OTAV stopt: Achterstanden ingelopen maar alertheid geboden

Nummer 11, 30 juni 2017

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: Sanne Linsen/Driepoot

Achterstanden in de huisvesting van vergunninghouders behoren binnenkort tot het verleden. Dankzij inspanningen van gemeenten. Toch moeten gemeenten de vinger aan de pols houden, zegt Marlies Volten, accountmanager van het OndersteuningsTeam Asielzoekers en Vergunninghouders (OTAV).

‘De komst van asielzoekers is een vraagstuk waar gemeenten onvoldoende controle op hebben; je weet immers nooit wat er gaat gebeuren,’ aldus Volten. Alertheid blijft dus geboden. Nu oorlogsvluchtelingen als gevolg van de zogeheten Turkije-deal van ruim een jaar geleden Europa niet meer kunnen bereiken, is de vraag naar opvang drastisch afgenomen. Als het gemeenten lukt om deze maand 2700 vergunninghouders te huisvesten, zijn de achterstanden weggewerkt.
Volten heeft in de praktijk ervaren hoeveel moeite gemeenten zich hebben getroost om passende huisvesting te vinden voor statushouders. ‘Ze voelden zich zo’n twee jaar geleden duidelijk overvallen door de grote vraag naar woningen voor vergunninghouders. Maar gemeenten gingen constructief aan de slag, vooral door samen te werken. Wij hebben ook geprobeerd om gemeenten aan elkaar te koppelen. Want vergis je niet, je hebt niet zomaar een extra blok met sociale huurwoningen gerealiseerd, dat kost tijd.’

Je weet immers maar nooit of en wanneer het aantal asielzoekers weer toeneemt

De gemeente Landgraaf weet hoe moeilijk het kan zijn om aan de huisvestingsvraag van statushouders te voldoen. Daisy Eggen, medewerker van de afdeling maatschappelijke ontwikkeling: ‘We hebben hier een grote en een kleine woningcorporatie, die lang niet altijd geschikte woningen beschikbaar hadden.’ Daar kwam bij dat de vraag van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) sterk wisselde. ‘Dan weer moesten we grote gezinnen huisvesten, dan weer kregen we veel alleenstaanden toegewezen. Zie dat maar eens te managen.’
Advies van het OndersteuningsTeam Asielzoekers en Vergunninghouders (zie kader) was gewenst. ‘Bij de grote instroom van asielzoekers eind 2015 hebben we hen benaderd. Wij hadden een lijst met beschikbare panden maar wisten niet of die panden geschikt zijn of passend te maken zijn. Zij hadden daar veel beter zicht op, net als op de kosten van die aanpassingen.’
Leden van de expertpool van OTAV hebben de twintig beschikbare panden beoordeeld. Vier ervan achtte het team geschikt. ‘Die hebben we vervolgens voorgelegd aan ons college, dat er één heeft uitgepikt, een school.’ Die school is grondig verbouwd zodat elf wooneenheden ontstonden, acht voor gezinnen en drie voor éénpersoonshuishoudens. De eenheden fungeren als doorstroomlocatie.’
Landgraaf heeft ook het nodige gehad aan Platform Opnieuw Thuis (zie kader). ‘Vooral van de factsheets hadden we profijt’, zegt Eggen. ‘Daar staat bijvoorbeeld informatie in over subsidiëring; waarvoor kun je kiezen en hoe pakken andere gemeenten dat aan? Die factsheets brachten ons ook op het idee om eens in Weststellingwerf op locatie te gaan kijken.’
De beschikbaarheid van sociale huurwoningen was in Ede geen groot obstakel. ‘Met de hulp van de grootste woningbouwvereniging in Ede hebben we bijvoorbeeld eenentwintig appartementen omgebouwd tot 63 kamers voor de grote toestroom van alleengaande statushouders. Dat ging eigenlijk vrij probleemloos’, aldus Silke van Bovene, coördinator dossier statushouders. En ook het huisvesten van grotere gezinnen lukte uiteindelijk vaak makkelijk. ‘De samenwerking tussen de woningcorporatie, gemeente en Vluchtelingenwerk is hierbij de belangrijkste succesfactor.’

Doorstroomvoorraad

Dat de ergste nood op het gebied van huisvesting van statushouders nu wel gelenigd is, wil niet zeggen dat gemeenten op hun lauweren gaan rusten. Je weet immers maar nooit of en wanneer het aantal asielzoekers weer toeneemt. Eggen (Landgraaf): ‘Voor de totstandkoming van onze doorstroomlocatie hebben we gebruikgemaakt van de Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders. Volgens die regeling moet de woonvoorziening vijf jaar openblijven, dus de komende vier jaar zitten we nog wel goed met onze doorstroomvoorraad.’
Van Bovene denkt dat Ede in ieder geval qua huisvesting een eventuele nieuwe grote toestroom van asielzoekers wel aankan. ‘Je hebt altijd drie maanden de tijd om toegewezen statushouders te huisvesten, dat gaf en geeft ons nu voldoende tijd om een geschikte woning te vinden.’ De gemeente kan dan waarschijnlijk ook een aantal van de 63 kamers inzetten. ‘Want er komen steeds kamers vrij doordat de bewoners elders gaan wonen met gezinsleden die later zijn ingestroomd. We zullen wel continu deze wijze van huisvesten blijven monitoren om te bepalen of en hoe we hiermee verder gaan’.

