President Algemene Rekenkamer acht ‘grote slagen’ nodig bij publiek verantwoorden

Nummer 15, 6 oktober 2017

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: Marcel Bakker

‘Publiek verantwoorden vormt de kern van de democratie’, vindt president van de Algemene Rekenkamer Arno Visser. Gemeenten, maar ook het Rijk en provincies moeten hierbij nog ‘grote slagen’ maken.

Belasting betalen en niet weten of dat geld wel effectief wordt besteed. Dat treft alle burgers. Het is Arno Visser een gruwel. ‘Het recht om belasting te innen brengt de plicht met zich mee om achteraf te verantwoorden wat je ermee hebt gedaan. Daar is de democratie voor uitgevonden. Dat moet dus zo goed mogelijk gebeuren.’
Hoe meer geld wordt uitgegeven, hoe belangrijker de verantwoording daarover. Dat geldt voor het Rijk, maar ook voor gemeenten. Als oud-wethouder volgt Visser de ontwikkelingen bij gemeenten met veel interesse. ‘Het gemeentelijk takenpakket groeide de laatste twintig jaar sterk. Vooral de laatste vijf jaar, onder meer door de decentralisaties op het gebied van jeugd, zorg en participatie.’ Inmiddels gaat ongeveer zestig miljard euro van de driehonderd miljard euro collectieve uitgaven naar gemeenten.
Visser wijst erop dat het grootste deel van die zestig miljard indirect bij gemeentebesturen terechtkomt. ‘Als zij hun uitgaven en de resultaten daarvan alleen verantwoorden aan de verstrekkers van het geld en niet aan de burger, staan zij in feite met hun gezicht naar het Rijk en met de rug naar hun inwoners. Dat werkt vervreemding in de hand.’

Democratische exercitie
Transparantie door eenduidige onderlinge afspraken is volgens Visser noodzakelijk om die vervreemding tegen te gaan. Je goed verantwoorden, is naar zijn zeggen geen technische exercitie maar een democratische. ‘Je komt er niet door alleen een rechtmatigheidsverklaring van de accountant te tonen. Gemeenten moeten goed uitleggen wat er met die zestig miljard is gedaan. Waaraan zij bijvoorbeeld het geld voor banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hebben uitgegeven en hoeveel banen dat werkelijk heeft opgeleverd.’
Colleges van B en W leggen die verantwoording natuurlijk al af in de raad. ‘Raadsleden zitten er voor onze burgers. Je zult zo moeten verantwoorden dat niet alleen raadsleden het begrijpen, maar dat die informatie eveneens toegankelijk is voor burgers. De taal moet begrijpelijk zijn, de begrotingen duidelijk en als het kan helder grafisch ondersteund.’
Visser (VVD) was van 2008 tot 2013 wethouder Financiën in Almere. In die tijd maakte hij zich al sterk voor die duidelijkheid. Na elke verandering checkte hij via enquêtes onder raadsleden of het werkte. ‘De beoordelingen van de raadsleden werden steeds beter, maar belangrijker: het debat in de raad werd er een stuk beter op.’

Vaak weet de linkerhand niet wat de rechterhand doet

 

De Algemene Rekenkamer heeft dit voorjaar nog vastgesteld dat de vraag of het beleid van het Rijk de gewenste effecten heeft, moeilijk te beantwoorden is. Visser legde toen al de vinger op de manier waarop het overheidssysteem is ingericht. Waarbij de belastingen op nationaal niveau worden geïnd, maar de uitvoering van beleid elders is belegd, zoals bij de gemeenten of bij zelfstandige bestuursorganen, zonder dat er vooraf afspraken zijn gemaakt over eenduidige verantwoording. De kwestie volgens Visser: hoe zorg je ervoor dat de stroom van het geld vanaf het moment van belasting betalen tot en met het uitgeven, is te volgen? ‘Vaak weet de linkerhand niet wat de rechterhand doet.’
Visser noemt als voorbeeld het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Daarin werken Rijk, provincies en gemeenten samen. ‘Maar hoe effectief de maatregelen van de deelnemers zijn, valt moeilijk te bepalen. Want de ene gemeente heeft een andere methodiek voor resultaatmeting dan de andere. Dus je kunt niet zien hoe jouw gemeente het doet in vergelijking met een andere.’

