Het is hollen of stilstaan

16 mei 2019

In steeds meer gemeenten zijn coördinatoren zorg en veiligheid aan de slag, waarbij een brug wordt geslagen tussen de domeinen zorg en veiligheid. Wat betekent dit voor gemeenten én inwoners? Wat zijn geleerde lessen en wat staat ons te wachten? We spraken Nathelie Schmidt, coördinator zorg en veiligheid bij de gemeente Velsen.

Complexe, vastgelopen casussen waar regie nodig is

Schmidt: “De afgelopen jaren heb ik achtereenvolgens gewerkt als jeugdbeschermer, jeugdreclasseerder, leerplichtambtenaar en sinds april 2018 als coördinator zorg en veiligheid ‘complexe problematiek’ en ‘multiproblematiek’ zijn dan ook de rode draad doorheen mijn werk. De functie van coördinator zorg en veiligheid is een nieuwe functie, waarbij ik me bezig hou met de coördinatie van personen met verward gedrag en woonoverlast en de samenwerking met de verschillende partners. Onlangs ben ik gevraagd om ook de coördinatie van aanpak mensenhandel op me te nemen. Binnen al deze werkvelden gaat het om vastgelopen casussen , waar meerdere partijen bij betrokken zijn en waar coördinatie cruciaal is.”

Efficiënter werken door bruggen te bouwen

Schmidt: “Met de groei van gemeentelijke taken door de decentralisaties kregen we steeds meer vragen, meldingen en verantwoordelijkheden. Deze meldingen kwamen binnen bij veiligheid of sociaal domein of allebei. Vervolgens werden zowel vanuit veiligheid als vanuit sociaal domein acties ingezet, vaak zonder dat van elkaar te weten. Ook werd bij elke nieuwe casus opnieuw een plan van aanpak bedacht. Dat was niet efficiënt en koste veel tijd. We hadden dus eigenlijk iemand nodig die een schakel kon zijn tussen bij beide domeinen, tussen de afdelingen maar ook tussen praktijk en beleid. Ook was er behoefte aan een contactpersoon voor ingewikkelde casuïstiek.

Op jeugd hebben we een gelijkwaardige functie, namelijk de ‘netwerkcoördinator jeugd’. Vanuit het jeugddomein kwamen we erachter dat wanneer de jongeren de leeftijd van ongeveer 24 jaar bereikten niet meer pasten in de portefeuille van de netwerkcoördinator jeugd. De netwerk coördinator Jeugd zet voornamelijk in op preventie van jeugdoverlast en op het in kaart brengen en monitoren van jeugdgroepen die overlast veroorzaken. Er was dus iemand nodig die deze casussen kon overnemen. Ook wijkagenten gaven aan op zoek te zijn naar een plek waar ze hun meldingen konden neerleggen.”

Een werkdag: eerst inventariseren, dan gericht actie ondernemen 

Schmidt: “Mijn werk is grotendeels ‘ad hoc’. Ik kan natuurlijk niet plannen dat er volgende week drie overlastcasussen op het programma zullen staan. Het is hollen of stilstaan. Wel heb ik een aantal casussen bij het zorg- en veiligheidshuis lopen, waar ik ook aan de slag ben met de HIC-aanpak [High Impact Crime, red.]. Huiselijk geweld is een ander veelvoorkomend thema, waar ook collega’s vanuit beleid en jeugd mee aan de slag zijn.

We kijken ook breder, op meerdere aandachtspunten. Zo hebben we onlangs gekeken in het netwerk of we kortere lijnen nodig hebben op een onderwerp als huiselijk geweld versus dierenmishandeling. Naast een verbreding van de focusgebieden, valt op dat casussen steeds complexer worden. Dat vraagt om scherp inzicht in wat nodig is, wat ingezet kan worden en onderstreept de noodzaak voor heldere proces- en casusregie. Wat precies de rol is van mij als coördinator zorg en veiligheid verschilt per casus.”

