Precontractuele fase - afbreken onderhandelingen

De onderhandelingsfase leidt niet altijd tot een overeenkomst. Partijen zijn in beginsel vrij om de onderhandelingen af te breken. Dit is alleen anders als het afbreken bijvoorbeeld ‘onaanvaardbaar’ zou zijn op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in de totstandkoming van de overeenkomst. Van belang hierbij zijn de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt aan het ontstaan van het vertrouwen heeft bijgedragen en de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij.

In de jurisprudentie zijn twee situaties te vinden waarin het afbreken van onderhandelingen niet is toegestaan:

  1. Er is een rechtens relevant vertrouwen dat uit de onderhandelingen enigerlei contract zal voortvloeien.
  2. Het is in verband met de omstandigheden van het geval onaanvaardbaar dat er vrijelijk mag worden afgebroken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de afbrekende partij zich schuldig maakt aan onaanvaardbaar onderhandelingsgedrag, zoals het niet serieus onderhandelen of het aansturen op een breuk.

Als het niet is toegestaan de onderhandelingen af te breken, zijn er verschillende vorderingen mogelijk. De wederpartij kan een veroordeling vragen om door te onderhandelen. Hij kan ook kiezen voor een vordering tot schadevergoeding. 

Wanneer geen sprake is van één van de genoemde situaties waarin het niet is toegestaan de onderhandelingen af te breken, zijn partijen in beginsel vrij om zich uit de onderhandelingen terug te trekken. Toch kan het ook dan soms nodig zijn om de wederpartij een schadevergoeding te betalen, bijvoorbeeld als hij meer dan normale kosten heeft moeten maken als contractspartner of als hem bepaalde activiteiten zijn gevraagd waarvoor hij extra kosten heeft moeten maken.

Bijzondere situatie

Naast deze algemene regels over het afbreken van onderhandelingen doet zich voor de gemeente nog een bijzondere situatie voor. Haar beleidsvrijheid kan namelijk inhouden dat zij in het geval van gewijzigde beleidsinzichten de onderhandelingen mag afbreken. Net zoals in de situatie dat haar beleidsvrijheid meebrengt dat zij met een gerechtvaardigd beroep op onvoorziene omstandigheden niet verplicht kan worden tot nakoming van een door haar gesloten overeenkomst, is de gemeente dan meestal niet ontslagen van haar verplichting om schadevergoeding te betalen. Tot hoever die verplichting gaat, is afhankelijk van het stadium waarin de onderhandelingen zich bevinden.