Interview met raadslid Sjors Slaats (Waalwijk) 'Geen tijd te verliezen'

Nummer 17, 2016

Tekst: Paul van der Zwan, Beeld: Jiri Büller

De Omgevingswet treedt waarschijnlijk pas in 2019 in werking, maar zij werpt haar schaduw al vooruit. Er valt straks meer te kiezen, ook voor gemeenten. De raad dient er nu al bovenop te zitten, aldus Sjors Slaats, raadslid GroenLinksaf in Waalwijk. ‘De raad moet de wet van het begin af aan in de vingers hebben.’

De vierde decentralisatie na de eerdere overheveling van taken naar gemeenten op het gebied van jeugd, zorg en participatie. Zo zien sommigen de Omgevingswet. De omvang van de operaties is een overeenkomst. Belangrijk verschil vormt de voorbereidingstijd, die voor de Omgevingswet veel ruimer is dan destijds voor de decentralisaties in het sociaal domein.
Gemeenten kunnen die ruime voorbereidingstijd goed gebruiken. Er verandert namelijk nogal wat. Momenteel zijn er 26 wetten waarmee zij te maken hebben bij hun ruimtelijk beleid. Daarvoor komt die ene Omgevingswet in de plaats. Gemeenten hebben nu een structuurvisie, dat is een toekomstvisie op ruimtelijk relevante onderwerpen vanuit de Wet ruimtelijke ordening. Straks moeten ze een omgevingsvisie hebben waarin staat wat ze willen voor de gehele fysieke leefomgeving, dus bijvoorbeeld waar ze woonhuizen willen of een recreatiegebied. Vanaf 2019 moeten gemeenten ook een omgevingsplan hebben waarin staat hoe zij de omgevingsvisie in de praktijk willen brengen. Nu dienen daartoe onder meer bestemmingsplan, exploitatieplan, welstandsnota, beheers-, kap- of monumentenverordening.
Niet alleen de vorm van de wet- en ­regelgeving rond ruimtelijke ordening verandert, ook de geest. Het huidige ‘nee, tenzij’ verandert in ‘ja, mits’. Dat biedt gemeenten, maar ook burgers en bedrijven, meer kansen hun wensen gerealiseerd te krijgen. Dat toont wel hoe belangrijk de Omgevingswet is voor de raad en voor raadsleden, immers de vertegenwoordigers van de inwoners. VNG Magazine sprak met Sjors Slaats, raadslid in Waalwijk en lid van de commissie Dienstverlening en Informatiebeleid van de VNG.

De omgevings­visie is écht van de raad

Bijna 14 procent van de raadsleden weet volgens een recente enquête van Raadslid.Nu en de VNG niet wat de Omgevingswet betekent voor inwoners en voor de rol van de raad. Hoe legt u dat uit?

‘Ik vind het niet erg vreemd, het is immers een groot en complex onderwerp dat erg in beweging is. Het antwoord hangt overigens ook erg af van de vraagstelling; als je vraagt of raadsleden ongeveer weten wat er door de Omgevingswet gaat veranderen en of ze er al mee bezig zijn, zegt ongetwijfeld een hoger percentage “ja”.’

Hoe belangrijk is de Omgevingswet voor gemeenten?

‘Die hebben nu al veel ­bevoegdheden op grond van fysieke regelgeving. Ze ­nemen al veel beslissingen op een ­abstract niveau, onder meer in de structuurvisie. Bijvoorbeeld over welke ­gebieden zij in de toekomst ­willen ontwikkelen. Die beslissingen ­worden vervolgens concreet en hebben ­direct invloed op ontwikkelingen in de ­gemeente en beïnvloeden dus het dagelijks leven van alle inwoners. De Omgevingswet geeft gemeenten meer vrijheden en bevoegdheden, dus zij wordt een zeer belangrijk instrument.’

En hoe belangrijk voor de raden?

‘Momenteel hebben gemeenten voor hun ruimtelijk beleid te maken met veel verschillende wet- en regelgeving van onder meer het Rijk en de provincie. Daardoor is het voor de raad moeilijk te bepalen wat er op welke plek in de gemeente kan. De Omgevingswet doet een poging daar overzicht en samenhang in aan te brengen. Meer eensluidende procedures maken het voor alle partijen, dus inwoners, bedrijven, de gemeente, maar ook de raad makkelijker om hun inbreng te leveren bij beslissingen over de ruimte.’

In één van de vijf raden is de Omgevingswet volgens de enquête nog niet ter sprake gekomen. Wat zegt dat?

‘Ik vind het positief dat de wet in 80 procent van de raden wel aan de orde is geweest. Ik zit al lange tijd in dit onderwerp en ik merk dat er de laatste tijd veel gebeurt, ook binnen raden. Het college van Waalwijk heeft de raad er vroegtijdig bij betrokken door ons schriftelijk te informeren. De raad heeft zelf het initiatief genomen om een informatiebijeenkomst te organiseren. Deze algemene introductie heb ik overigens zelf gegeven in de hoedanigheid van extern deskundige. Het college gaat de raad binnenkort voorhouden wat dit allemaal betekent voor Waalwijk. Zo werken we prima samen in de geest van de Omgevingswet. Het is goed dat ook de meeste andere raden ermee aan de slag zijn.’

Lastig dat alle relevante regelgeving nog niet is vastgesteld

In hoeverre beschouwt u de Omgevingswet als verantwoordelijkheid van de raad?

‘Ik beschouw die wet als de verantwoordelijkheid van de hele samenleving, inclusief het bevoegd gezag. Dus ook van gemeenten. Als raad zijn we onder andere verantwoordelijk via de omgevingsvisie. Dat beschouw ik echt als een visie van de raad. Het Rijk en de provincie stellen ook een omgevings­visie vast. De gemeente hóeft die niet te volgen. Maar afwijking van zo’n visie moet zij wel motiveren. Goedkeuring van de gemeentelijke omgevingsvisie door Rijk of provincie is niet vereist.’