Autonomie
Een uniforme meetmethode ligt voor de hand, maar zo gemakkelijk is dat niet. ‘Gemeenten zeggen vaak “die laten wij ons niet opleggen, dat raakt aan onze gemeentelijke autonomie”. Maar dat vind ik een volstrekt verkeerde uitleg.’ Zeker bij dit onderwerp vindt Visser dat jammer. Want de vraag of de lucht schoon is, leeft erg onder de bevolking, zo blijkt onder meer uit een kort geding dat Milieudefensie tegen de Staat heeft aangespannen omdat de laatste niet genoeg zou doen om de luchtvervuiling aan te pakken. De kortgedingrechter bepaalde begin vorige maand dat de Staat een luchtkwaliteitsplan moet vaststellen met maatregelen die ervoor zorgen dat alle overschrijdingen zo snel mogelijk zijn verdwenen. Inzicht in de effectiviteit van de tot nu toe genomen maatregelen had daarbij kunnen helpen.

Ingewikkeld systeem
Als we het belastinggeld beter navolgbaar willen maken, vanaf de inning tot en met de besteding en het resultaat dat elke euro oplevert, is de kernvraag volgens Visser of we het systeem zo ingewikkeld laten als het nu is. ‘Als je zoals bij de decentralisaties taken verschuift en daarmee de uitgaven verlegt, voer dan ook direct de discussie over de bron van inkomsten. Dat kan de relatie tussen genieten en betalen dichter bij elkaar te brengen. En dan kun je iets zeggen over de doelmatigheid. Het is een politieke kwestie, die discussie moet wel gevoerd worden.’
Visser wijst erop dat de discussie in landen als Zweden, Noorwegen en Denemarken, waar ook rijkstaken naar gemeenten zijn overgeheveld, al vóór de decentralisaties is gevoerd. ‘Het wordt hier dus ook hoog tijd.’ Hij benadrukt overigens dat hij vanuit zijn functie geen keuze maakt voor wel of geen eenvoudiger systeem. ‘Ik houd alleen een spiegel voor.’
Als wethouder van Almere had hij wel invloed op de kwaliteit van de verantwoording. Sterker nog: Visser is de geestelijk vader van de methode dat Almeerse organisaties die subsidie ontvangen periodiek verantwoording moeten afleggen aan hun klanten. Hij noemt als voorbeeld de schouwburg. ‘Die heeft een culturele taak, dus die kreeg subsidie. Maar als de kostbare zaal steeds halfleeg is doordat mensen geen stukken van Shakespeare willen zien, kun je niet spreken van een optimale besteding van publiek geld. Periodiek wordt daarom met burgers en de gemeente gekeken naar de resultaten van de besteding en de oordelen van het publiek daarover.’ Almere gebruikt het systeem nog steeds.

Informatie delen
Volgens Visser is het systeem van informatie delen niet alleen goed bruikbaar in andere gemeenten, maar kan ook het Rijk ervan leren. Hij ziet nog meer mogelijkheden voor verbeteringen. ‘Het zou bijvoorbeeld goed zijn als gemeenten hun parkeerdata delen met andere gemeenten. Uiteraard moet er wel voor worden gezorgd dat de privacy daarbij is gegarandeerd. Met behulp van je gsm kun je dan zien waar op een bepaald moment een parkeerplek vrij is. Betere serviceverlening betekent doelmatiger gebruik van beschikbare parkeerplekken waardoor er uiteindelijk minder geld nodig is. Een schoolvoorbeeld van een win-winsituatie.’
Er gebeurt volgens Visser overigens genoeg goeds op het gebied van publieke verantwoording. Hij is vol lof over de voorstellen van de door de VNG ingestelde commissie-Depla die hebben geleid tot wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten; de regels voor begroting en verantwoording van gemeenten zijn zo gewijzigd dat gemeentebegrotingen beter toegankelijk zijn voor de raad en andere geïnteresseerden zoals inwoners en andere gemeenten.
Maar, zoals gezegd, gemeenten zijn er volgens Visser nog niet. ‘Onvrede onder burgers is er en dat zal altijd zo blijven. Hoe meer transparantie in uitgaven en resultaten, hoe minder die zal zijn.’