Sociale veiligheid vergroten door meer zicht op leefpatronen

Hebben gemeenten iets aan de kennis over dagelijkse leefpatronen van bewoners in een wijk en hun onderling vertrouwen en gevoelens van (on)veiligheid? Uit verkennend onderzoek blijkt dat er inderdaad mogelijkheden liggen om met beleid in te spelen op leefpatronen.

Burgemeester Franc Weerwind (Almere), voorzitter van de VNG-commissie Dienstverlening en Informatiebeleid, onverhandigde vandaag het onderzoeksverslag 'City Rhythm, logbook of an exploration' aan wethouder Pieter Litjens (Amsterdam). Litjens neemt het stokje over van wethouder Rabin Baldewsingh van Den Haag in de komende fase van het onderzoek.

Pieter Litjens, Franc Weerwind en Bas van Sprew, stadsdeelsecretaris Amsterdam Zuidoost

De gemeenten Den Haag, Helmond, Zaanstad, Amsterdam, Zoetermeer en Rotterdam waren betrokken bij het verkennend onderzoek dat een vervolg krijgt, in samenwerking met Stadsdeel Zuidoost van Amsterdam en de afdeling Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) van de gemeente. City Rythm laat zien hoe een analyse van leefpatronen van wijkbewoners kan helpen bij beleid om de veiligheidsbeleving en sociale cohesie te vergroten.

Dit zijn veelbelovende resultaten. Dankzij dit soort data-analyses kunnen gemeenten beter aansluiten bij de wensen en behoeften van inwoners.

Franc Weerwind

Ritmes van de stad

Ouders brengen kinderen naar school en zien elkaar elke ochtend op het schoolplein: dat schept een band. Buurtbewoners laten op gezette tijden de hond uit, en gaan elkaar herkennen en begroeten. Mensen blijken zich (vaak onbewust) aan te passen aan elkaars dagelijkse gewoonten. Deze leefritmes in een stad bieden volgens het onderzoek een nieuw perspectief voor het beleid op het gebied van sociale veiligheid.

Voorbeelden

  • In Amsterdam, Stadsdeel Zuidoost, bleek bijvoorbeeld waarom alleenstaande moeders vaak geen gebruik maken van de diensten van het stadsdeel. Alleenstaande moeders moeten constant improviseren met hun dagindeling, het stadsdeel (met name via de 'buurtkamers') zou meer in kunnen spelen op hun leefritme.
     
  • In Rotterdam bleek dat ouderen niet in een park gingen wandelen omdat bij de oversteekplaats het stoplicht voor hen te kort op groen staat. Dat het stoplicht zo kort op groen staat, houdt verband met de dagelijkse spitstijden. Ouderen zijn vooral tussen 10 uur en 16 uur buitenshuis: hier kan dus met een eenvoudige aanpassing meer rekening mee worden gehouden.
     
  • In Den Haag is gekeken naar de manier waarop nieuwe bewoners, vluchtelingen, goed in een buurt kunnen worden opgevangen. Hier werden leefritmes geanalyseerd die verschillende culturen gemeen hebben. De conclusie: interventies op het gebied van kinderen (samen buitenspelen), sport (samen sporten) en eten, hebben het meeste kans van slagen om mensen gemakkelijker te laten integreren in een buurt.

Vervolg

Gedurende anderhalf jaar is onderzoek gedaan naar ritmes van sociale thema’s in buurten, in de fysieke maar ook in de digitale leefwereld. Er is een City Rhythm Data Model gemaakt met data die afkomstig zijn van onder meer open microdatasets van het CBS. De Universiteit van Amsterdam en TU Delft zetten het onderzoek nu voort. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk onderzoek (NWO) financiert het onderzoek via het programma Smart Culture - Big Data/Digital Humanities.

 Rabin Baldewsingh, Pieter Litjens, Bas van Sprew en Franc Weerwind

Meer informatie

Hieronder het onderzoeksverslag zoals gepubliceerd op de site van Caroline Nevejan, een van de onderzoekers.