Overheden werken aan Interbestuurlijk Programma

Nummer 1, 26 januari 2018

Auteur: Marten Muskee

De VNG werkt met de medeoverheden aan een Interbestuurlijk Programma om voorliggende maatschappelijke vraagstukken gezamenlijk op te pakken. Het programma, dat de gebruikelijke bestuursakkoorden per thema vervangt, biedt gemeenten kansen om op een programmatische manier samen te werken met de andere overheden en goede afspraken te maken.

Het Interbestuurlijk Programma omvat een breed aantal onderwerpen als wonen en bereikbaarheid, klimaat en energie, de schuldenaanpak, ondermijning en digitale dienstverlening. Volgens directeur beleid leefomgeving Edward Stigter, die namens de VNG het ambtelijk overleg voert, gaat het om urgente opgaven die om een programmatische samenwerking tussen de overheden vragen. Het Interbestuurlijk Programma waarvoor eind februari de uitgangspunten moeten worden vastgesteld, geldt als nieuwe samenwerkingsvorm waarbij de overheden op basis van gelijkwaardigheid de vraagstukken in de komende jaren willen oplossen.  

‘Het Rijk formuleerde traditioneel allerlei ambities, kwam met een regeerakkoord, sprak vervolgens met de andere overheden over geld en dat werd afgetikt in een bestuursakkoord. Dat doen we niet meer’, vertelt Stigter. ‘Bij de grote opgaven waar we voor staan, spelen alle overheden een rol en dragen verantwoordelijkheid. Een effectieve uitvoering vraagt dan ook om een programmatische samenwerking. In het Interbestuurlijk Programma staan de opgaven die we de komende jaren verder uitwerken, inclusief de financiële paragraaf die daarbij hoort.’

In het document dat eind februari op tafel ligt, staan afspraken over hoe partijen willen gaan samenwerken. Ook is vastgelegd wat te doen wanneer een van de partijen anders handelt dan is afgesproken, bijvoorbeeld vanwege onvoorziene omstandigheden als een hoge instroom van asielzoekers. De financiële paragraaf legt het kader vast voor de macrobudgetten die betrokken worden. Bij de verdere uitwerking per onderwerp worden pas concrete afspraken gemaakt over de exacte bijdragen van de overheden en waar die voor worden benut.

Wederzijds belang

Het Interbestuurlijk Programma laat het wederzijds belang en de afhankelijkheid tussen de overheden zien. Stigter: ‘Er is het Rijk veel aan gelegen dat gemeenten meedoen aan het programma, zij moeten het beleid uiteindelijk uitvoeren. Daar staan van onze kant wensen en randvoorwaarden tegenover. We maken afspraken over het totaal aan thema’s, opgaven en spelregels met een zekere financiële duiding en gaan op basis daarvan aan de slag. We staan nu nog maar aan het begin van de samenwerking waarbij we ambities met elkaar delen. Bij de concrete invulling per thema vragen we de gemeenten mee te denken en het programma mee te ontwikkelen.’

Randvoorwaarden

De VNG heeft twee randvoorwaarden gesteld voor deelname aan het Interbestuurlijk Programma. Zo moet onder meer de huidige financiële problematiek in het sociaal domein worden opgelost. Daarnaast is het wat betreft Stigter evident dat gemeenten zelf invulling geven aan het accres. ‘Het kan zijn dat wij allerlei ambities hebben en afspreken dat gemeentelijke middelen besteed gaan worden aan klimaatadaptatie en de energietransitie, maar dat kunnen we niet afdwingen. Uiteindelijk gaan de gemeenteraden daar zelf over.’

Voordeel van het Interbestuurlijk Programma is dat het een minder statische manier van werken biedt dan het gebruikelijke bestuursakkoord waarbij op moment x afspraken zijn gemaakt. Stigter: ‘De overheden doen het gezamenlijk en bij onvoorziene ontwikkelingen bij een van partijen of in de samenleving, overleggen we daarover. Komen we er niet uit, dan is er een escalatiemanier om de situatie af te handelen. Alle overheidslagen zijn ervan overtuigd dat dit de manier is om de uitdagingen waar we voor staan op te pakken.’