Factsheet Asbest

Asbest is in het verleden zeer veel toegepast in isolatieplaten, dakbedekking, op constructies en als gas-, water-en rioleringsbuizen. Als de microscopisch kleine vezels worden ingeademd, kan asbest kanker veroorzaken. Jaarlijks overlijden hieraan naar schatting 1300 mensen. Het merendeel van de slachtoffers heeft gewerkt in de industrie. In de loop der jaren is het gebruik van asbest steeds meer aan banden gelegd.

Sinds 1994 geldt in Nederland een verbod op de toepassing van asbest. Vanaf 1 januari 2005 geldt zelfs een absoluut Europees verbod op het gebruik van asbesthoudende producten.

Stand van zaken
Tegenwoordig komen asbestvezels vooral vrij bij het slopen van gebouwen van vóór 1994 waarin asbest is toegepast. Helaas gebeurt dat vaak onzorgvuldig. Meestal per ongeluk doordat de aanwezigheid van asbest niet (tijdig) is onderkend. Soms wordt om kosten te besparen de aanwezigheid van asbest niet onderzocht of niet gemeld. In deze gevallen is er vaak ook geen  (goede) asbestinventarisatie gemaakt. Ook wordt asbestverwijdering niet altijd gemeld bij gemeente of Arbeidsinspectie (AI). Ondeugdelijke verwijdering van asbest levert grote gezondheidsrisico’s op voor de mensen die zich bevinden in de directe nabijheid van de asbestverwijdering.

Asbestverwijdering (met uitzondering van asbest klasse 1) moet plaatsvinden door gecertificeerde asbestverwijderingsbedrijven. Het toezicht is opgedragen aan verschillende toezichthoudende instanties. Naast de gemeente houden de Arbeidsinspectie (arbeidsomstandigheden) en Certificerende Instellingen toezicht. Verderop in de verwijderingsketen – bij transport, opslag en storten – zijn provincies de toezichthouders. Bij opsporing komt politie en Openbaar Ministerie in beeld. Het zogeheten tweedelijnstoezicht (toetsing of de taken goed worden uitgevoerd door gemeenten) berust bij de VROM inspectie. De inspectie werk en inkomen en de Raad voor Accreditatie controleren de certificerende instellingen en laboratoria.

Regelgeving Actueel
Op 1 januari 2012 treedt het Bouwbesluit 2012 in werking. Hierin staan de voorschriften over asbestverwijdering uit bouwwerken. De voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening die daarop betrekking hebben komen dan te vervallen. Het vergunningstelsel wordt vervangen door een meldingensysteem.

Ontwikkelingen
De Rekenkamer heeft medio 2008 het functioneren van de asbestketen onderzocht en vergeleken met andere ketens. De asbest(verwijderings)keten bestaat uit verschillende schakels – toezichthoudende organisaties – die voor een goede effectieve werking met elkaar moeten samenwerken. Uit het onderzoek komt naar voren dat de asbestketen niet goed is ontwikkeld en de ‘schakels’ elkaar soms tegenwerken.

De Gezondheidsraad heeft in juni  2010 een rapport uitgebracht dat stelt dat het aantal doden als gevolg van asbest in Nederland hoger is dan tot op heden verondersteld. Het gaat uit van 1300 in plaats van 700 doden op jaarbasis. Het rapport adviseert strengere normen en extra aandacht voor oude nog in gebruik zijnde gebouwen waar asbest in is verwerkt. Regelmatig onderzoek wordt aanbevolen om de risico’s van asbest te beheersen.

Door de toenmalige Minister van VROM en minister van SZW is tevens onderzoek gedaan naar illegaliteit in de asbestketen. Uit dit onderzoek komt naar voren dat veel asbest illegaal wordt verwijderd en dat 50-80% van de eigenaren/opdrachtgevers geen (destijds nog bestaande) sloopvergunning had aangevraagd om asbest te mogen verwijderen. Dit terwijl in bijna alle gevallen dat er een verbouwing, renovatie of sloop plaatsvindt een vergunning nodig was.  

Bevoegd gezag
In de meeste gevallen zijn gemeenten bevoegd gezag voor de sloopmelding en verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de voorschriften. Er moet voldoende prioriteit en capaciteit worden gegeven aan deze taken. Als asbest niet volgens de voorschriften wordt verwijderd, is primair de overtreder verantwoordelijk. Als een gecertificeerd bedrijf niet volgens de regels werkt, kan een certificerende instantie het certificaat intrekken. Van deze bevoegdheid wordt (te) weinig gebruik gemaakt. De VNG heeft dit meerdere malen bij het ministerie van I&M aangekaart. Niet meer, maar gerichter toezicht is het antwoord op het probleem.

