Verbinding lokaal – regionaal

Hoe succesvol bijdragen?
Welke benaderingen treffen we aan in de praktijk?
Het strategisch pad voor een succesvolle bijdrage
Meer informatie (websites, publicaties, literatuur)

Hoe succesvol bijdragen?

Werkgevers zijn voor hun personeelsvraag niet gebonden aan één gemeente. Daarom is het van belang dat gemeenten zich niet alleen op hun eigen vraagstuk richten, maar zich ook de vraag stellen welke onderwerpen zij zelf oppakken en aanjagen en voor welke onderwerpen een regionale aanpak nodig is. Vragen die bestuurders daarbij stellen zijn: hoe kun je als bestuurder zorgen dat lokale en regionale initiatieven elkaar versterken? Wat doe je lokaal, wat regionaal? En hoe zorg je voor een goede verbinding tussen lokaal en regionaal?

Welke benaderingen treffen we aan in de praktijk?

Over het verbinden van lokale en regionale werkgeversdienstverlening door regionale samenwerking is consensus. Zowel de lokale netwerken als regionale netwerken hebben hun eigen belang. De regionalisering naar 35 arbeidsmarktregio’s mag niet leiden tot verwaarlozing van de lokale netwerken. Maar de inzet op het lokale netwerk mag niet leiden tot het bevragen van dezelfde werkgever vanuit verschillende uitvoeringsorganisaties. De afstemming tussen verschillende lokaal, subregionaal en regionaal niveau moet goed werken. De regionale organisatie voor deskundigheid en schaal moet kloppen, bijvoorbeeld door je klantenbestand te delen en kandidaten in een andere regio te zoeken als een vacature niet vervuld wordt. Ook hierbij verwijzen we naar de publicatie Samenwerking werkgeversdienstverlening gemeenten en UWV. Ontwikkelvarianten en afwegingen van de Programmaraad.

De regionalisering van de werkgeversdienstverlening is volop gaande, maar gaat gepaard met een diversiteit van ontwikkelingen naar een bredere regionalisering. De variant linksonder in onderstaande figuur (‘geen regionale samenwerking wgd’) is dus uitzondering geworden, maar rechtsboven (‘Brede samenwerking 3D, arbeidsmarkt, economie en werkgeversdienstverlening’) is zeker nog niet het algemene beeld in het land. Zelfs aan de regionale samenwerking op het gebied van werkgeversdienstverlening wordt nog volop gesleuteld op veel plekken. Vaak vinden meerdere bewegingen naast en met elkaar verbonden plaats.

Ook al is er dus die consensus naar regionale samenwerking, dan nog zijn er verschillende benaderingen. Met name is er verschil in de wijze van verbinden van lokaal en regionaal. In sommige regio’s is het startpunt nadrukkelijk ‘werken vanuit de lokale netwerken’; in andere regio’s zijn de regionale netwerken meer uitgangspunt. Dat blijkt uit verschillende posities op de volgende assen:

  • Eén regionaal netwerk  versus vanuit lokaal naar regionaal netwerk
  • Eén regionaal arbeidsmarktbeleid – lokale plannen als basis

Wat ook de benadering is, er is algemeen het besef dat het gaat om benutting van lokale én regionale netwerken. Vanuit regionaal niveau mis je ‘de bakker om de hoek’; de lokaal bindende rol van bestuurders is wezenlijk zo bleek steeds weer uit de gesprekken. Maar vanuit lokaal niveau mis je al snel bovenlokaal opererende bedrijven. Die afstemming eist dus hoe dan ook goede organisatie en communicatie. De in SUWI ontwikkelde benadering voor regionale werkgeversdienstlening vruchtbaar maken blijft eerste prioriteit en heel belangrijk (zie wederom Samenwerking werkgeversdienstverlening gemeenten en UWV. Ontwikkelvarianten en afwegingen). Voorbeelden van regionale afstemming zijn bijvoorbeeld de postcodeaanpak in Friesland en het Regionaal sociaal akkoord Rivierenland.In sommige regio’s vindt ook veel systematischer regiovorming plaats, bijvoorbeeld rondom de verschillende decentralisaties, naar een specifiek gebied of naar een portfolio van regionale verbanden vanuit de regionale samenwerkingsverbanden die al bestonden. Weer elders is men nog hevig op zoek naar de juiste schaal en netwerken. In weer andere gebieden wacht men af wat er zo aan regelgeving komt. Een en ander blijkt uit posities op de assen.

