‘Het zijn de lokale overheden die de antwoorden ontwikkelen’

Nummer 17, 2016

Drie vragen aan Annemarie Penn, burgemeester Maastricht

 

Burgemeester Annemarie Penn van Maastricht sprak onlangs de Habitat III conferentie van de VN toe in Ecuador waar een nieuwe wereldwijde stedelijke agenda (New Urban Agenda) werd aangenomen. Penn, tevens lid van de VNG-commissie Europa en Internationaal, vroeg de nationale overheden om vertrouwen te hebben in de steden bij de uitvoering van de agenda.

Wat is Habitat III en waar gaat de New Urban Agenda over die daar is ondertekend?

‘Dat is het congres dat de VN eens in de twintig jaar houdt en waar de deelnemende landen over ontwikkelingen in de wereld praten. Nadruk ligt op het versterken van het welzijn van mensen en dan met name in de betekenis van de woonomgeving. Habitat III stond in het teken van de stedelijke ontwikkeling omdat men ervan uitgaat dat in 2050 70 procent van de mensen in steden woont. Daarom moeten we inzetten op de verduurzaming van steden. De Urban Agenda ondersteunt gemeenten daarbij in hun lokale beleid.
‘Het is mijn opdracht om te benadrukken steden de benodigde bevoegdheden en taken te geven als we willen dat zij de mondiale vraagstukken oppakken. Het zijn de lokale overheden die de antwoorden ontwikkelen, niet de centrale overheid. In Nederland ligt dit redelijk voor de hand, maar er zijn landen die nog veel stappen moeten zetten voordat stedelijke besturen in staat zijn te acteren. Dan gaat het om zaken als voldoende eigen financiële middelen en het in positie brengen van burgmeesters. Het is hier meer vanzelfsprekend om partnerschap tussen de overheden te organiseren en samen dingen voor elkaar te krijgen. Daar moeten we gezien de grote vraagstukken nog wel beter en flexibeler in worden, ons verbinden op gemeenschappelijke doelen kriskras door de drie overheidslagen heen.’

Zijn we in Nederland al een stapje verder met het inzicht dat steden het verschil maken?

‘Zeker, de voorzitter van de Nederlandse afvaardiging naar Quito was als enige een burgemeester [Jan van Zanen, VNG-voorzitter en burgemeester van Utrecht, red.] De andere landen stuurden ministers. Als de steden versterkt moeten worden, laat dat dan duidelijk maken door een burgemeester, was de Nederlandse teneur. Uit de afsluitende declamatie op de conferentie blijkt dat er veel meer erkenning is gekomen voor de positie van steden en regio’s. Vanuit de VNG is namens de Nederlandse gemeenten voorafgaand goed onderhandeld over de teksten in de Urban Agenda. Het was moeilijk om de juiste teksten erin te krijgen, dat bleek al eerder dit jaar in Praag tijdens de Europese Urban Agenda. Lastige vraag is nu hoe we het voor elkaar krijgen dat landen de uitvoering van de Urban Agenda oppakken ondanks allerlei politieke en culturele hindernissen.’

Wat hebben de Nederlandse gemeenten, zoals ook Maastricht, aan de Urban Agenda?

‘We hebben het hier over steden en stedelijke ontwikkeling, niet over gemeenten. Een stadje als Maastricht stelt met ruim 120.000 inwoners niets voor op de wereldkaart. Het buitenland ziet Nederland als één grote stad en men vraagt zich af waarom er zoveel koeien in de parken lopen. Wij moeten ons focussen op het versterken van de stedelijke agglomeraties om zo de toekomstige vraagstukken aan te kunnen. Maastricht moet ook op een grotere schaal kijken en samenwerken met Luik en Aken. In een gebied met vier miljoen mensen, met vliegvelden en drie universiteiten weet je wat je te doen staat, de verbinding zoeken over de gemeentegrenzen heen om tot een gemeenschappelijk ambitie te komen.’ (MM)