Eigendom van netwerken

Voor gemeenten kan het antwoord op de vraag wie eigenaar is van een netwerk relevant zijn. Denk bijvoorbeeld aan discussies rond de eigendom van openbare verlichtingsnetten en rond riolering.

Einde aan de eigendomsdiscussie

Er bestond jarenlang onduidelijkheid over de vraag of de eigendom van een netwerk nu door verticale of horizontale natrekking werd bepaald. Natrekking is een bijzondere vorm van eigendomsverkrijging. Een kleinere, op zich zelfstandige zaak, gaat deel uitmaken van een grotere zaak. Dit betekent dat de eigendom van de kleinere zaak teniet gaat. Bij verticale natrekking zou de eigendom van een kabel of leiding in de grond dan aan de eigenaar van de grond toekomen. Bij horizontale natrekking aan het grotere geheel van het netwerk.  

Aan de onduidelijkheid over de eigendomsvraag is een einde gekomen met een aparte regeling in het Burgerlijk Wetboek. Volgens deze regeling ligt de eigendom van een net bij de bevoegde aanlegger van dat net of zijn rechtsopvolger, ook als dit net eerder is aangelegd.

Wat is een net?

Een net bestaat uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie (bijvoorbeeld elektriciteitsnetten, gasnetten, waterleidingnetten, riolering en elektronische communicatienetwerken). Het is of wordt in, op of boven de grond van anderen aangelegd.

De eigendom van een netwerk kan worden ingeschreven in de openbare registers. Als niet te achterhalen is wie de bevoegde aanlegger is, is degene die zich op 1 februari 2007 als eigenaar gedroeg bevoegd om het netwerk in te schrijven.

Meer informatie

Jurisprudentie

Wetsartikelen