Colleges van B en W mogen vuurwerkvrije zones instellen

Het college van B en W van Hilversum mag een deel van het centrum aanwijzen waar rond de jaarwisseling geen consumentenvuurwerk mag worden afgestoken. Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De uitspraak (vanochtend gedaan) betekent dat elk college van B en W op grond van de APV vuurwerkvrije zones kan instellen. De VNG blij is met de uitspraak: het is een bevestiging van de visie die we sinds eind 2014 op deze zaak hebben.

Argumenten vuurwerkhandelaren

Een aantal Hilversumse vuurwerkhandelaren was bij de Afdeling bestuursrechtspraak in beroep gegaan tegen het verbod tot afsteken van vuurwerk in (een deel van) het stadscentrum rond de jaarwisseling. De handelaren vrezen een daling van hun omzet: volgens hen zal door het vuurwerkverbod minder vuurwerk worden verkocht.

De vuurwerkhandelaren stellen verder dat de burgemeester en niet het college van B en W bevoegd is een vuurwerkverbod in te stellen, en dat het aanwijzingsbesluit in strijd is met het landelijke Vuurwerkbesluit. Volgens de handelaren heeft het gemeentebestuur bovendien onvoldoende rekening gehouden met hun belangen.

Bevoegdheid B & W

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college van B en W wel bevoegd is om het vuurwerkverbod in te stellen. De aanwijzing van het gebied geeft geen invulling gegeven aan 'handhaving van de openbare orde' waarvoor een burgemeester exclusief bevoegd is. Het gaat hier niet om een situatie van 'feitelijk herstellen en bewaren' van de openbare orde, maar om het stellen van nadere regels voor de openbare orde, die bevoegdheid heeft ook het college van B en W.

Vuurwerkbesluit niet uitputtend

Volgens de Afdeling is het besluit van het college ook niet in strijd met het landelijke Vuurwerkbesluit. Het Vuurwerkbesluit geeft algemene regels voor verkoop en afsteken van vuurwerk, maar geen regels over het aanwijzen van plaatsen waar vuurwerk mag worden afgestoken. Het Vuurwerkbesluit beoogt dus niet uniform en uitputtend het afsteken van vuurwerk te regelen, concludeert de Afdeling.

Juiste belangenafweging gemaakt

Wat de gevreesde omzetdaling betreft, oordeelt de Afdeling dat dit een financieel belang is dat het gemeentebestuur moet betrekken bij de besluitvorming. Maar het omzetverlies is 'wat betreft de vuurwerkverkoop niet zodanig dat het college daaraan een doorslaggevend gewicht diende toe te kennen, ten opzichte van de belangen van het voorkomen van gevaar en overlast voor winkelend en uitgaand publiek, bewoners en ondernemers in het aangewezen gebied', aldus de Afdeling.

Meer informatie

Tegen de uitspraak is geen hoger beroep mogelijk, hieronder een link naar de volledige tekst op de site van de Raad van State.