Binnen de hersteloperatie kinderopvangtoeslag zijn er casussen die je volgens de regels kunt oplossen en casussen waarbij diezelfde regels iemand juist verder vastzetten. Dat speelde bij een jongeman in Amsterdam West: vastgelopen in de schulden, zonder stabiele woonplek én een kindgedupeerde. In gesprek met Phylicia Koswal, jongerenschuldhulpverlener bij Buurtteam Amsterdam West en Renske Berg, procesregisseur bij het doorbraakteam van de gemeente Amsterdam. Zij laten zien hoe vasthoudendheid, het bundelen van kennis en het durven inzetten van onconventionele oplossingen uiteindelijk perspectief boden voor de kindgedupeerde.

Jaartal

2026

Gemeente

Schrijnend verhaal

Renske herinnert het zich nog precies: “Phylicia bracht deze casus vanuit het buurtteam in bij ons doorbraakteam. Het verhaal raakte ons allemaal.” Phylicia beaamt: “Deze jongvolwassene raakte al vanaf zijn 18e jaar in de schulden door de kosten voor zijn zorgverzekering. Hij heeft echt geprobeerd om schulden af te lossen, maar deze liepen alleen maar verder op door de incassokosten en hij had ook geen vaste verblijfplaats meer.” 

De nieuwe school van de jongeman meldde zich bij Buurtteam Amsterdam West. Tijdens het schuldhulpverleningstraject bleek ineens dat hij ook een kindgedupeerde was. Phylicia: “Hij was destijds één van de eersten die de brief over de kindregeling kreeg, maar het aanvullend schuldhulpverleningsaanbod bestond nog niet.” Hij kreeg een jongerencoach toegewezen en Phylicia bracht zijn verhaal onder de aandacht van de stedelijk coördinator en uiteindelijk het doorbraakteam. “We hadden al een minnelijk traject ingediend, waarmee de schuldeisers niet akkoord gingen.” 

Renske vult aan: “Ik dacht meteen: dit kunnen we niet alleen en benaderde ook de schuldenexpert uit het team Hersteloperatie van de VNG, Annika Meekel.” Met de jongerencoach van de kindgedupeerde erbij was hun kennisgroepje compleet.

Opties afwegen

Met het kennisgroepje zetten ze alle acties nog een keer op een rijtje. “Renske vervolgt: “We kregen te horen dat drie schuldeisers niet wilden instemmen met het aanbod van de Kredietbank en er werd een Wsnp-advies gegeven. Binnen de Wsnp zou hij moeten gaan werken en zijn opleiding moeten onderbreken. “Maar zou er toch niet iets anders mogelijk zijn?”, vroeg Phylicia zich af. “Toen kwamen we samen op het idee om voor hem een fictief voorstel te maken. Hierin lieten we zien wat op basis van een fulltime inkomen het hoogst haalbare aflossingspercentage kon zijn, als hij zijn opleiding zou afbreken. Met hulp van Annika kregen we de Kredietbank hiervoor op onze hand.” Of het daarmee werd opgelost? Niets was minder waar: twee van de drie schuldeisers gingen nog steeds niet akkoord. “Dat was op dat moment weer zo’n tegenvaller voor de kindgedupeerde”, herinnert Phylicia zich. “Er werd beslag gelegd op zijn inkomen, terwijl hij zo zijn best deed.”

Op basis van dit fictieve inkomen maakte Phylicia daarom samen met een collega een voorstel voor een dwangakkoord met wat wél mogelijk zou zijn voor de kindgedupeerde. “Daarbij werd uitgegaan van zijn maximale aflossingscapaciteit als hij fulltime zou werken. Dit vormde de basis voor het aan te bieden saneringskrediet aan de schuldeisers. Vanaf dat moment hebben we er alles aan gedaan om hem zo goed mogelijk voor te bereiden op de zitting. We oefenden vragen met hem en -nog belangrijker- stelden hem gerust door te laten zien wat hij maximaal zou kunnen aflossen.”