Nareizigers

Hoewel de grote stroom asielzoekers inmiddels is verkleind, komen er nog wel nareizigers naar Nederland. Volten: ‘En als die er zijn, wacht gemeenten een volgende uitdaging voor statushouders. De vraag is namelijk hoe zij hen helpen volwaardig deel te nemen aan de maatschappij, eventueel in een baan. Dergelijke vraagstukken in het kielzog van de huisvesting, zijn groot.’
Eén daarvan is de begeleiding van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s). OTAV heeft in februari een bijeenkomst georganiseerd voor Barneveld, Ede en Wageningen over de (vervolg)huisvesting en begeleiding van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Van Bovene (Ede): ‘Daar hebben we zeker iets aan gehad.’
Daarnaast heeft OTAV Ede geattendeerd op een Eritrese coach die Eritrese jongens helpt op de internationale schakelklas. ‘Onze gemeente heeft hem kunnen inzetten vanuit de OTAV-expertpool.’ Niet alleen de jongens werden geholpen, maar ook de docenten. ‘De cultuur van die jongens staat erg ver af van die van ons: vaak zijn ze nog nooit naar school geweest, hebben ze niet al te veel respect voor hun docenten en leven ze ’s nachts waardoor ze overdag te moe zijn om zich te concentreren. De hulp via OTAV kwam dus goed van pas.’

Netwerken

OTAV heeft niet alleen nieuwe netwerken helpen opbouwen op het gebied van huisvesting, het heeft ook aangehaakt bij bestaande netwerken. Volten: ‘Bijvoorbeeld op het gebied van wonen, participatie en integratie.’ Daar is ook het COA mee bezig. ‘Dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat iemand in een regio wordt gehuisvest waar behoefte is aan zijn specifieke kennis of kunde. Je moet iemand met een agrarische achtergrond natuurlijk niet in Amsterdam huisvesten.’ Zo zijn er nog meer netwerken waar gemeenten een beroep op kunnen doen, bijvoorbeeld arbeidsmarktregio’s en de netwerken rond de OTAV-gezondheidscoördinatoren. ‘Het is erg belangrijk dat gemeenten die netwerken de komende tijd benutten voor vraagstukken op het gebied van onder meer gezondheid, participatie, integratie en jongeren,’ aldus Volten.
Netwerken in de regio hebben daarbij een extra waarde, meent Eggen (Landgraaf). ‘Je kent elkaar en je weet elkaar toch makkelijker te vinden. Dat blijkt ook rond onze doorstroomlocatie. Gemeenten in de regio weten van het bestaan ervan. Ik kan mij voorstellen dat wij in de toekomst benaderd worden door andere gemeenten om hen te helpen bij het tijdelijk opvangen van statushouders die aan deze gemeenten gekoppeld zijn. Gezien onze ervaring en kennis zouden wij gemeenten kunnen adviseren bij het realiseren van een opvanglocatie.’
Voor directe ondersteuning op het gebied van gezondheid, participatie en werk zijn het Ondersteuningsprogramma Gezondheid Statushouders (OTAV Gezondheid)  en het Programma Screening en Matching (Divosa/SZW) nog een tijdje beschikbaar. Een geruststellend idee, vindt Eggen: ‘Statushouders hebben in het eerste jaar doorgaans veel gezondheidszorg nodig. Tips over bijvoorbeeld doorverwijzingen en informatie over inentingen die zij nodig hebben, zijn welkom.’

OTAV

Het OndersteuningsTeam Asielzoekers en Vergunninghouders (OTAV) is een samenwerking tussen de VNG en het Rijk en het is opgezet om gemeenten te ondersteunen bij hun beleid voor asielzoekers en vergunninghouders. OTAV heeft drie kerntaken: beantwoorden van praktische en inhoudelijke vragen (helpdeskfunctie), op verzoek ondersteuning bieden via accountmanagers, en met hulp van een expertnetwerk ondersteuning bieden bij grotere projecten (bijvoorbeeld transformatie van een pand). OTAV publiceert bovendien handreikingen en veelgestelde vragen en houdt gemeenten op de hoogte van de regelgeving.

Platform Opnieuw Thuis

Het Platform Opnieuw Thuis is opgericht om gemeenten en corporaties te ondersteunen bij de huisvesting van vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Het platform is een samenwerkingsverband van gemeenten, woningcorporaties, provincies, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, vereniging van woningcorporaties Aedes, de VNG, het Interprovinciaal Overleg, Platform 31 en de ministeries van SZW, VenJ en BZK.

Gezondheid statushouders

Een goede gezondheid is cruciaal voor de participatie van vluchtelingen met een verblijfsvergunning die in een gemeente wonen (statushouders). Het Ondersteuningsprogramma Gezondheid Statushouders ondersteunt gemeenten in hun regierol bij de zorg voor de gezondheid van statushouders. Het programma is een samenwerking tussen OTAV (VNG/Rijk), Pharos en GGD GHOR Nederland.

Ondersteuning aan gemeenten per 1 juli

Het OndersteuningsTeam Asielzoekers en Vergunninghouders (OTAV) en het Platform Opnieuw Thuis beëindigen hun directe ondersteuning met accountmanagers en experts in juli. De producten van beide programma’s, zoals factsheets en praktijkvoorbeelden, blijven nog wel toegankelijk via www.vng.nl/otav en www.gemeentenvandetoekomst.nl.

Gemeenten kunnen met hun vragen over asiel en integratie telefonisch terecht bij het Klantcontactcentrum van de VNG via 070-373 8393 en otav@vng.nl. Ook het Forum Asiel en Integratie op vng.nl blijft actief. Voor directe ondersteuning op het gebied van gezondheid, participatie en werk zijn de regiocoördinatoren van het Ondersteuningsprogramma Gezondheid Statushouders (OTAV Gezondheid) en van het Programma Screening en
Matching (Divosa/SZW) tot respectievelijk 1 mei 2018 en 31 december 2017 beschikbaar.