Omdat de keten van asbest bestaat uit meerdere schakels is samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de betrokken toezicht- en handhavingsinstanties essentieel. Gemeenten hebben beperkte capaciteit en zullen als dat mogelijk is samenwerken en informatie geven over de genomen sancties. Door verschillende betrokkenen wordt daarom gewerkt aan de ontwikkeling van het landelijke asbestvolgsysteem (LAVS) dat vooralsnog gericht is op asbestsaneringen bij woningbouwcorporaties. Het LAVS is een digitaal instrument dat het asbestverwijderingsproces volgt. Daarmee wordt de beheersbaarheid en risico’s van de asbestverwijderingsketen geborgd. Gemeenten kunnen online het proces volgen en alle benodigde documenten inzien.

Asbest in scholen
In het voorjaar van 2011 heeft staatssecretaris Atsma van milieu op aandringen van de Tweede Kamer toegezegd dat hij uiterlijk 1 juli 2012 inzicht geeft in de aanwezigheid van asbest in schoolgebouwen. Niet alle scholen bleken namelijk over actuele inventarisaties van asbest te beschikken. Alle scholen is gevraagd om hun gegevens over de aanwezigheid van asbest aan te leveren bij Infomil. Gemeenten hebben een zorgplicht voor schoolgebouwen en zijn eigenaar van een aanzienlijk deel van de sportaccommodaties. De VNG en onderwijsorganisaties uit primair en voortgezet onderwijs werken samen met het rijk om alle informatie over deze inventarisaties snel te verspreiden. Een eerste tussenrapportage gaat in het najaar van 2011 naar de Kamer.

Inzet gemeenten
Gemeenten zijn de eerste ‘schakel’ in de asbestverwijderingsketen. Door een adequate afhandeling van sloopmeldingen worden eigenaren/bedrijven in staat gesteld om onder strenge voorwaarden van asbest af te komen. Dit vraagt om specialistische kennis, voldoende capaciteit en stevig toezicht. Dit voorkomt bewust of onbewust illegaal handelen door burgers en bedrijven. Het kan zelfs zo zijn dat gemeenten, als ze meer formatie hebben geregeld met betere kennis dat er nóg meer tijd in gaat zitten! Er komen immers meer sloopmeldingen binnen en is meer toezicht nodig dan eerder verondersteld. Plus dat ook de andere gemeentelijke afdelingen nu tijd/advies vragen (milieustraat, vastgoed, scholen).  Door het vervallen van de vergunningprocedure voor het slopen komt er daarentegen tijd vrij.

RUD
Als alles volgens schema verloopt zijn er vanaf 1 januari 2013 in Nederland landsdekkende Regionale Uitvoeringdiensten (RUD) gevormd. Het milieutoezicht op asbest is in het basistakenpakket opgenomen. In de RUD kan de specialistische kennis opgebouwd en geborgd worden. Omdat de Bouw- en woningtoezicht taken niet standaard in het takenpakket zijn opgenomen dient er te worden opgelet dat hier permanent afstemming op plaats vind. Sloopmeldingen komen binnen bij BWT, de RUD moet op de hoogte gebracht worden voor het toezicht op het transport en stort van het asbest.

Gemeenten kunnen particulieren en bedrijven voorlichten over de asbestregelgeving en het voor particulieren gemakkelijk maken om asbest goedkoop en veilig naar de milieustraat te brengen zodat het niet in het huisvuil of op straat terechtkomt. Toezicht op de burgers die zich niet aan de regels houden is nodig. Gemeentelijke vastgoedbedrijven kunnen het goede voorbeeld geven door het inventariseren van het bezit op asbest en zo nodig maatregelen nemen om de risico’s te verminderen. Met corporaties of andere vastgoedbeheerders kan dit worden besproken. Een plan van aanpak voor asbestbranden (calamiteiten) is onmisbaar.

Aanbod VNG
De VNG heeft over asbest uitgebreid gepubliceerd. We hebben ledenbrieven geschreven en meegewerkt aan landelijke publicaties. Op website van de VNG vindt u alle informatie over de taakuitvoering: praktijkvoorbeelden, instrumenten maar ook links naar belangrijke documenten en de in deze factsheet genoemde rapporten.

  • VNG-dossier Asbest (beleidsveld Ruimte, wonen, milieu en mobiliteit > Milieu en mobiliteit)

Indien u meer informatie wilt over het asbestdossier kunt u ook terecht op de site van Kenniscentrum Infomil:

VNG, oktober 2011