Factsheet Werken naar vermogen

In het regeerakkoord kondigde het kabinet de komst aan van één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. De regeling is erop gericht zoveel mogelijk mensen te laten werken naar vermogen. In april 2011 schetste het kabinet in een hoofdlijnennotitie de contouren van de nieuwe Wet werken naar vermogen (Wwnv). Naar verwachting eind 2011 zal het kabinet bij de Tweede Kamer een uitgewerkt wetsvoorstel indienen. Voorjaar 2012 kan dan de plenaire behandeling starten. De Wwnv gaat waarschijnlijk 1 januari 2013 in.
 
Doel van de regeling
Doel van de regeling is: met minder geld meer mensen aan het werk helpen. In dat kader kondigt het kabinet bezuinigingen aan op de Wsw, de Wajong en de re-integratiegelden. Door het ontschotten van de verschillende budgetten en de inzet van het instrument loondispensatie (tijdelijk werken onder het minimumloon) kunnen gemeenten meer mensen aan werk helpen.

Wat is er nieuw voor gemeenten?
Met de Wwnv komt er één regime voor iedereen met arbeidsvermogen die voorheen een beroep deed op Wajong, Wsw of Wwb/WIJ. Voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, blijft de Wajong bestaan, en blijft het UWV de Wajong uitvoeren. Dit betekent voor gemeenten dat ze te maken krijgen met een jaarlijkse uitbreiding van zo ‘n 10.000 jongeren met een arbeidsbeperking (waarvan 5.000 met een uitkering en 5.000 niet-uitkeringsgerechtigden). Mensen die te zijner tijd de Wwnv instromen, krijgen te maken met de uitkeringsvoorwaarden van de (aangepaste) Wet werk bijstand (Wwb).

De gemeente kan een werkgever (voor een bepaalde periode) loondispensatie verlenen voor mensen die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. De werkgever betaalt dan alleen voor de werkelijk geleverde arbeidsprestatie. De gemeente zal in de meeste gevallen de werknemer een aanvulling geven tot maximaal het wettelijk minimumloon. Het loon en de aanvulling samen kunnen tijdelijk minder bedragen dan 100% van het wettelijk minimumloon, zolang iemand nog niet naar zijn volledige mogelijkheden werkt.

Ook mensen met een arbeidsbeperking zonder uitkering kunnen aanspraak maken op ondersteuning via de Wwnv. Zij vallen ook onder de re-integratieverantwoordelijkheid van gemeenten. Gemeenten kunnen ook voor deze groep het instrument loondispensatie openstellen, maar hoeven het inkomen van deze groep niet aan te vullen tot maximaal 100% wettelijk minimumloon.

Het aantal plekken in de sociale werkvoorziening wordt in stappen afgebouwd (circa 4.000 plekken per jaar) tot structureel 30.000 plekken in 2050. De sociale werkvoorziening nieuwe stijl is toegankelijk voor mensen die alleen in een beschutte omgeving kunnen werken. Mensen op de wachtlijst van wie de indicatie verloopt na 1 januari 2013, worden bij periodieke herindicatie ge(her)indiceerd volgens het nieuwe - aangescherpte - criterium Wsw ‘beschut werk’. 

De middelen voor de Wsw en re-integratie worden samengevoegd tot één Participatiebudget. 

Afspraken
Op de algemene ledenvergadering van de VNG in juni 2011 is besloten dat gemeenten verantwoordelijkheid kunnen dragen voor het onderhandelaarsakkoord, met uitzondering van het onderdeel Werken naar vermogen. De voornaamste reden hiervoor is de financiële paragraaf van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw): het kabinet kiest ervoor om de rechten van zittende Wsw’ers te behouden, maar bezuinigt tegelijkertijd op het budget waarmee gemeenten het loon van mensen in de sociale werkvoorziening betalen. Deze rijksbezuiniging veroorzaakt een groot financieel knelpunt, omdat gemeenten deze kosten niet kunnen beïnvloeden. Om vast te stellen in hoeverre de kabinetsplannen inhoudelijk aansluiten bij de ambities van gemeenten, heeft de VNG-commissie Werk en Inkomen tien randvoorwaarden voor decentralisatie opgesteld. Die randvoorwaarden vormen het kader voor de beoordeling van het wetsvoorstel.

Inbreng VNG-leden
De VNG betrekt haar leden bij het proces via: 

Financiën
Stand van zaken met betrekking tot de financiële kant van de regeling per oktober 2011:

  • Het kabinet bezuinigt fors op het re-integratiebudget. In 2015: een korting van € 690 miljoen op het ontschotte re-integratiebudget (het budget Wsw en re-integratie van de Wwb worden ontschot). Van die € 690 miljoen wordt € 400 miljoen bezuinigd op het klassieke W-deel, en wordt € 290 miljoen bezuinigd door de rijkssubsidie per sw-plek te verlagen naar € 22.050 (korting van circa € 5.000 per sw-plek). In 2015 bevat het W-deel nog € 683 miljoen. 
  • Het kabinet boekt een structurele bezuiniging van € 650 miljoen op de Wsw in door deze te beperken tot mensen met de indicatie beschut werk. In de structurele situatie zijn er nog maar 30.000 plekken in de Wsw. 
  • Er is nog geen duidelijkheid over de toevoeging van uitvoeringskosten aan het gemeentefonds. Hetzelfde geldt voor transitie- en desintegratiekosten rond de decentralisaties.
  • Gemeenten komen in 2010 al € 133 miljoen tekort op de bijstandsuitkeringen. In 2011 zijn er nog grotere tekorten. Na 2012 moet een nieuwe rekenformule voor het I-deel van de Wwb dergelijke tekorten voorkomen. 
  • Er zal een extra beroep komen op armoederegelingen, bijzondere bijstand en schuldhulpverlening als gevolg van de aanpassingen Wwb (huishoudinkomenstoets) en een lager aantal plekken in de Wsw.

Laatst geüpdatet november 2011

Zie ook: VNG-dossier Wet werken naar vermogen