Overzicht veelgestelde vragen over Wsw

Hieronder treft u de categorieen aan met vragen en antwoorden binnen het betreffende dossier. U kunt deze openklappen en lezen door op een categorie/vraag te klikken.

De afspraken zijn gemaakt op basis van twee financieringsbronnen, de compensatie van de loon – prijs ontwikkeling (LPO) door het ministerie van SZW (zie brief bij het onderhandelaarsakkoord) en de daling van de pensioenpremie.

De afspraak die betrekking heeft op de stijging van de lonen van werknemers die meer dan het wettelijk minimumloon (WML) verdienen wordt gefinancierd door de compensatie van de LPO.
De eenmalige uitkering van € 325 in maart 2016 en de structurele stijging van de eindejaarsuitkering worden gefinancierd door de daling van de pensioenpremie.

Ja, dat is het geval. De compensatie die gemeenten in de jaren 2016, 2017 en 2018 ontvangen is structureel. Het gaat bij de gemaakte afspraak om het principe dat wat gemeenten binnenkrijgen wordt gebruikt voor de loonsverhoging van de werknemers die meer dan WML verdienen.

Werknemers die meer dan WML verdienen hebben in de afgelopen jaren geen enkele loonsverhoging gekend. Zij profiteren immers niet mee met de 2-jaarlijkse indexatie van het WML in januari en juli. Werknemers die meer dan WML verdienen ontvangen in juli 2016, 2017 en 2018 een stijging van de lonen gelijk aan de indexatie van het WML. Deze stijging is structureel.
Als dat de compensatie van de LPO hoger is dan de indexatie van het WML in juli dan ontvangen zij in januari van het jaar daarop een stijging van het loon met het verschil van de LPO en de eerder ontvangen loonstijging.
Stel LPO in 2016 = 2% en de indexatie van het WML in juli 2016 = 1,4%, dan ontvangen deze werknemers in januari 2017 een salarisstijging stijging van 0,6%. Vanwege deze afspraak zal de laatste loonsverhoging, volgens deze cao, in januari 2019 worden doorgevoerd.

Ondanks aandringen op een structurele oplossing heeft het ministerie niet verder willen gaan dan een afspraak voor deze 3 jaar. De VNG blijft zich inzetten om deze afspraak structureel te maken.

De loonsverhogingen op basis van deze cao zijn structureel en werken dus ook na 2018 door. Ook de toegekende compensatie is structureel, wat meebrengt dat er geen negatieve financiële gevolgen kleven aan deze afspraak. Nadat de laatste compensatie in 2018 is overgemaakt en is uitbetaald in januari 2019, zijn er alleen loonsverhogingen als die in een volgende cao worden afgesproken.

Ja, dat klopt, we praten dan over budget-neutrale afspraken gedurende de looptijd van de cao. De uitgaven in 2015 zijn hierbij als uitgangspunt genomen. De pensioenpremie daalt structureel.
In 2016 wordt een eenmalige uitkering toegekend van € 325. Vanwege deze eenmalige uitkering en de verhoging van de eindejaarsuitkering zal in 2016 iets meer worden uitgegeven in 2015. Voor 2017 en 2018 is alleen de verhoging van de eindejaarsuitkering afgesproken. Het totaal van de afspraken over de looptijd van de cao is budget-neutraal.

Met “het college draagt er zorg voor dat aan zoveel mogelijk ingezetenen die geïndiceerd zijn voor de WSW, een dienstbetrekking wordt aangeboden voor het verrichten van arbeid onder aangepast omstandigheden” hebben cao-partijen de huidige/bestaande groep van SWmedewerkers beoogd. Mensen die op 1 januari 2015 geen dienstbetrekking hadden en op de wachtlijst stonden vallen niet onder de werking van de cao en dus ook niet onder de gemaakt afspraak.