Parkeerbelastingen

Informatie voor raadsleden

Parkeerbelastingen toegelicht

De parkeerbelastingen hebben een regulerend karakter met het doel om het parkeergedrag van voornamelijk automobilisten te beïnvloeden. Door het aanwijzen van gebieden waar de automobilisten moeten betalen, kan de gemeente het parkeren van motorvoertuigen regelen. Er zijn twee parkeerbelastingen:

1. Incidenteel parkeren: een belasting voor het daadwerkelijke parkeren op daarvoor aangewezen plaatsen op de openbare weg

  • Belastingplichtigen: houder van een motorvoertuig
  • Belastbaar feit: het parkeren op toegestane plaatsen
  • Heffingsmaatstaf: vrij (vaak: parkeerduur, parkeertijd, ingenomen oppervlakte; geografische ligging)
  • Tarief: vrij (vaak: gekoppeld aan eenheid heffingsmaatstaf)

2. Vergunningparkeren: een belasting voor een vergunning om te parkeren op daarvoor aangewezen plaatsen

  • Belastingplichtigen: vergunninghouder
  • Belastbaar feit: parkeren met vergunning
  • Heffingsmaatstaf: vrij (vaak gebruiksduur vergunning)
  • Tarief: vrij (vaak gekoppeld aan gebruiksduur vergunning)

De parkeerbelastingen zijn algemene belastingen. De inkomsten vallen zodoende toe aan de algemene middelen van de gemeente. Dat betekent dat de inkomsten geen vooraf bepaald bestemmingsdoel hebben, maar dat de gemeenteraad bepaalt waarvoor de opbrengsten uit deze belastingen worden ingezet. De gemeente is niet verplicht om de inkomsten aan parkeervoorzieningen of bijvoorbeeld infrastructuur uit te geven.

Meer informatie

Wat regelt de wet?

De Gemeentewet schrijft het volgende voor:

  • de belastbare feiten: bij de reguliere parkeerbelasting is dat het parkeren van een voertuig langs de openbare weg, bij vergunningparkeren is het belastbaar feit het verlenen van een vergunning voor het parkeren van een voertuig in een gebied waar betaald parkeren geldt
  • wie de belastingen verschuldigd zijn: voor de reguliere parkeerbelasting is dat degene die het voertuig parkeert, bij de vergunning de aanvrager van deze vergunning
  • een voorwaarde voor de invoering: doordat de parkeerbelasting wordt geheven in het kader van de parkeerregulering kan de gemeente de belasting alleen om die reden invoeren. Het krijgen van inkomsten kan dus geen reden zijn
  • de wijze waarop de belasting wordt geheven: het in werking stellen van een parkeerautomaat of parkeermeter voor. Dit voorschrift vereist een groot aantal investeringen. Niet alleen moet er apparatuur worden geplaatst om op straat de belasting te kunnen betalen. Ook vraagt de handhaving dagelijkse controles. Daarnaast zal een organisatie moeten worden opgezet om de parkeervergunningen uit te geven.

Meer informatie

Keuzemogelijkheden gemeenteraad

Behalve het belastbaar feit en de aanwijzing van de belastingplichtigen, kent de wet geen verdere aanwijzingen voor de heffing van de parkeerbelastingen. De gemeenteraad heeft zodoende veel vrijheid bij de inrichting van de beide belastingen, in het bijzonder bij de tariefstelling, tariefdifferentiatie, de gebieden waar moet worden betaald en de tijdstippen waarop.

Daarnaast kan de gemeenteraad ook de voorwaarden formuleren waaronder vergunningen worden verleend. Naast de keuzes bij het incidenteel parkeren, kan de gemeenteraad voorwaarden stellen aan het aantal vergunningen per huishouden of de voertuigtypen waarvoor vergunningen worden afgegeven.

Handhaving

Om ervoor te zorgen dat automobilisten tijdig en voldoende betalen, zijn handhavingscontroles een essentieel onderdeel van de belastingheffing. Bij geconstateerde overtredingen kan de parkeercontroleur een naheffingsaanslag ("parkeerboete") opleggen en eventueel een wielklem aanbrengen. De gemeenteraad stelt binnen wettelijke maxima de hoogte vast van de kosten die voor de naheffingsaanslag en een eventuele wielklem in rekening worden gebracht.

Meer informatie