Zitting en vonnis

Tijdens de zitting weigerden de schuldeisers akkoord te gaan met het voorstel, waardoor er geen minnelijke schuldregeling tot stand kon komen. Zij meenden dat hij de € 10.000 uit de kindregeling niet had gebruikt voor de schulden, wat volgens hen aantoonde dat hij geen intentie had om af te lossen. “De gemeente had eerder vanuit de brede ondersteuning een oude huurschuld betaald om aan de voorwaarden te voldoen voor een andere woning. Eén schuldeiser vond dat hierdoor de gelijkheid tussen de schuldeisers (paritas creditorum) zou zijn doorbroken”, vertelt Phylicia. 

De rechter verwierp deze bezwaren: de betaling van de huurachterstand kwam niet van de kindgedupeerde zelf maar van het doorbraakteam. De rechtbank bevestigt daarmee dat betalingen vanuit de brede ondersteuning niet worden gezien als persoonlijke aflossingen en doorbreken daarmee de paritas niet. Ook mocht de kindgedupeerde de kindregeling naar eigen inzicht (ruim voor de schuldregeling) vrij besteden. Door een fictief voorstel te baseren op een fulltime inkomen, kon de gemeente laten zien wat het maximaal haalbare aflossingspercentage voor schuldeisers zou zijn. Dit bleek een effectief middel voor een realistisch minnelijk voorstel dat de belangen van de kindgedupeerde én de schuldeisers respecteert.

Aan het eind van de zitting werd het dwangakkoord toegewezen. De schuldeisers moesten dus akkoord gaan met het fictieve voorstel. Dit vormde de basis om het saneringskrediet op te nemen in het plan van aanpak, zodat deze werd overgenomen door het ministerie van Financiën via de Spuk-regeling. De jongeman was hiermee in één keer van zijn schulden af, kan zich richten op zijn toekomst, én zijn opleiding afmaken.

Phylicia licht toe: “De kindgedupeerde was opgelucht, maar het drong nog niet tot hem door dat hij echt schuldenvrij was. Hij dacht dat hij eerst nog het saneringskrediet moest aflossen. Het besef dat hij nu schuldenvrij zijn leven kon beginnen, realiseerde hij zich pas na enige tijd.”

Emoties en nazorg

Na afloop van de zitting drong het ook tot Phylicia door: “We hebben zo vaak met de handen in het haar gezeten dat het niet lukte. En toen ineens was daar het vonnis. De kindgedupeerde had het echt nodig, na al die jaren in de schulden. Ik begeleid hem al een paar jaar en hij is nog niet eerder zo emotioneel geweest.”

Op het moment van dit interview is de zitting alweer een halfjaar geleden. “Het gaat goed met hem”, vertelt Phylicia. “Ik spreek hem toevallig binnenkort weer. Hij werkt samen met een coach die hem helpt om zijn doelen te halen en krijg ook hulp bij zijn eigen budgetbeheer. Maar hij wil het zo graag zelf gaan doen. Dat blijft spannend. Daarom is nazorg bij kindgedupeerden ook belangrijk.”

Ervaringen meegeven

Phylicia is er stellig over: “De oplossing is gekomen door het overleg met ons kennisgroepje. En door te blijven doorzetten. Dat is wat ik iedere collega in het land zou willen vertellen: ‘Geef nooit op’. Toen ik bij de zitting zat en de ontlading bij de kindgedupeerde zag ontstaan, wist ik twee dingen: ‘hier doe ik het voor, en: dit is wat het hebben van schulden doet met mensen’. Dan realiseer ik me weer hoe belangrijk ons werk is.”

Renske kon zelf niet bij de zitting zijn: “Ik kreeg tranen in mijn ogen toen ik de uitspraak hoorde. Je leeft zo mee. Het gaat erom dat je niet opgeeft. Als je merkt: dit doet geen recht aan de persoon die voor me zit. Ga dan op zoek gaat naar medestanders die kunnen meedenken én er hetzelfde inzitten.” Ze vult aan: “Binnen het doorbraakteam doen we er alles aan om iets mogelijk te maken. Maar dan is het wel nodig dat mensen als Phylicia dergelijke casussen inbrengen bij mijn team.” Phylicia lacht: “Het gaat er ook om dat je anderen opzoekt en met elkaar een oplossing bedenkt.”

Renske besluit: “Er zijn zoveel kindgedupeerden die ergens in een voortraject blijven hangen door opvattingen van ‘kan niet, mag niet, wil niet’ en dan nog in de schulden blijven zitten. Dankzij de vasthoudendheid van Phylicia is deze jongeman nu schuldenvrij!”