Kabinet, betrek álle factoren bij aanpak armoede kinderen

Om armoede onder kinderen te bestrijden, is integraal beleid nodig én moeten structurele oorzaken worden aangepakt. Alle factoren die kinderen belemmeren om mee te doen (gezondheid, leefstijl, opvoeding) moeten daarbij betrokken worden.

De SER-commissie Armoede onder kinderen (AOK) heeft vandaag een advies uitgebracht over hoe we in Nederland een samenhangend beleid kunnen voeren om armoede en sociale uitsluiting onder kinderen verregaand terug te dringen. De VNG was adviserend lid bij de SER-commissie.

Wethouder Johan Kruithof, lid VNG-commissie Werk & Inkomen en adviserend lid bij SER-commissie:

‘Te vaak zijn kinderen in allerlei opzichten het kind van de rekening. Ook de kinderen van ouders die arm zijn of schulden hebben. Het is de verantwoordelijkheid van ons allemaal om ook deze kinderen een enigszins onbezorgde jeugd te bieden en kansen om een eigen leven op te bouwen. Dit rapport biedt mooie aanbevelingen ook voor gemeenten om mee aan de slag te gaan.’

Problematiek op meer terreinen

Gemeenten hebben de regie op het lokale armoede- en schuldenbeleid en hebben daarbij ook aandacht voor kinderen in armoede. Gemeenten gebruiken daarvoor alle mogelijkheden tot inkomensondersteuning en voorzieningen in natura; en bij de ondersteuning van gezinnen hanteren gemeenten steeds meer een integrale benadering.

Want een gebrek aan middelen om mee te kunnen doen, gaat vaak gepaard met problematiek op andere terreinen. Een integrale benadering is dan ook belangrijk.

Grenzen wegnemen

Gemeenten hebben op lokaal niveau mogelijkheden om, in samenwerking met maatschappelijke partners en het onderwijs, in te zetten op armoedebestrijding onder kinderen maar ze lopen tegen grenzen aan. Die grenzen moeten door het kabinet weggenomen worden.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Armoedebestrijding is een gedeelde verantwoordelijkheid. Gemeenten willen dit in goed partnerschap oppakken met maatschappelijke organisaties, de ouders, het onderwijs én de Rijksoverheid.

De Rijksoverheid moet de actieve rol van gemeenten ondersteunen en goed faciliteren. Enerzijds met voldoende middelen voor de gerealiseerde uitgaven en anderzijds met het aanpakken van tegenwerkende landelijke wet- en regelgeving.

De SER schrijft in haar advies dat er te veel wordt verwacht van gemeenten, zonder daar minimumeisen aan te stellen. Maatwerk moet vooropstaan, maar het moet wel gerealiseerd kunnen worden.

De VNG vraagt zich dan ook af wat een kwantitatieve reductiedoelstelling zou moeten inhouden. Gemeenten hebben een ambitie maar zij kunnen deze maar deels waarmaken wanneer de structurele oorzaken niet worden aangepakt. De VNG wil hierover graag met het Rijk en gemeenten in gesprek gaan.

Beperkte voorwaarden financiën

De wijze waarop armoedebestrijding bij kinderen wordt gefinancierd geeft gemeenten veel ruimte om op lokaal niveau invulling te geven aan wat nodig is.

Dit willen we graag terugzien bij toekomstige regelingen: beperkte voorwaarden voor besteding vanuit het Rijk zodat gemeenten de mogelijkheid hebben om in combinatie met het netwerk lokaal te doen wat nodig is.

Inkomensvoorzieningen vereenvoudigen

In ons pamflet hebben we het huidige kabinet opgeroepen om het systeem van inkomensvoorzieningen en toeslagen te vereenvoudigen zodat kwetsbare groepen hun weg kunnen vinden. De SER sluit hierop aan met haar aanbevelingen voor een nieuw kabinet.

De VNG voegt zich bij de oproep om toeslagen effectiever te laten zijn bij de bestrijding van armoede. Voor werkende minima en mensen met een uitkering is een minder generieke en meer gerichte inkomensondersteuning nodig. De oplossingen moeten nader onderzocht worden voor mensen met te hoge (vaste) lasten in relatie tot hun inkomsten.

Medeverantwoordelijkheid schuldeisers

In het pamflet ‘Naar een betere aanpak van schulden’ en in de prioriteiten voor een nieuw kabinet heeft de VNG aandacht gevraagd voor de medeverantwoordelijkheid van schuldeisers, met name bij jongeren met schulden.

Bepaalde bijzondere incassobevoegdheden moeten onder de loep worden genomen en de schuldeisers mogen aangesproken worden op het voorkomen van oplopende betalingsachterstanden.

Hier kijken wij ook naar de rol van de Rijksoverheid als de grootste en meest starre schuldeiser. Wij zijn dan ook blij dat de SER in haar aanbevelingen hier aandacht voor heeft.

Professionalisering

Gemeenten gaan samen met hun partners zelf werk maken van professionalisering en vakmanschap. Gemeenten willen meer van elkaar leren, kijken naar goede voorbeelden in andere landen, methodisch werken en leren van de effectiviteit van interventies. De SER beveelt dit ook van harte aan. Zie ook het gezamenlijke pamflet van VNG, Divosa, NVVK en Sociaal Werk Nederland: Naar een betere aanpak van schulden en armoede.

Veel gemeenten zetten al in op het tegengaan van niet-gebruik, op de vereenvoudiging van gemeentelijke procedures en het optimaliseren van het dienstverleningsbeleid waarbij de mens meer centraal wordt gesteld.

Arjan Vliegenthart, voorzitter VNG-commissie Werk & Inkomen en wethouder Amsterdam:

‘Cruciaal is dat ouders en kinderen makkelijk toegang hebben tot het aanbod. Mijn ervaring is dat ouders het aanbod van de gemeente niet altijd makkelijk weten te vinden, ook het aanvragen is soms ingewikkeld. De gebruiksvriendelijkheid wordt verhoogd door bijvoorbeeld één aanvraagformulier of één ingang. Daarmee kunnen meer kinderen worden bereikt.’

Grote rol scholen

Gemeenten werken in het kader van de decentralisaties steeds meer domeinoverstijgend en integraal. Zo zijn bijvoorbeeld de scholen een belangrijke schakel bij de aanpak en preventie van armoede onder kinderen. Scholen zijn een belangrijke plek waar kinderen uit allerlei geledingen hun talenten ontwikkelen, sociale vaardigheden leren, kennis opdoen etc.

Gemeenten en onderwijs kunnen in dit kader het verschil gaan maken. De SER adviseert zelfs dat de zorgplicht van het onderwijs moet worden versterkt en niet vrijblijvend mag zijn. Gemeenten sluiten partnerschappen om gezamenlijk op lokaal niveau de positie van het kind te versterken. Een armoederegisseur kan dat bevorderen maar het is aan gemeenten om de ambitie en de wijze waarop zo in te vullen dat het past bij het decentrale beleid.

Wetenschappelijke inzichten toepassen

Samen met Platform31 en de Hogeschool Utrecht wil de VNG ook het toepassen van wetenschappelijke inzichten en bewezen effectieve methodieken stimuleren en verder verspreiden onder gemeenten.

Diverse gemeenten zetten hierin al belangrijke stappen. De VNG kan dan ook de SER-aanbeveling beamen dat het verder toepassen van wetenschappelijke inzichten vanuit de hersen- en gedragswetenschap belangrijk is. Mobility mentoring is hiervan een van de voorbeelden.

Meer informatie