Casus: Verantwoordelijkheid nemen én terugleggen

Schmidt: “Er was laatst een overlastzaak, waarbij bewoners last hadden van de buurman. Er zijn veel meldingen gedaan bij verschillende instanties. De politie heeft gesprekken gevoerd, net als de woningbouw. Dit waren echter losse sporen. Op een gegeven moment was bijvoorbeeld de afdeling vangnet en advies (bemoeizorg) van GGD en GGZ betrokken, maar met een geheel eigen lijn. Toen hebben we besloten om een gesprek te voeren op het gemeentehuis met alle klagers. Dat hielp al enorm. Mensen voelden zich gehoord. De casus is niet opgelost maar de buren zijn rustiger geworden en dreigementen van ‘eigen rechter spelen’ zijn er niet meer. Er is nu een vast aanspreekpunt voor alle meldingen. Daarnaast is er in gesprek met de klagers besproken dat hun meldingen redelijk en  goed verwoord moeten zijnom een casus op te bouwen. We kunnen dingen dus ook terugleggen. Door die duidelijkheid is een groot pijnpunt opgelost.”

Casus: Als een inwoner de gaskraan opendraait … 

Schmidt: “Een inwoonster had de gaskraan opengedraaid in haar  woning. Dit heeft, gelukkig, niet tot een explosie geleid. De buurt was hier natuurlijk ontzettend overstuur van. Wat als er wel een explosie was geweest? Die persoon is aangehouden en is een hulpverleningstraject ingegaan.. De burgemeester en  ik zijn beiden met inwoners in gesprek gegaan om weer rust in de buurt te krijgen én te kijken hoe we kunnen zorgen voor een verantwoorde terugkeer. De inschatting is dat de kans op herhaling klein is, maar bij de buren zit de schrik er goed in. . We spraken met de buurt een vast contactpersoon af, en samen met de wijkagent en vangnet en advies is gezocht naar een alternatieve woning. Deze persoon is niet naar de oorspronkelijke woning teruggekeerd, waardoor de rust terugkeerde in de wijk. Vervolgens wordt vanuit de zorg gekeken wat er nodig is om passende ondersteuning te realiseren.”

De weg voorwaarts: bouwen aan inclusieve wijken 

Schmidt: “Aan de ene kant is er een tendens dat iedereen weer terug in de wijk moet kunnen wonen en leven. Dat vraagt om het creëren van zogenaamde ‘inclusieve wijken’: een plek waar iedereen verbonden blijft en iedereen goed kan samenleven . Aan de andere kant is er de privacywetgeving die het realiseren van leuke, vernieuwende ideeën moeilijk maakt. Als je bijvoorbeeld iemand in een wijk plaatst is het niet de bedoeling dat je zijn/haar OGGZ verleden bekend maakt. . Vanuit corporaties krijgen we terug dat het de voorkeur heeft om mensen met psychische problematiek niet alemaal te dicht bij elkaar te plaaten, maar dat het in de praktijk soms moeilijk is om dit te realiseren.”

Wat zijn de lessen die je hebt geleerd (wat vertel je je vervanger)?

  • Je netwerk is het allerbelangrijkst, zowel je interne netwerk (binnen de muren van het gemeentehuis) als externe netwerk (buiten de muren van het gemeentehuis).
  • Stel jezelf steeds de vragen: Wat heeft bloedspoed? Wat gaat mis als we nu niets doen? Iedereen gaat namelijk direct rennen en daardoor zie je dingen over het hoofd. Is er geen nood? Plan dan eerst een overleg in om overzicht te krijgen, dat is essentieel.
  • Zorg voor goede ambtelijke en bestuurlijke afstemming. Een tweewekelijks casusoverleg met de burgemeester en een maandelijks overleg met de betrokken wethouder is goud waard.
  • Bewaak je grenzen en geef duidelijk aan waar je eigen taken beginnen en eindigen.
  • Wees kritisch op de eigen werkprocessen en kijk hoe inzichten uit actuele casussen tot lessen kunnen leiden voor betere vroegsignalering en preventie.