Den Haag, 27 mei 2019

‘Dankzij de inzet van vele vertegenwoordigers van gemeenten en de vereniging is het kabinet tot inzicht gekomen om de komende jaren zoveel mogelijk tegemoet te komen aan onze wens om onze inwoners niet de dupe te laten worden van de tekorten in de jeugdzorg.

Gemeenten krijgen in 2019 € 420 miljoen, in 2020 € 300 miljoen en in 2021 € 300 miljoen. Dit geeft gemeenten, zeker in het eerste jaar, wat lucht.

Het kabinet zegt hier echter geen structureel karakter aan te kunnen geven. Dat is zeer teleurstellend. Wel is het kabinet bereid in te stemmen met een, onder gezamenlijk opdrachtgeverschap, nader onderzoek (over de periode 2015 - 2019), om te bepalen welke structurele compensatie nodig is, met daaraan gekoppeld een arbitrage.

Daarnaast zal het kabinet de provinciale toezichthouders een richtlijn geven zodat gemeenten een meerjarendekking in de begroting kunnen opnemen voor de uitgaven jeugd. De druk om op andere voorzieningen te bezuinigen wordt hiermee verlicht.

Daarnaast heeft het kabinet in de Voorjaarsnota middelen beschikbaar gesteld voor de GGZ. De reeks loopt op van € 50 miljoen in 2019 tot € 95 miljoen in 2022 en wordt daarna structureel.

De doelstelling voor ambulantisering wordt verlaagd van 20% naar 10% en passend gemaakt bij het overeengekomen gemeentelijke budget. Niet alleen wordt zo de druk op de wijken door instroom van kwetsbare mensen verminderd, ook worden gemeenten zo in staat gesteld de ondersteuning te bieden voor cliënten die met begeleiding gaan wonen. Er zullen nadere afspraken worden gemaakt met betrekking tot de randvoorwaarden en uitvoering van het hoofdlijnenakkoord.

Wij zullen het bovenstaande met onze leden bespreken tijdens de Algemene Ledenvergadering van alle gemeenten op 5 juni in Barneveld.’

Meer informatie