Overeenstemming over laatste aanbevelingen ROB-advies BUIG

De VNG en staatssecretaris Van Ark (SZW) hebben overeenstemming bereikt over aanbevelingen 2 en 3 van het ROB-advies inzake het BUIG-budget. Hiermee zijn over alle aanbevelingen van de ROB afspraken gemaakt.

Met de afspraken zijn de aanbevelingen van de ROB op een adequate manier vertaald. Er is een financiële tegemoetkoming waardoor de tekorten uit het verleden niet doorwerken. En er zijn afspraken gemaakt over een transparant proces om te komen tot de raming van het macrobudget en de rol van de VNG hierin. Dit biedt gemeenten betere waarborgen met betrekking tot de toekomstige ramingen van het macrobudget. Kernwoorden zijn meer transparantie en overleg.

Drie aanbevelingen

De ROB deed drie aanbevelingen over de totstandkoming van het BUIG-budget:

  1. Zorg voor een oplossing voor tekortkomingen in de ramingen van het macrobudget uit het recente verleden.
  2. In de raming van het macrobudget niet-conjuncturele, niet-beïnvloedbare, externe effecten zoals statushouders mee te nemen, en bij de raming van beleidseffecten de raming van het CPB te volgen, tenzij er zwaarwegende en goed onderbouwde redenen zijn dit niet te doen.
  3. Rijk en gemeenten spreken procedures af hoe om te gaan met tekorten die ondanks de gevolgde aanbevelingen kunnen optreden.

Wat is afgesproken:

Ad1.: Financiële tegemoetkoming wordt niet afgeroomd

Bij de vaststelling van het macrobudget 2018 en 2019 wijkt SZW ten gunste van gemeenten af van de raming van het CPB. De afwijking zit op de raming van de beleidseffecten. Dit leidt in 2018 en 2019 tot een macrobudget dat € 80 miljoen respectievelijk € 100 miljoen hoger uitvalt. De afwijking van de CPB-raming is een financiële tegemoetkoming en voorkomt dat tekorten uit het verleden doorwerken.

Deze afwijking ten opzichte van de CPB-raming blijft bestaan ook als door conjuncturele effecten de bijstandspopulatie afneemt. Deze afwijking kan dus niet afgeroomd worden.

Dit wil niet zeggen dat het macrobudget 2019 niet naar beneden bijgesteld kan worden, maar wel dat het voordeel ten opzichte van de CPB-raming blijft behouden.

Ad2.: Rol VNG en CPB bij raming macrobudget BUIG

Het doel van dit advies is om tot een betere raming te komen van het macrobudget en daarmee de grote afwijkingen zoals in 2016 en 2017 te voorkomen. In de afspraken met SZW hebben we ook afspraken gemaakt over meer transparantie en invloed van de VNG in het ramingsproces.

Afgesproken is dat als er wijzigingen zijn in het rijksbeleid die effect hebben op het bijstandsbudget, ZW inzicht biedt in de financiële gevolgen en de gemaakte aannames. Daarbij is voldoende ruimte voor de VNG om de effecten te toetsen en onderbouwde voorstellen te doen voor aanpassingen.

Bij beleidsmaatregelen die een effect hebben van meer dan € 50 miljoen stemt SZW af met het CPB. De onderbouwing van de raming en het resultaat van de afstemming wordt gedeeld met de VNG. SZW deelt deze informatie voordat deze openbaar gemaakt wordt zodat op basis van input van de VNG, wijzigingen in de raming nog mogelijk zijn. Als SZW wil afwijken van de raming van het CPB geldt, zoals de ROB adviseert, 'comply or explain'.

Als een beleidseffect is eenmaal is ingeboekt geldt in beginsel dat de raming niet wordt gewijzigd.

Voordat het macrobudget wordt vastgesteld, wordt de VNG gekend in de berekening. De VNG toetst of is voldaan aan de afspraken omtrent het vaststellen van de budgetten en of de vooraf vastgestelde beleidseffecten conform de afspraken zijn verwerkt in de raming.

Het is mogelijk dat er, ondanks bovenstaande afspraken, een verschil van inzicht is tussen SZW en VNG over de raming van het beleidseffect. In dat geval kan de raming geagendeerd worden op het bestuurlijk overleg tussen de VNG en SZW. In geval van een wetsvoorstel kan het eindoordeel van de VNG worden opgenomen in de Memorie van Toelichting waarmee dus ook de Tweede Kamer is geïnformeerd.

Ad3.: Transparant proces en overleg

Ondanks het streven zo goed mogelijk te ramen, kunnen afwijkingen zich voor doen. De ROB adviseert gemeenten en Rijk met elkaar in gesprek te blijven. Ze verwijzen hierbij naar een eerder advies van de Rfv waarin zij er voor pleiten dat als het saldo van de tekorten en overschotten significant is (bijvoorbeeld 3%) er een nadere analyse komt van de afwijking.

Met SZW is afgesproken dat bij een significante afwijking tussen budget en realisatie, SZW, VNG en CPB op basis van de beschikbare data de afwijking analyseren. Een analyse vindt plaats wanneer deze afwijking 3% of meer is, of wanneer de afwijking beperkter is dan 3% maar de meerjarige context hier aanleiding toe geeft. De uitkomsten van de analyse worden in het Bestuurlijk Overleg besproken.

Samenloop overeenstemming en BALV

Het afronden van de gesprekken met SZW heeft de voorbereidingen voor de Buitengewone ALV (BALV) doorkruist. Tijdens de BALV zal Peter Heijkoop als voorzitter van de commissie Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie, de bereikte overeenstemming verder toelichten. Dit is relevant voor de afdoening van de tijdens de ALV aangenomen moties en een voor de BALV ingediende nieuwe motie over dit onderwerp.

Meer informatie