Welke nieuwe mogelijkheden biedt de Omgevingswet aan raden?

‘Als de Omgevingswet er is, zit de raad vooraan in het proces van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Op het moment dat beleid wordt ontwikkeld en beslissingen worden genomen, kan de raad dus invloed uitoefenen. Nu zijn de bevoegdheden verspreid over 26 wetten en regelingen. Dit maakt invloed uitoefenen complex.’

Wat betekent dat voor de raad?

‘Die moet een bewuste keuze maken over de kwaliteit van de fysieke leef­omgeving. Dat is nu ook zo, maar straks zijn er minder regels van het Rijk en is er meer speelruimte bij de regels die er wél zijn. Raden moeten dan echt zelf beslissingen nemen over een gezonde en veilige leefomgeving. Zij moeten zich bijvoorbeeld afvragen waar ze een rustige woonwijk willen; daar sta je dan minder toe en stel je strengere milieu- en geluidsnormen.’

Hoe belangrijk is een goede samenwerking met andere gemeenten daarbij?

‘Zeer belangrijk. In de eerste plaats al met de buurgemeente. Naast de wijk die jij als raad en gemeente als rustige wijk wilt inrichten, moet natuurlijk geen onrustige wijk grenzen van je buurgemeente. Veel aspecten van de fysieke leefomgeving houden zich niet aan gemeentegrenzen, neem alleen al de luchtkwaliteit.’

Biedt de Omgevingswet ook meer mogelijkheden om samen te werken?

‘Zeker. Je kunt een omgevingsvisie ook met meer gemeenten opstellen. Tien gemeenten in het Hart van Holland werken momenteel aan één omgevingsvisie 2040. Er is dus veel mogelijk op dat gebied. Vergeet overigens ook de grote rol niet van de omgevingsdiensten in de Omgevingswet. Die doen immers de handhaving en het toezicht; zij hebben bijvoorbeeld de kennis om milieubeleid te maken. Ook daarbij kunnen gemeenten samenwerken. Ook nu al trouwens, Waalwijk heeft met 27 andere gemeenten en de provincie één omgevingsdienst.’

Inwoners krijgen dezelfde informatiepositie als de gemeente. Wat heeft dat voor consequenties voor raadsleden?

‘Allereerst: dit beschouw ik als een van de belangrijkste aspecten van de Omgevingswet, samen met de mogelijkheid tot participatie. Op dit moment weten inwoners vaak niet wat kan en mag in hun buurt. Onder de Omgevingswet wordt dat duidelijker. Mensen kunnen dat met één muisklik zien. De raad stelt straks de omgevingsvisie en het omgevingsplan vast. Daarbij moeten inwoners en bedrijven betrokken worden, dat is een verantwoordelijkheid van de raad. Doordat zowel de raad als de inwoners betere informatie hebben, kan de raad het gesprek met hen beter aangaan. De raad kan de vaststelling van het omgevingsplan ook gedeeltelijk delegeren aan het college, maar dan moet hij dat later wel goed controleren. Dat is een grote verantwoordelijkheid.’

Straks zijn er minder regels van het Rijk en is er meer speelruimte

En als inwoners zelf plannen hebben?

‘Vooropgesteld: we hebben nu meer een samenleving die zelf wil doen en beslissen dan voorheen. Er zullen zeker plannen van bewoners en bedrijven komen. Die moeten dan wel passen in het omgevingsplan; dat hoort overigens makkelijk zichtbaar te zijn. De raad stelt dat trouwens wel vast, maar het college kan er eventueel met een omgevingsvergunning van afwijken. Dat kan bij de huidige bestemmingsplannen ook. Nu moet de raad daar veelal een verklaring van geen bedenkingen afgeven, zoals het er nu uitziet heeft de raad in de Omgevingswet alleen een adviesrecht. Wat dat betreft wordt de positie van de raad zwakker.’

Als ik u zo hoor, verdient de Omgevingswet al de aandacht van de zittende raden.

‘Dat klopt. Daarbij is het wel lastig dat alle relevante regelgeving voor de Omgevingswet nog niet is vastgesteld, net als bijvoorbeeld de bijbehorende Algemene Maatregelen van Bestuur. En hoewel het nog even duurt voor die wet wordt ingevoerd, moet de raad zich al goed laten informeren, zich afvragen wat hij kan doen en dan actie ondernemen. Zo niet, dan wordt de wet ingevoerd door het college en de ambtelijke organisatie en word je als raad overgeslagen.’

Om wat voor keuzes gaat het dan bijvoorbeeld?

‘Hoe we inwoners en anderen betrekken bij het maken van keuzes over de fysieke leefomgeving. Maar ook over het budget dat voor de verandering beschikbaar is. Binnen de gemeentelijke organisatie zijn waarschijnlijk veranderingen nodig. Hoe werken verschillende afdelingen bijvoorbeeld nu samen en biedt dat voldoende perspectief voor het werken met de Omgevingswet? Daarbij valt te denken aan afdelingen Milieu, Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken. Wat dat betreft, is de raad veel beter geëquipeerd voor de Omgevingswet. Die werkt vaak al met oog voor de verschillende beleidsgebieden.’

Wat adviseert u raden als voorbereiding op de Omgevingswet?

‘Zorg dat je zo snel mogelijk op de hoogte bent van wat er speelt en denk alvast na over de omgevingsvisie die je straks nodig hebt.’

Dossier Omgevingswet

 

www.vng.nl/omgevingswet