Reactie VNG e.a. op rapport schuldhulpverlening ombudsman

Vandaag is de Nationale ombudsman naar buiten gekomen met een rapportage over de ervaringen van burgers met gemeentelijke schuldhulpverlening. De Nationale ombudsman denkt dat de schuldenaanpak beter kan, maar stelt ook vast dat schuldhulpverlening complex is.

Bij de schuldhulpverlening zijn veel instanties betrokken, een groot aantal schuldeisers, hoge schuldbedragen en complexe wet- en regelgeving. De gemeentelijke schuldhulpverlener is de schakel in het netwerk tussen de burger, instanties en de schuldeisers. Voor het verbeteren van de dienstverlening is het van groot belang om te weten hoe de burger het ervaart, wat zijn of haar verwachtingen zijn en waar hij of zij tegenaan loopt.

Wat willen VNG, Divosa, MOgroep en NVVK?

  • Gemeenten willen meer werk maken van preventie, vroegsignalering en financiële educatie, samen met andere partijen en willen zij de schulden op professionele wijze te lijf gaan. Dienstverleners, vooral in de wijkteams, moeten beschikken over actuele kennis van schuldhulpverlening en bekend zijn met motiverende gesprekstechnieken.
  • Daar hebben gemeenten nog een slag in te slaan en ook de hulp van de rijksoverheid bij nodig. ‘Omdat overheden zich vaak ten opzichte van andere schuldeisers in een voorkeurspositie plaatsen – en dus voorrang hebben bij het innen van schulden boven andere schuldeisers – komen mensen in schuldsituaties vaak nog meer in de problemen’, aldus de Nationale ombudsman.
  • Het beroep op de gemeentelijke schuldhulpverlening valt niet los te zien van de opstelling en de rol van de overheidsschuldeisers. Een effectievere aanpak van armoede en schulden is bij uitstek een dossier waar de rijksoverheid integraal zou moeten reflecteren op de eigen rol en de verschillende petten die zij draagt. Om het schuldenprobleem aan te kunnen pakken, zijn dringend concrete wijzigingen noodzakelijk volgens VNG, Divosa, NVVK en MOgroep.
  • VNG, Divosa, NVVK en de MOgroep hebben daarom met klem de Tweede Kamer gevraagd om de preferente positie en de bijzondere incassobevoegdheden van het Rijk en andere publieke instellingen te beperken dan wel op te heffen. Verder dragen correcte toepassing en vereenvoudiging van de beslagvrije voet bij aan effectievere schuldhulpverlening. En dat geldt ook voor afschaffing van de bronheffing. Schuldhulpverlening is ook gebaat bij de instelling van een Wettelijk breed moratorium en een brede toegang tot het beslagregister voor de reguliere incasso en de schuldhulpverleners op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs).

Voldoende budget

De Nationale ombudsman zegt in zijn rapport: 'Geef gemeenten voldoende wettelijke instrumenten en financiële middelen zodat zij hun taken naar behoren kunnen uitvoeren'.

De schuldhulpverlening staat onder druk; gemeenten hebben forse bezuinigingen te verwerken gekregen en met beperkte budgetten kunnen zij niet onbeperkt helpen. Met name de kosten voor beschermingsbewind leggen een groot beslag op het gemeentelijk budget voor de aanpak van armoede en schulden. De problematiek neemt toe, de complexiteit neemt ook toe, maar de budgetten groeien niet mee.

Wat gemeenten dus ook nodig hebben, is een toereikend budget. Bijna 1 op de 5 huishoudens heeft te maken met risicovolle schulden, problematische schulden of zit in een schuldhulpverleningstraject. Een groot gedeelte van de schulden bestaat uit vorderingen van de overheid. Deze vorderingen (bronheffing, CJIB-boetes, bankbeslag) hebben een grote invloed op het ontstaan van onoplosbare schulden.

Meer informatie