  • Systematisch (harmonisatie, portfolio) dan wel naar opportuniteit/regelgeving  regionale verbanden versterken
  • Actief versus passief  regio’s nastreven

Het strategisch pad voor een succesvolle bijdrage  

Afstemming en kwaliteit door schaal zijn hier de belangrijke, benoemde succesfactoren. Consensus over het belang van regiovorming mag geen vertekend beeld geven van wat nog aan optimalisering mogelijk is. In veel regio’s en vanuit veel gemeenten is nog veel te bereiken. De noodzakelijke beweging van ‘onder’ naar ‘boven’ in de bovenstaande figuur zou men bij deze regiovorming in brede zin als strategisch pad kunnen definiëren. In ieder geval moet er systematisering naar gebied of een ordelijk portfoliovorming plaats vinden met verbindingen die afstemming en kwaliteit mogelijk maken. Regiovorming omvat langdurige leerprocessen waarvoor continuïteit nodig is en die is lastig te garanderen. Regiovorming van de 35 arbeidsmarktregio’s en de Wet SUWI inclusief het concentreren van het UWV op de regionale werkpleinen biedt de kaders waarbinnen dit moet plaatsvinden, maar het is in deze publicatie niet de plaats vanuit die ontwikkeling voor het gehele brede regiovormingsproces receptuur te ontwikkelen. In het VNG programma Slim Samenwerken is voor deze meer algemene vraag van regiovorming uitgebreid aandacht. Zie bijvoorbeeld de Slim Samenwerken publicatie Grip op Samenwerken en de talloze praktijkvoorbeelden Gemeentelijke samenwerking Regionaal van de VNG.

Regiovorming is ingewikkeld en hier in deze publicatie ligt met name de nadruk op de verbinding lokaal – regionaal bij de ontwikkeling van werkgeversdienstverlening en sluiten van effectieve overeenkomsten. Minimaal op het niveau van de arbeidsmarktregio’s dient die afstemming en kwaliteitsslag tot stand te komen met de vorming van werkgeversservicepunten en de lokale verbindingen. De landelijke regelingen helpen enigszins als we ons tot deze opgave beperken omdat ze op dit punt van arbeidsmarktregiovorming redelijk eenduidig zijn. Maar ook dan blijken er per regio grote verschillen in uitgangssituatie door historie van samenwerking en concurrentie, de mate van gemeenschappelijkheid van belangen, de rol van het lokale MKB en de verschillen in omvang tussen de steden. In deze meer beperkte zin van arbeidsmarktregiovorming is als strategisch pad te definiëren dat ontwikkeling moet plaats vinden van losse lokale en regionale netwerken van werkgevers naar verbonden netwerken. Dat vereist afstemming en dat de benodigde kwaliteitsslag in werkgeversdienstverlening wordt gemaakt door het benutten van schaalvoordelen. Die ontwikkeling is vanuit een bepaalde situatie weer goed als strategie uit te zetten zoals met de onderstaande figuur is geïllustreerd.

Afhankelijk van het belang van lokale netwerken, of er een rijke traditie is van samenwerken, van de omvang van de steden enzovoort is een strategie naar rechtsboven uit te zetten. Bij belangrijke lokale netwerken, grote verschillen binnen een arbeidsmarktregio en/of verschillende grote steden zal bijvoorbeeld de nadruk op subregionale netwerken groot kunnen zijn. Een voorbeeld hierbij is de arbeidsmarktregio Flevoland.

Het voornaamste risico uitgaand van deze arbeidsmarktregiovorming is dat een ondoordachte, of juist ontoereikende aanpak plaatsvindt: er moet over de strategie regionaal overeenstemming bestaan. Belangrijk is dan dat er regionale trekkers zijn van dit proces die de regionale coalitie trekken, en een regionale organisatie (werkgeversservicepunt) aansturen. De rol van ‘de centrumgemeenten’ is niet zozeer die van ‘bepaler’ maar op de eerste plaats die van zorgen dat contacten met bestuurders in de regio tot stand komen en zich ontwikkelen. Het ontbreken van een actieve trekkende kracht leidt tot suboptimalisatie. ‘Te veel trekkend’ kan juist weer leiden tot veel weerstand. Wezenlijk zijn naast de bestuurlijke inzet de andere knoppen die de kwaliteit van de regiovorming bepalen:

  • Ambtelijke organisatie à deskundigheid en kwaliteit voor diepte en breedte is wezenlijk; dit moet regionaal kunnen versterken en zowel de lokale als de regionale netwerken kunnen bedienen
  • Informatiebeleid à heb je het volledige beeld van arbeidsmarkt, van werkgeversvraag en van de klant in de regio, en kunnen de gegevens regionaal en lokaal gekoppeld worden?

 Meer informatie


control-panel-main_button.jpg
  1. Werken aan en naar effectieve overeenkomsten met (netwerken van) werkgevers
  2. Integrale dienstverlening aan zelfsturende werkzoekenden
  3. Integrale dienstverlening aan werkgevers
  4. Verbinding lokaal-regionaal
  5. Ambtelijke organisatie en verhouding met SW
  6. Informatiebeleid
  7. Sturende en zelfsturende bestuurder: vakmanschap