Interview met Josee Gehrke, griffier De Wolden 'Griffier helpt raadsleden de straat op'

Nummer 15, 2016

Auteur: Marten Muskee

Het lokaal bestuur staat veertien jaar na invoering van de dualisering aan de vooravond van een nieuwe uitdaging, getuige de diverse actuele onderzoeken naar de staat van de lokale democratie. De samenleving verandert razendsnel, inwoners herkennen zich niet langer in hun bestuurders en nemen zelf het initiatief. ‘Raadsleden moeten meer in een verbindende rol met inwoners komen’, betoogt Josee Gehrke, voorzitter van de nu éénjarige VNG-commissie Raadsleden & Griffiers en raadsgriffier in De Wolden. ‘Daar hebben zij adequate ondersteuning bij nodig.’

Gehrke is sinds 2003 griffier en constateert dat gemeenten sinds de dualisering hebben gewerkt aan hun democratische besluitvormingsprocessen. ‘Dat is heel positief’, vindt ze. ‘Maar daarmee sluit ik echter niet de ogen voor de geluiden dat het ook een moeilijk samenspel is geweest tussen de raad en het college.’

Hoe belangrijk is dat samenspel?

‘Het duale stelsel is ingevoerd om tot betere besluitvorming te komen en voor inwoners inzichtelijk te maken waar die besluiten worden genomen. In dat krachtenveld tussen bestuurders en volksvertegenwoordigers gaat het om macht en tegenmacht. Partijen horen elkaars rol te erkennen en elkaar de ruimte te geven om die rollen te benutten. Dat samenspel is belangrijk. Het is geen goede ontwikkeling wanneer het college bepalend is voor wat de raad doet of andersom. Je moet het met elkaar doen en dat is in sommige gemeenten best een worsteling geweest.’

Intussen is de samenleving veranderd.

‘Zeer zeker en de gemeenteraad is in beweging. Momenteel verschijnen veel rapporten over het functioneren van de lokale democratie en daaruit blijkt duidelijk dat het noodzakelijk en urgent is de rol van de gemeenteraad te veranderen. Lokale volksvertegenwoordigers moeten toe naar een meer verbindende rol door minder binnen en meer buiten het gemeentehuis te werken. De verbinding met inwoners, groepen en instellingen hoort voorop te staan. Ik zie in mijn eigen beroepspraktijk en bij collega-griffiers dat we daar al mee bezig zijn.’

College en raad moeten elkaar de ruimte geven

Wat is daarvoor nodig?

‘In het samenspel tussen raad en college is het noodzakelijk checks-and-balances te organiseren en daar hebben de griffier en burgemeester een belangrijke rol in. Niet in de laatste plaats vanwege de inwoners die het gevoel hebben dat het één pot nat is wat er in het gemeentehuis gebeurt. Dat maakt de geloofwaardigheid van het bestuur er niet beter op. In de politiek hebben ze minder vertrouwen, maar democratie vinden ze wel belangrijk. Dus als het college een verordening opstelt, geef de politiek dan de ruimte om daar een oordeel over te vellen. Ga als raadslid zelf actief op zoek bij de kaderstelling, luister naar inwoners. Laat je zien als volksvertegenwoordiger en haal informatie op om te kunnen beoordelen of een collegevoorstel goed is.’

Daar is dan wel kennis van al die nieuwe gemeentetaken voor nodig.

‘Voor wat betreft de nieuwe taken binnen het sociaal domein heb ik samen met de collega’s uit Meppel en Westerveld in 2013 een congres georganiseerd voor de gemeenteraden. Tot dan toe hielden alleen de wethouders en organisaties zich met de zorgtaken bezig. Met dat congres en een handreiking probeerden we gemeenteraden te helpen daarin hun rol te kiezen. Het is mooi om te zien dat men nu bij de nieuwe Omgevingswet veel alerter reageert op wat deze wet betekent voor de rol van de gemeenteraad. Zo creëer je een evenwichtig samenspel dat nodig is om een weloverwogen besluit te nemen.’

Wat is de rol van de griffier daarbij?

