Kwijtschelding - meer informatie

Informatie voor raadsleden

Bevoegdheid om kwijtschelding te verlenen

Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. De wet (Invorderingswet) zegt namelijk dat gehele of gedeeltelijke kwijtschelding kan worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. De raad bepaalt of, en zo ja van welke belasting kwijtschelding wordt verleend. Het is vervolgens de invorderingsambtenaar van de gemeente die de kwijtschelding verleent.

De gemeenteraad heeft twee mogelijkheden om de kwijtschelding te regelen, via:

  1. een bepaling in de belastingverordening waarvoor kwijtschelding wordt verleend
  2. een afzonderlijke kwijtscheldingsverordening: deze verordening bevat dan een opsomming van de belastingen waarvoor kwijtschelding wordt verleend

Berekening kwijtschelding

Voor de vraag of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding kijkt de invorderingsambtenaar of de belastingplichtige op het moment van de aanvraag de belasting kan voldoen uit zijn bezittingen (vermogenstoets). Heeft iemand onvoldoende vermogen, dan wordt gekeken of de belastingschuld uit (toekomstige) inkomsten kan worden betaald (inkomenstoets). Een belastingplichtige komt voor kwijtschelding in aanmerking als hij geen vermogen en geen betalingscapaciteit heeft.

Vermogen

Tot het vermogen behoren onder andere spaartegoeden, een auto en de inboedel. Bepaalde vermogensbestanddelen worden bij het beoordelen van een kwijtscheldingsverzoek niet tot het vermogen gerekend. Het gaat daarbij onder meer om de inboedel, geld voor het betalen van de kosten van bestaan, de netto huur of ziektekostenpremies, en een auto met beperkte inruilwaarde. De gemeenteraad heeft geen beleidsvrijheid bij de criteria voor de vermogenstoets.

Betalingscapaciteit

Bij de inkomenstoets wordt de zogenoemde betalingscapaciteit berekend. Dat is het bedrag dat overblijft als op de verwachte inkomsten bepaalde kosten voor levensonderhoud in mindering zijn gebracht. Tot de inkomsten horen naast netto loon ook inkomsten uit onderverhuur of kamerverhuur, neveninkomsten, schenkingen en studiefinanciering. De kosten voor levensonderhoud betreffen onder meer een vastgesteld bedrag voor kosten van bestaan, woonlasten en ziektekostenpremies.

Ruimer kwijtscheldingsbeleid

De raad kan ook een ruimer kwijtscheldingsbeleid voeren. De Uitvoeringsregeling stelt de kosten van bestaan op 90% van de bijstandsnorm. De gemeenteraad kan in afwijking hiervan besluiten de kosten van bestaan te stellen op maximaal 100% van de bijstandsnorm. Dat betekent dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Door de kosten van bestaan hoger te stellen, neemt de beschikbare betalingscapaciteit voor het betalen van de lokale belastingen af. Het hanteren van de 100%-norm leidt er in de praktijk veelal toe dat een belastingschuldige met een bijstandsuitkering voor kwijtschelding in aanmerking komt. Belastingschuldigen met enkel een AOW-uitkering komen in beginsel niet voor kwijtschelding in aanmerking. Om ervoor te zorgen dat AOW’ers wel voor kwijtschelding in aanmerking komen, kan de raad besluiten de kosten van bestaan te stellen op 100% van de toepasselijke netto AOW-bedragen in plaats van op de bijstandsnorm.

Kwijtschelding voor ondernemers

Personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen, de zogenaamde kleine ondernemers, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privébelastingschulden. Voorwaarde is dat de gemeenteraad de kwijtschelding voor deze groep heeft geregeld. De voorwaarden waaronder kwijtschelding aan een kleine ondernemer wordt verleend, zijn gelijk aan de voorwaarden die voor natuurlijke personen/niet-ondernemers gelden. Dat wil zeggen dat van dezelfde betalingscapaciteit en hetzelfde vermogen wordt uitgegaan.