'Overheid kan niet meer zonder de BOA'

Bijzonder opsporingsambtenaren (BOA’s) zijn nuttig en noodzakelijk. Zij moeten serieus genomen worden en zouden ook moeten kunnen handhaven op lichte verkeersovertredingen.

Dat zeiden burgermeesters Oskam van Capelle aan de IJssel en Sievers van Edam-Volendam tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer over de BOA’s.

Eensgezind

Opvallend tijdens de hoorzitting was de eensgezindheid over het nut en noodzaak van het hebben van BOA’s. Alle aanwezigen vonden dat zonder handhavers de overheid haar inwoners niet goed kan bedienen in legitieme wensen over leefbaarheid in de wijken, handhaving in het OV en buitenruimte/natuur. De politie is niet meer zichtbaar meer in de wijken volgens Pieter Winsemius en kan niet meer ingaan op lokale wensen van de aanpak van overlast. De BOA vult dat gat.

Oskam en Sievers beaamden dat en stelden zelfs dat de bevoegdheden moesten worden uitgebreid. Dat gold met name voor ingrijpen bij lichte verkeersovertredingen. Inwoners begrijpen niet dat de BOA dat niet mag en de politie komt er niet aan toe.

Professionaliteit

De commissie sprak ook over opleiding en niveau. Dit verschilt momenteel omdat er geen uniforme landelijke opleidingseisen zijn. Ook is de samenwerking met de politie per gemeente verschillend.

Hoe professioneler de BOA is, hoe meer waardering van de politie ze krijgen en hoe beter de samenwerking verloopt, vonden onderzoekers B. van Stokkom (Radboud Universiteit) en R. van Steden, (Vrije Universiteit). Daar heeft de politie zelf ook een bijdrage aan te leveren door vertrouwen te geven, gezamenlijk te surveilleren, toegang tot het C2000 communicatiesysteem en tot de bureaus te verlenen.

Boa’s zijn te vinden in zes domeinen, van leerplichtambtenaar tot boswachter. Zij zijn vaak ambtenaar maar soms ook niet, zoals toezichthouders in dienst van Natuurmonumenten.

Meer informatie