‘De griffier heeft bij dit alles twee opdrachten, die is secretaris van de gemeenteraad en onafhankelijk strategisch adviseur. Hoe de griffier met name die tweede rol vervult, is afhankelijk van de context waarbinnen hij of zij werkt. Wat is de opdracht van de gemeenteraad, hoe is het samenspel met het college en de organisatie en wat is de omvang van de gemeente? Daarnaast speelt mee hoe de griffier er zelf in staat en of die de beschikking heeft over een griffie. Voor mij is de griffier meer dan alleen secretaris. Je vult de rol als adviseur in door steeds te kijken wat er in de omgeving gebeurt en wat de raad wil. Ik probeer daar adviezen voor te schrijven, handreikingen te doen en bezoek collega’s om krachten en specialisme te bundelen. Die adviserende rol hoort bij de griffier en de invulling daarvan verloopt soms moeilijk.’

Is daarvoor verdere uitkristallisering van dit nieuwe vakgebied nodig?

‘Misschien moet de tijd ons nog van alles leren en hebben we een aanloop nodig. We zien verschillen tussen griffiers. In mijn optiek bestaat er echter maar één type griffier. Iedere gemeente heeft één griffier, zo staat het in de wet, net als de gemeente één burgemeester heeft. Hoe je die taak vervult, is afhankelijk van de context waarin je functioneert. Persoonlijkheid speelt natuurlijk ook een rol. Een griffier die veel wil, maar een raad tegenover zich ziet die niets wil en een college dat weinig ruimte biedt, kan beter ergens anders gaan werken. Het is een nieuwe beroepsgroep, dus de inzichten ontstaan voorschrijdend.

De Vereniging van Griffiers (VvG), waar ik acht jaar in het bestuur heb gezeten, werkt daar hard aan. Duidelijk is in ieder geval dat de griffier een fulltimefunctie hoort te hebben met secretariële ondersteuning en een inhoudelijk sparringpartner zoals bijvoorbeeld een plaatsvervangend griffier of raadsadviseur. Dan heb je de voorwaarden om goed invulling te geven aan de functie.’

In mijn optiek bestaat er maar één type griffier

De ondersteuning van gemeenteraden kan veel beter, zo blijkt uit onderzoek van Tilburg University en de Radboud Universiteit.

‘Dat onderzoek was in opdracht van de VvG. De bevindingen zijn helder en de beroepsvereniging heeft daarover een standpunt ingenomen waar ik het mee eens ben. Er moet iets aan de ondersteuning gebeuren, dat spreekt voor zich.

‘Het gaat er niet om of de persoon het goed doet, maar om het functioneren in de context. Ligt daar ruimte om de adviseursrol te vervullen? Kijkend naar het niveau van Drenthe zie ik dat iedereen fulltime griffier is, het is een illusie te denken dat dit in 12 of 24 uur gedaan kan worden. Dan kun je alleen het secretarisaspect van de griffiersfunctie vervullen. Ook een kleine gemeente hoort een fulltime griffier in dienst te hebben.’

Houdt de VNG-commissie Raadsleden & Griffiers zich hiermee bezig?

‘De commissie is een jaar geleden ingesteld om de rol en positie van de gemeenteraad te versterken. Dat is de hoofdopdracht en daar werken we als raadsleden en griffiers aan in de commissie. We zijn nu een jaar bezig en ik vind het geweldig dat de commissie de rol en positie van de raad zichtbaar maakt in het werk van de VNG. Ik zit zes jaar in het VNG-bestuur en de aandacht voor de gemeenteraad is nog nooit zo groot geweest.’

Heeft uw commissie contact met de andere VNG-commissies?

