Zoetermeer heeft als voorstad van Den Haag in vijftig jaar tijd een groei doorgemaakt van boterdorp naar 100.000+ gemeente. Zelf opgegroeid in Afrika werd wethouder Ingeborg ter Laak verantwoordelijk voor integratie. Ze schetst een aanpak waarin praktische samenlevingsvragen leidend zijn, bijvoorbeeld de omgang met vrijwilligerswerk. Zorg heeft ze over de integratie van Eritreeërs, deze groep lijkt de aansluiting niet te vinden.

 

Jaartal
2020
Gemeente
Type
Overig type Website

‘Als we niks veranderen, hebben we over 10 jaar een enquête over de integratie van Eritreeërs’ 

New town Zoetermeer  

Ingeborg ter Laak is sinds 2018 wethouder in Zoetermeer. Zij schetst de geschiedenis van deze voorstad van Den Haag: ‘Het was eerst een boterdorp met amper 5000 bewoners. Mensen werkten bij Nutricia en Brinkman. Vanaf het moment dat eind jaren ’60 het besluit werd genomen dat er gebouwd zou worden in Zoetermeer, is de stad niet opgehouden met groeien met inmiddels 125.000 inwoners. In eerste instantie is vooral sociale woningbouw bijgebouwd. Veel mensen uit Den Haag kwamen van Schilderwijk en Duindorp naar Zoetermeer. Daarnaast kwamen er veel ambtenaren vanuit Den Haag naar Zoetermeer. Veel van die nieuwe inwoners bleven in het begin hun leven in bijvoorbeeld Scheveningen doorzetten. Daarmee was de sociale samenhang in Zoetermeer eerst toch minder. Inmiddels kennen we een bloeiend verenigingsleven. Het is voor een deel ook een voordeel, want iedereen is als het ware ‘nieuw in de kerk’. Veel mensen zijn bezig iets nieuws op te bouwen. Bij de kinderen die hier zijn geboren, is dat alweer anders.’

In Nederland had ik ineens geen ras meer  

‘Diversiteit is voor mij een ingewikkeld vraagstuk. Dat heeft er wellicht mee te maken dat ik niet altijd in Nederland heb gewoond. Ik weet nog dat ik voor het eerst in Nederland kwam, wij zaten daarvoor in Tanzania. Ik had hier voor het eerst geen ras meer. Niemand vroeg mij hier waar ik vandaan kom. Als je die vraag gewend bent, is dat een bijzondere gewaarwording. Ik heb vaak meer over mezelf het gevoel dat ik ergens anders vandaan kom, dan dat ik dat beeld heb bij de tweede en derde generatie Turkse en Marokkaanse Nederlanders die ik spreek. Ik denk dan, ja maar jij komt toch van hier, meer dan ik! Mijn tijd in het buitenland heeft er misschien voor gezorgd, dat ik wat minder kleur zie.’

Iedereen thuis  

‘We zijn erop gericht dat iedereen zich thuis voelt in Zoetermeer. Dat doel past ook bij onze sterke groei als gemeente. We hebben een aantal groepen die in mijn beleving van oudsher al heel goed meekomen. Met de grote Turkse en Marokkaanse gemeenschap in onze gemeente gaat het bijvoorbeeld goed Toch hebben we wel een aantal uitreizigers (Syriëgangers, HG). Daar moet je je als gemeente wel van bewust zijn, want dat heeft wel impact op de manier waarop groepen naar elkaar kijken.’  

De aanpak van de gemeente is vooral gericht op concrete ervaringen van bijvoorbeeld sportverenigingen: ‘Je moet aan de slag met uitsluitingsmechanismen, al zijn die vaak niet zo tastbaar. Daarom beginnen we met het ophalen van ervaringsverhalen. Dat gaat over hele kleine dingen. Wanneer wij een sportcafé met verenigingen hebben over de vraag hoe bind ik vrijwilligers aan mijn club, dan neem ik de vraag mee hoe je mensen met een andere achtergrond ook achter de bar krijgt bij de voetbalclub. Door het daarover te hebben, straal je uit dat je het belangrijk vindt dat iedereen meedoet.’ 

Zorgen over Eritrese statushouders 

Veel van de inzet van de gemeente is gericht op statushouders. Ook Zoetermeer neemt daarin haar deel. Wethouder Ter Laak constateert grote verschillen: ‘De Syrische statushouders zijn vaak hoogopgeleid en zijn zich heel bewust van hun positie als nieuwkomer in de samenleving. Vaak gaan ze aan de slag, ook al is het werk onder het niveau waarop zij in Syrië werkten.

Dat is met de Eritreeërs heel anders. Deze groep komt hier vaak omdat ze niet in het Eritrese leger willen dienen. Wat je in die groep ziet, is dat ze niet loskomen van hun tribe. Geld dat even over is, wordt dan naar huis gestuurd en dan komen ze aan het eind van de maand niet uit. Nu houden we vaak de vaste lasten in, zodat in ieder geval de huur en de elektriciteit is betaald. De vraag is hoe lang je dat kunt doen.
Het doel is toch dat deze mensen zo zelfstandig mogelijk functioneren in onze samenleving. We krijgen deze groep heel moeilijk bereikt, ook de maatregelen in Coronatijd landen daar niet. Zo komt deze groep nog gewoon bij elkaar. Wat je ziet, is dat zij uiteindelijk niet aanhaken op de lokale gemeenschap. Daar zouden we meer handvatten voor moeten hebben, anders krijg je over 10 jaar een enquête in de tweede kamer: Hoe komt het dat we deze groep geen onderdeel van onze samenleving is geworden. Dat is echt hard werken aan de integratie.’