Omgevingswet: kansen voor de raad (betoog Marisa Grotens-Pleyte)

Nummer 15, 2016

Betoog: Marisa Grotens-Pleyte, raadslid VVD Meppel

 

Tijdens de Raad op Zaterdag, vorige maand in Zwolle, stond de Omgevingswet centraal. Raadslid Marisa Grotens-Pleyte uit Meppel was aanwezig bij de workshop over regionale samenwerking en de rol van de raad. Zij ziet kansen voor de gemeenteraad bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie.

Na de decentralisaties in het sociaal domein van het Rijk naar de gemeenten staat de volgende grote transitie voor de deur: de Omgevingswet. Hiermee verandert de wijze waarop gemeenten besluiten nemen over de fysieke leefomgeving. De aanname is dat deze transitie iets vraagt van de houding, de cultuur en de werkwijze van de raad.

De centrale doelstellingen van de Omgevingswet spreken mij zéér aan, want het biedt ruimte voor ambitie en profilering van de gemeente. Binnen de regio moet voor de nodige afstemming worden gezorgd. Maar daar waar zich dat momenteel ‘beperkt’ tot regionale samenwerking binnen – in het geval van de gemeente Meppel – de provincie met de twaalf Drentse gemeenten of met Westerveld, de gemeente waarmee we ambtelijk samenwerken, biedt de Omgevingswet juist kansen om verder dan de gemeente- en provinciegrenzen te kijken.

Wij richten onze blik voor samenwerking in het fysieke domein ook op het oosten vanwege onze ambities met de haven en het watergebied. Door aan de voorkant van het proces slim te acteren, kan de raad een rol spelen bij de juiste afstemming op punten waar discrepantie en discussie te verwachten zijn. Daarmee kunnen we mogelijk lange procedures voorkomen. We kunnen ons binnen de regionale samenwerking onderscheiden door onze eigen couleur locale aan te brengen. Met ondersteuning van de griffie moet de raad op zoek naar allerlei mogelijkheden om actief te zorgen voor breed draagvlak onder alle betrokkenen bij het fysieke domein.

Minder regels

In de nieuwe Omgevingswet is er sprake van minder regels en meer ruimte voor lokaal maatwerk. Daarnaast beoogt de wet een groter vertrouwen tussen overheden, bewoners en ondernemers. Waar het huidige omgevingsrecht vooral uitgaat van ‘nee, tenzij…’ is het uitgangspunt van de nieuwe wet ‘ja, mits…’. Dit zorgt ervoor dat meer zaken met een melding in plaats van met een vergunning kunnen worden geregeld. De wetswijziging zorgt op die manier voor een liberale herziening. Lange, stroperige en onduidelijke procedures worden eenvoudiger, korter of afgeschaft.

Ruimte

Met de nieuwe Omgevingswet krijgen raadsleden de ruimte bij het (inter)actief meedenken bij de vorming van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Het zet je als raadslid aan tot denken in kansen en mogelijkheden in plaats van in onmogelijkheden. En dat doe je niet alleen in de raadzaal. De nieuwe wet beoogt immers te willen werken vanuit vertrouwen tussen alle betrokkenen. Dat betekent meer op zoek gaan naar de interactieve verbinding met de inwoners. Ook zij kunnen met plannen en ideeën komen over de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Of wellicht ontstaat er verschil van inzicht, dan kan de raad in zijn volksvertegenwoordigende rol een brug slaan. Een belangrijke ondersteunende rol van de griffie is vanzelfsprekend, want alleen loop je weliswaar sneller, maar samen kom je verder.

Ik kijk ernaar uit om als gemeenteraad, net zoals wij dat hebben gedaan bij de voorbereiding van de grote transitie van het sociaal domein, samen met inwoners, college en ambtenaren in dialoog te gaan om onze ambities vorm te geven in de omgevingsvisie. Met als gezamenlijk doel het beter en eenvoudiger te maken voor initiatieven van onze bewoners en ondernemers. Eén voordeel ten opzichte van de vorige transitie hebben we al. Het tijdpad voor invoering van de nieuwe Omgevingswet, per 2019, is een stuk realistischer.