Veel gedupeerde ouders raakten door hun financiële problemen ook hun huis kwijt. De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil deze groep helpen. Iets dat niet eenvoudig is in de oververhitte woningmarkt. Ze stelden daarom beleidsregels op om in de huisvestingsverordening een hardheidsclausule op te nemen voor gedupeerden. In gesprek met Wies van den Meiracker, projectleider en Ruben Henderiks, beleidsadviseur wonen.
Jaartal
2026Gemeente
“We zochten naar een manier om een woning toe te wijzen aan een gedupeerde ouder”, vertelt Ruben.
Dat was niet eenvoudig. “We dachten eerst aan lokaal maatwerk, maar dan gaat het niet langs de Toetsingscommissie Huisvesting. En met de schaarse woningvoorraad is het zo belangrijk om toewijzingen zorgvuldig af te wegen. Daarom was het beter om in de huisvestigingsverordening een hardheidsclausule op te nemen
voor een klein aantal gedupeerden, zeker omdat het binnen onze gemeente ‘maar’ om ongeveer 4-6 toewijzingen per jaar gaat.”
Zorgvuldigheid
Het inwoneraantal van de gemeente Pijnacker-Nootdorp loopt op naar de 60.000 en al blijft het een groot dorp, de grootstedelijke problemen zijn er wel. Ruben legt uit: “We hebben 17% sociaal huur en moeten voor iedere toewijzing heel zorgvuldig handelen. De hardheidsclausule maakt het proces duidelijker en geeft bestuurlijk draagvlak.” Wies vult aan: “We moesten de twee verschillende wethouders meekrijgen voor aanpassing van het beleid én hebben strenge voorwaarden geformuleerd.” De urgentie geldt alleen bij een direct verband tussen de situatie van een gedupeerde en het huisvestingsprobleem. Verder wordt er een uitgebreid bevindingenrapport opgesteld en voorgelegd aan de onafhankelijke Toetsingscommissie Huisvesting. “Ook een nauwe samenwerking met de woningcorporaties is nodig”, vertelt Wies. “En het belangrijkste: we zijn zeer terughoudend in het gebruik van de hardheidsclausule. We proberen het eerst anders op te lossen.”
Werkwijze
Wies legt uit: “Vanuit ons Steunpunt Gedupeerden Toeslagenaffaire (steunpunt) starten we de begeleiding van de ouders met een plan van aanpak. We zien dan meteen of er huisvestingsproblemen zijn en hoe de ouder hiermee geholpen kan worden. Dit wordt genoteerd in het bevindingenrapport.” Het rapport wordt besproken met de woningcorporaties en daarna voor toetsing voorgelegd aan de onafhankelijke Toetsingscommissie Huisvesting. Hun akkoord wordt verwerkt in een beschikking en de zoekopdracht naar een passende woning kan worden gegeven.
Woningcorporaties betrekken
“We zitten iedere drie weken aan tafel met de twee lokale woningcorporaties”, beaamt Ruben. “Vanaf het begin toonden zij begrip voor het toepassen van de hardheidsclausule.” Dat ging niet vanzelf: de woningcorporaties hebben ook te maken met andere urgente doelgroepen. Door de goede afstemming met de medewerkers van het steunpunt ontstond er begrip voor de doelgroep van de gedupeerden. Wies: “Inmiddels weten de woningcorporaties ook dat we het niet zomaar vragen en er ook geen misbruik van maken. Als we een casus hebben die om echte urgentie vraagt, betrekken de steunpuntmedewerkers de woningcorporatie al aan de voorkant. Daardoor kunnen zij al eerder de vragen stellen die anders op een later moment op tafel zouden komen.” Het mes snijdt dan ook aan twee kanten: de steunpuntmedewerkers krijgen van de woningcorporaties weer tips over hoe ze de zoekopdracht moeten inrichten.
Wies benadrukt: “We leggen ouders uit dat de hardheidsclausule geen garantie is. Het toewijzen van een woning is afhankelijk van het aanbod, zeker bij een specifieke zoekopdracht.” Ruben vult aan: “De insteek is altijd dat als mensen noodgedwongen door de toeslagenaffaire hun huis moeten verlaten, de gemeente helpt bij het vinden van een soortelijke woning. Maar als dat type niet beschikbaar is in de sociale woningvoorraad, kun je dit niet altijd aanbieden.”
Casus
“Binnen het aanbod van woningen zijn er drie categorieën”, vertelt Wies. “De eerste is de sociale woningbouw, de tweede categorie heeft woningen die daar qua prijs iets boven liggen en de derde categorie is de vrije sector.” Soms blijkt het type woning wel beschikbaar bij de woningcorporaties, maar is de huurprijs niet betaalbaar. Wies herinnert zich een gezin waarbij de nood hoog was. “Door de gevolgen van de toeslagenaffaire moest dit gezin noodgedwongen verhuizen naar een veel kleinere woning, met onvoldoende kamers voor alle gezinsleden. De problemen binnen het gezin liepen alleen maar verder op. Meerdere kinderen moesten met elkaar op een kamer slapen, waar ze ook hun huiswerk moesten maken. Dit leverde niet alleen ruzie maar ook nog meer stress binnen het gezin op.”
De steunpuntmedewerkers betrokken meteen de woningcorporaties erbij. Wies: “We hadden voor dit gezin een woning beschikbaar met een huur van ongeveer € 900. Te hoog dus voor een gezin met recht op huurtoeslag. Samen met de corporatie en de accountant hebben we toen gekeken hoe we de huur konden verlagen voor de gedupeerde.”
Evaluatie en leerpunten
Ze zijn er allebei kort over: “Neem de woningcorporaties vanaf het begin mee, zodat zij begrip krijgen voor deze groep. Je hebt ze nodig, ook bij het bovenstaande voorbeeld over het verlagen van de huur.” Ruben vult aan: “De Toetsingscommissie is ook belangrijk, want zij toetsen de urgentie op basis van de hardheidclausule. Hun onafhankelijke advies en kritische blik op het proces zijn echt van toegevoegde waarde. Een jaar na de start van deze werkwijze hebben we geëvalueerd en het proces nog verder aangescherpt.”
Wies: “Inmiddels hebben we een cyclus ingesteld om periodiek met elkaar te evalueren. Door met elkaar in gesprek te blijven, voorkom je wrijving.”
Ze geeft tot slot nog een paar tips: “Bij het invoeren van deze beleidsregels moet je echt zorgen dat alle betrokken teams bij de gemeente, management, wethouders én woningcorporaties goed op de hoogte zijn.” En als tweede: “Werk eraan om bevindingenrapportages zo eenduidig mogelijk te maken en leg deze met een heldere instructie uit aan de betrokken teams. En vergeet ook zeker niet om regelmatig te evalueren en dit vast te leggen.