten mogelijk is. Hij roept bewonersorganisaties op niet af te wachten, maar een eigen rol op te eisen. Steeds meer gemeenten erkennen waarde van een grote burgerbetrokkenheid. Daar moeten de inwoners op inspelen, vindt Stam. ‘Bewonersinitiatieven zijn een aanwinst. Maar je hebt als burger­initiatief wel doorzettings­vermogen nodig. Wij zijn jaren bezig geweest met zaaien, nu kunnen pas we oogsten.’

Dat gebeurt dan in de vruchtbare bodem van Zaanstad, dat als een van de weinige gemeenten een wethouder Actief burgerschap en buurthuizen heeft. Portefeuillehouder Rita Visscher (ChristenUnie) zat, voor zij in mei 2014 wethouder werd, vijf jaar lang in de gemeenteraad. ‘Ik had toen vaak te maken met initiatieven van bewoners die stukliepen op de regelgeving en dan teleurgesteld afhaakten. Heel jammer, daarom hebben we bij de collegevorming stevig op deze portefeuille ingezet.’

Zij is lovend over wat in de wijk Poelenburg gebeurt. Niet alleen omdat de bewoners daar zelf aan de slag gaan met werkervaringsplekken, maar ook omdat veel mensen ­betrokken zijn bij het draaiende houden van het buurthuis. ‘Mensen die vaak bang zijn om te solliciteren, zich afgeschreven voelen voor de arbeidsmarkt. Maar als ze dan in het buurthuis eenvoudige klussen kunnen doen en ervaren dat werken ook leuk is en wordt gewaardeerd, is dat goed voor hun zelfvertrouwen waardoor ze ook die stap op de arbeidsmarkt weer durven maken.’
Zaanstad is met het ‘loslaten’ en overdragen van verantwoordelijkheid aan de ­inwoners een voorbeeld voor anderen, durft de wethouder te stellen. ‘Al onze buurthuizen zijn verzelfstandigd, en ze draaien beter dan ze daarvoor deden. Dat opent de ogen van mijn collega’s in andere ­gemeenten: zo kan het dus ook.’

Rita Visscher (CU) is wethouder Actief burgerschap en buurthuizen in Zaanstad.