‘Zeker, een actueel voorbeeld is het samenspel tussen onze commissie en de Commissie Bestuur en Veiligheid in de nieuwe Werkgroep Democratie en Bestuur. Die destilleert uit de diverse onderzoeken naar de democratische werking in gemeenten een ontwikkelagenda lokale democratie. Deze wordt tijdens de buitengewone algemene ledenvergadering op 30 november gepresenteerd. Het is belangrijk dat onze commissieleden daar hun inzichten en ervaringen inbrengen. Wij adviseren dat alle beroepsgroepen zodanig samenwerken dat de gemeente een antwoord heeft op de veranderende samenleving. Inwoners keren zich af van het bestuur en gaan aan de slag met initiatieven. Het is de gezamenlijke taak van de burgemeester als raadsvoorzitter, de griffier en de gemeentesecretaris om ervoor te zorgen dat raadsleden in verbinding komen met die buitenwereld en daar contacten leggen. Dat proces moeten we samen inrichten en faciliteren, anders wordt het nooit effectief. Daar zetten we met de ontwikkelagenda op in. Alle spelers zijn nodig.’

Ook een kleine gemeente hoort een fulltime griffier in dienst te hebben

Heeft u in die werkgroep ook gesproken over de raadsledenvergoeding?

‘De conclusie van de Raad voor het openbaar bestuur dat de raadsvergoeding in met name kleine gemeenten omhoog moet, is mij uit het hart gegrepen. Raadsleden zijn maatschappelijk bevlogen mensen, het raadswerk doen ze naast hun gewone baan. Daarvoor horen ze naast voldoende ondersteuning ook een juiste vergoeding te krijgen. Wat opvalt, is het grote verschil tussen de raadsvergoeding van 2240 euro per maand in grote gemeenten en die van 240 euro in kleine gemeenten. Ik vind dat onrechtvaardig. Ja, het is lekenbestuur en raadsleden vragen niet zelf om meer geld.

Wij denken echter dat raadsleden met een betere vergoeding extra verlof kunnen kopen, waardoor ze meer tijd kunnen inzetten voor het raadslidmaatschap. Ter versterking van de lokale democratie is dit een belangrijk punt. Wij hebben dat naar voren gebracht in de Werkgroep Democratie en Bestuur. Ik hoop dat we dit kunnen vertalen naar een goed voorstel dat als vertrekpunt geldt voor de onderhandelingen met het ministerie.’

Kan uw commissie ook al andere wapenfeiten optekenen?

‘Samen met vicevoorzitter Robbert Lievense maak ik een ronde langs de andere commissies om te vertellen waar wij ons mee bezighouden. Zo zijn we bij de Commissie Financiën geweest waar we spraken over de rol van de accountant. Leden van beide commissies formuleren volgend jaar een visie op de rol van de accountant ten behoeve van de gemeenteraad. De ambtelijke organisatie en het college denken te vaak dat zij het werk met de accountant moeten doen. Dat is niet zo, de accountant wordt benoemd door de gemeenteraad en is naast de griffier een belangrijke adviseur. Onze commissie is verantwoordelijk om dat aspect te belichten, de accountant hoort beide partijen te bedienen. Hij zorgt ervoor dat wat de gemeenteraad onderzocht wil zien daadwerkelijk gebeurt. Dat valt onder het systeem van checks-and-balances.’

Dus het geluid van uw commissie komt in voldoende mate bij het VNG-bestuur terecht?

‘Onze commissie krijgt de mogelijkheid om zaken toe te voegen in belangrijke dossiers. We onderzoeken hoe we ons werk kunnen borgen binnen de VNG-governance. Neem bijvoorbeeld de Omgevingswet. Als ruimtelijke-ordeningsprocessen straks anders georganiseerd worden, heeft de raad daar in de dagelijkse praktijk dan een goede positie in? De commissie schreef een aanvullend advies en bracht dit in bij het VNG-bestuur. Als het goed is, resulteert dit in een aanpassing van het advies richting het Rijk. De commissie levert momenteel toegevoegde waarde op vier thema’s: op de versterking van de lokale democratie, op financiën wat betreft de accountant, op de nieuwe Omgevingswet en op de controlerende rol van de raad in het sociaal domein. Het samenspel met de andere commissies loopt goed, tijdens de bestuurdersdag eind november verzorgen we een workshop regionaal besturen in samenwerkingsverbanden en we hebben net onze inbreng gehad bij de Raad op Zaterdag.’