‘Nederland heeft behoefte aan een toekomstvisie’

Nummer 15, 2016

Drie vragen aan... Bart Krol, gedeputeerde Utrecht

 

Auteur: Marten Muskee

Het IPO heeft op het jaarcongres minister Melanie Schultz (IenM) het aanbod gedaan om samen de toekomst van Nederland vorm te geven via de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De provincies willen de krachten bundelen op de thema’s energietransitie, aantrekkelijke steden en regio’s en internationale samenwerking. De Utrechtse gedeputeerde Bart Krol (CDA) licht toe. 

Hoe moeten we de NOVI zien in het kader van de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies en de Omgevingswet?

‘Het Rijk komt in 2019 bij de invoering van de Omgevingswet met de Nationale Omgevingsvisie. De NOVI vormt een denkraam waarbinnen de andere overheden naar hun ruimtelijk beleid kijken en hun omgevingsvisie vormgeven. Nu het Rijk hiermee bezig is, vinden de provincies het verstandig daar proactief op te reageren. We wachten niet tot het Rijk met een document komt zoals we normaal doen, maar geven aan wat belangrijke thema’s zijn en dat wij daarin partner kunnen zijn. Het is ongebruikelijk dat wij op voorhand onze inbreng geven, maar we doen dit om de discussie te kunnen beïnvloeden. Nederland heeft behoefte aan een toekomstvisie en daar roept het IPO het Rijk toe op. Inwoners zijn onzeker over de toekomst en de NOVI kan het land perspectief bieden op waar we naartoe willen met grote vragen.’

De provincies willen in 2050 energieneutraal zijn. Daar heeft u wel de gemeenten bij nodig.

‘Dit is geen document waarin we zeggen “dit doen de provincies en dat regelen we even voor de gemeenten”. We zeggen dat we iets kunnen betekenen op het gebied van energietransitie en dat bieden we Rijk en gemeenten aan. Niemand wil windmolens voor zijn deur, het is logisch dat burgers dan in verzet komen. De discussie verloopt tot nu toe te plat, het ontbreekt aan visie. Als we duidelijk maken dat het gas in Groningen opraakt, dat we niet afhankelijk willen zijn van landen als Rusland voor onze energielevering en dat de overgang naar alternatieve energie een positief effect heeft op de wereld waarin we leven, dan zien inwoners windmolens in een ander verband. Dan worden ze onderdeel van een grote sprong om dit land beter te maken.’

U stelt in het kader van aantrekkelijke steden en regio’s voor om samen met Rijk en gemeenten een transitiefonds en een experimenteerprogramma voor binnenstedelijk bouwen in het leven te roepen.

‘De woonvraag in de Randstad groeit explosief terwijl in andere delen van het land de bevolking krimpt en de leefbaarheid onder druk staat. Dat zijn grote regionale vraagstukken waar we samen oplossingen voor moeten verzinnen. Een transitiefonds waarin een deel van het verdienvermogen in de Randstad wordt aangewend voor de krimpgebieden biedt mogelijk een oplossing. Tot nu toe werden ruimtelijke vraagstukken bij de afzonderlijke overheden belegd, maar huidige vraagstukken vragen om samenwerking. De rijksoverheid trekt zich sterk terug, die was voorheen partner bij de stedelijke ontwikkeling. Nu moeten we een groot deel van de woningbouwopgave binnenstedelijk realiseren, een grote opgave waarbij ook het Rijk en gemeenten als partner betrokken horen te zijn.’