Denise (55 jaar) - Ik ben de schaamte voorbij

Tijdens haar studie in Leiden raakt Denise voor het eerst helemaal in de war. Het is januari 1981, het vriest en Denise besluit in haar nakie de zee in te rennen. De politie vist haar uit het water. Ze wordt opgenomen.

‘Psychogene psychose bij infantiele, neurotische jonge vrouw met hysterische karaktereigenschappen’ is het oordeel van de de psychiater. Na een verblijf van drie maanden trekt ze in bij een oom en tante en gaat in dagbehandeling.

Ik ben in totaal 13 keer opgenomen geweest. Het duurde bijna 10 jaar voordat de juiste diagnose werd gesteld: manisch-depressief. Nu, nog weer 25 jaar later, kan ik zeggen dat ik vrij stabiel ben.

Beschermd opgegroeid

'Ik ben heel beschermd opgevoed, mijn moeder deed alles voor mij. Mijn vader heeft als jongetje in een Japans interneringskamp gezeten. In ons gezin werd niet met elkaar gepraat over dingen die er werkelijk toe doen. Als tiener was ik dol op mijn vader, maar maakte ook veel ruzie met hem.'

Als Denise 6 jaar is, ziet ze voor haar ogen haar oma verongelukken bij een aanrijding met een bus. Haar moeder overlijdt als ze 16 jaar is, ook bij een auto-ongeluk.

Ik weet niet of mijn beschermde jeugd, mijn karakter, aanleg, of deze traumatische gebeurtenissen ervoor hebben gezorgd dat ik manisch-depressief werd. Na mijn eerste opname had ik een heel laag zelfbeeld en voelde me totaal mislukt.

Rustige en zwarte periodes

In 1985 ontmoet Denise tijdens een therapie haar beste vriendin en haar latere echtgenoot Edwin. Ook krijgt ze medicijnen die goed werken. Een rustige periode in haar leven breekt aan. Ze vindt werk als secretaresse bij een advocatenkantoor waar ze - ondanks haar terugkerende opnames - bijna 25 jaar zou blijven werken.

Na de geboorte van haar zoon Deswin krijgt Denise een postpartum psychose. Vijf jaar later maakt haar echtgenoot een einde aan zijn leven. Denise vindt steun in het geloof. Dan komt Evert Jan naast haar wonen, twee jaar later trouwen ze. In 2010 krijgt Denise een ernstige depressie met wanen en hallucinaties. Zij wil absoluut niet voor een twaalfde keer worden opgenomen. Na een onstabiel jaar waarschuwt Deswin Denise: ‘Dit gaat Evert Jan niet volhouden.’

Herstellen is haalbaar

Uiteindelijk besluit Denise zich op te laten nemen, dit keer in een Joodse instelling. ‘Dat was anders dan de andere opnames: ik werd met respect behandeld en er werd naar me geluisterd. Ik kreeg een eigen kamer, lekker eten en goede therapie. Ook Evert Jan werd betrokken bij de behandeling.’

Een lezing van ervaringsdeskundige Martijn opent haar ogen. Genezen is moeilijk, is de boodschap, maar herstellen is haalbaar. ‘Daar hoorde ik voor het eerst over “Herstel, Empowerment en Eigen kracht” en herstelondersteunende zorg. Als híj uit die ellende kan komen, kan ik toch ook de mijne overwinnen?’ Denise geeft zich op voor een herstelwerkgroep. Er gaat een wereld voor haar open. Ze vindt herkenning in de dingen waarmee ze al haar hele leven mee worstelt.

Achter de verwarring

De zorg voor verwarde personen kan anders, vindt Denise: 'Luisteren naar cliënten is ongelofelijk belangrijk. Wie is de persoon achter de verwarring? Ga náást iemand zitten en luister. En stel jezelf voor: hoe zou ik zelf behandeld willen worden?'

Wie is de persoon achter de verwarring? Ga náást iemand zitten en luister. Vraag jezelf af: hoe zou ik behandeld willen worden?

'Het heeft lang geduurd, maar voor mij is het stigma er nu af. Ik ben de schaamte voorbij. Het geeft veel energie om niet meer te doen alsof. Mijn manisch-depressiviteit heb ik kunnen omarmen. Rust, reinheid en regelmaat: dat werkt voor mij.  Ik ben een leuker mens geworden en heb een zinvol leven.'