Belemmeringenwet Privaatrecht

De Belemmeringenwet Privaatrecht (BP) geeft de minister van Infrastructuur en Milieu (I&M) de bevoegdheid om een rechthebbende van een stuk grond te verplichten om de aanleg en/of instandhouding of wijziging van werken in, op of boven zijn grond te gedogen (bijvoorbeeld leidingen, kabels, mastvoeten e.d.).

Deze gedoogverplichting kan alleen worden opgelegd voor openbare werken van algemeen nut. Ondernemers van een openbaar werk (gas- water- en elektriciteitsbedrijven) en overheden kunnen een beroep doen op de BP. Zo kan de gemeente een beroep doen op de wet voor de aanleg van riolering in particuliere grond. De rechthebbende van de grond heeft recht op vergoeding van schade als gevolg van de gedoogplicht.

Procedure BP en wettelijke taken gemeenten

De BP gaat ervan uit dat partijen eerst proberen om onderling tot overeenstemming te komen. Als dat niet lukt, kan op grond van de BP de minister worden verzocht om een gedoogverplichting op te leggen op het perceel van de rechthebbende. De gedoogplichtprocedure wordt namens de minister van I&M uitgevoerd door Rijkswaterstaat Corporate Dienst te Utrecht. 

Voordat een gedoogverplichting kan worden opgelegd, moeten eerst de procedures worden doorlopen die de wet voorschrijft. Bij het doorlopen van de procedures moet de gemeente onderstaande taken uitvoeren op grond van artikel 2 BP:

  • De gemeente legt het verzoek voor oplegging van een gedoogplicht met bijbehorende stukken voorafgaand aan de hoorzitting gedurende 14 dagen in het gemeentehuis ter inzage
  • De gemeente vermeldt de terinzagelegging van het verzoek, met datum en tijdstip van de hoorzitting, in het huis-aan-huis blad dat wekelijks binnen de gemeente wordt verspreid. NB alleen elektronische publicatie is onvoldoende
  • De  gemeente nodigt de rechthebbende(n), van wie het perceel in de gemeente ligt, schriftelijk uit voor de hoorzitting
  • De gemeente legt de gedoogbeschikking gedurende 14 dagen in het gemeentehuis ter inzage
  • De gemeente vermeldt de terinzagelegging van de gedoogbeschikking in het huis-aan-huis blad dat wekelijks binnen de gemeente wordt verspreid

Rijkscoördinatieregeling en klassieke procedure

Als er geen sprake is van een Rijkscoördinatieregeling (de regeling waarbij de rijksoverheid bij projecten van nationaal belang de besluitvorming kan coördineren) dan verloopt de procedure via Gedeputeerde Staten (GS). Dit wordt ook wel de klassieke procedure genoemd. GS stuurt de stukken aan de gemeente met het verzoek haar wettelijke taken uit te voeren. De hoorzitting en de communicatie hierover met rechthebbenden, adviseurs en verzoeker, wordt verzorgd door GS. De hoorzitting vindt plaats op het gemeentehuis van de betreffende gemeente waarbinnen het perceel ligt.

Als er wel sprake is van een Rijkscoördinatieregeling is GS geen partij. Rijkswaterstaat stuurt de stukken aan de gemeente met het verzoek haar wettelijke taken uit te voeren. De hoorzitting en communicatie erover wordt door de gemeente in samenspraak met Rijkswaterstaat verzorgd.In dit geval heeft de gemeente naast de hierboven genoemde taken nog als extra taak:

  • De gemeente stelt de rechthebbende(n) per aangetekende brief op de hoogte van het gedoogverzoek