Goed gesprek met Tweede Kamer over betere schuldenaanpak

Gisteren hield de Tweede Kamercommissie SZW een rondetafelgesprek over schulden. Schuldenaanpak is een complex vraagstuk, maar de Tweede Kamer is zeer gemotiveerd om dit aan te pakken. Aan het woord kwamen wetenschappers, ervaringsdeskundigen en uitvoerders, waaronder de VNG.

De ochtend was in drieën verdeeld. In het eerste blok kwamen wetenschappers aan het woord, daarna een aantal ervaringsdeskundigen en in het laatste blok de uitvoerders, waaronder VNG-vertegenwoordiger Arjan Vliegenthart.

Wetenschappers: Regels moeten eenvoudiger, veel mensen zien door de bomen het bos niet meer

De onderzoekers legden de nadruk op de manier waarop mensen met schulden worden benaderd. Dat moet met veel eenvoudiger taalgebruik. 40 tot 50% van de mensen begrijpt de boodschappen die ze ontvangen niet. En als mensen de boodschap niet begrijpen, vertrouwen ze de afzender, bijvoorbeeld de overheid, niet.

Gedragswetenschappers benadrukten dat mensen meer vertrouwen moeten krijgen en dat er minder met sancties moet worden gedreigd, want dat werkt alleen maar stress in de hand.

  • Alle partijen in de schuldketen moeten samenwerken: overheden, schuldeisers, incasso.
  • De rol van de overheid vraagt aandacht, omdat de ene overheid boete op boete legt, terwijl een andere overheid later weer met schuldsanering aan de slag moet.
  • Regels moeten eenvoudiger; veel mensen zien door de bomen het bos niet meer.

Ervaringsdeskundigen: Het zou al veel geholpen hebben als er iemand was die mij geholpen had al die loketten af te gaan'

Waar dat allemaal in de praktijk toe kan leiden werd geïllustreerd door de ervaringen van mensen die in de schulden terecht waren gekomen. Mensen met een baan, een goed inkomen en een koopwoning, die door baanverlies, echtscheiding of chronische ziekte eerst hun werk kwijt raakten, en vervolgens via de ww in de bijstand kwamen. Door de daarmee gepaarde inkomensachteruitgang kwamen ze in de schulden terecht, waarbij bureacratische mechanismen, ook bij gemeenten, niet hielpen.

  • 'Ach', verzuchtte iemand, 'als er op de laatste dag in mijn ziekenhuis maar iemand van maatschappelijk werk was langsgekomen om me uit te leggen hoe ik een aantal zaken moest regelen'.
  • Een ander zei dat het al heel veel zou helpen als er iemand zou zijn die haar had geholpen al die verschillende gemeentelijke loketten af te gaan. Nu moest ze alles zelf uitzoeken en voelde ze zich in haar eigenwaarde aangetast.

Uitvoerders (o.a. VNG):  Hoe kan werken nog beter lonen?

In het blok met uitvoerders stelde VNG-vertegenwoordiger Arjan Vliegenthart dat de samenwerking tussen gemeenten en grotere ZBO's, als het CJIB en de Belastingdienst, beter kan. Ook op het terrein van de privacy moeten stappen worden gezet.

Ook de andere sprekers betoogden dat privacyregels, hoe goed bedoeld ook, hulpverlening in geval van schulden hinderen, bijvoorbeeld omdat bestanden niet mogen worden gekoppeld of omdat je een database van een instelling niet voor een ander doel, als schuldhulperverlening, mag gebruiken.

Vliegtenhart wil ook een beleidsmatige discussie over hoe werken nog beter kan lonen. Dat kan op twee manieren: de bijstand kan naar beneden of lonen gaan omhoog. Naar zijn mening is alle vet van de bijstand af. Daar zijn geen mogelijkheden meer, en dat betekent dat de lonen dus hoger zouden moeten.

Gemeenten richten de toegang tot zorg en ondersteuning verschillend in. Sommige hebben het toegangsproces met minimale regeldruk georganiseerd, terwijl andere gemeenten nog op zoek zijn naar mogelijkheden.

Constructieve reacties van Kamer en incasso-branche

Uit de reacties van de aanwezige Kamerleden kon je afleiden dat de boodschappen goed vielen. Peters liet doorschemeren werk te willen maken van een database waarmee de toegankelijkheid van bestaande hulpinstrumenten verbeterd wordt. Woordvoerders reageerden ook kritisch op de incassosector en vooral op de praktijk om schulden door te verkopen. Ze zagen de ratio er niet achter en speculeerden op een verbod op dergelijke verkoop.

De vertegenwoordigers van de incassobranche zagen die noodzaak niet. Het probleem zat hem niet in de verkoop van de 'vorderingen', maar in de manier waarop ze werden geïnd. In dat verband wees de vertegenwoordiger van vereniging voor gecertificeerde incassco-ondernemingen erop dat de gedragscode van hun vereniging vrijwillig is. Ze was daarom vóór een wettelijke gedragscode die voor de hele sector zou gelden.