Consumentenvuurwerk: verkoop & afsteken

Verkoop


Dit jaar (2018) is de verkoop van vuurwerk aan particulieren toegestaan op 28, 29 en 31 december. Zondag 30 december mag er geen vuurwerk worden verkocht.

In artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit is geregeld wanneer de verkoop van consumentenvuurwerk aan particulieren is toegestaan. De regeling houdt in dat de verkoop in principe is toegestaan op 29, 30 en 31 december, maar als een van die dagen op een zondag valt, dan is de verkoop toegestaan op 28 december in plaats van de zondag daarop.

Afsteken


Het is verboden consumentenvuurwerk af te steken op een ander tijdstip dan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 2.00 uur (artikel 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit).

Op grond van artikel 2.6.3 van de model-APV is het college bevoegd om tijdens deze periode plaatsen aan te wijzen waar het afsteken verboden is, om gevaar, schade of overlast te voorkomen.

De drie meest gestelde vragen met antwoord over het afsteken van consumentenvuurwerk:

Zijn er eisen met betrekking tot de grootte van vuurwerkvrije zones?
Het is belangrijk dat vuurwerk met oud en nieuw in beginsel mag. Het zou dus in strijd met de systematiek van de regelgeving zijn om die zones zo ruim te trekken dat je in feite een soort algemeen verbod creëert. Je kunt vuurwerkvrije zones aanwijzen, maar met de onderbouwing dat er gevaar, schade of overlast dreigt.

Zijn er gemeenten waar extra wordt ingezet op het verhalen van schade op daders?
Er is een toenemend aantal gemeenten dat schade probeert te verhalen op daders. Meerdere gemeenten hebben daar de nodige ervaring mee. Je moet inderdaad een goed dossier hebben om schade te kunnen verhalen, al hebben sommige gemeenten geprobeerd via groepsaansprakelijkheid schade te verhalen. Dus het feit dat je deel uitmaakt van een groep die aantoonbaar schade heeft veroorzaakt, in plaats van dat je probeert aan te tonen dat een bepaald persoon schade heeft veroorzaakt.

Landelijk wordt er wel eens gesproken dat vuurwerk op een centrale plaats afgestoken moeten worden door professionals. Wordt dit ergens serieus overwogen?
Een beperkt aantal gemeenten heeft deze mogelijkheid onderzocht, een enkele heeft er mee geëxperimenteerd, maar het is niet van de grond gekomen. De handhaving is het grootste probleem.

Praktijkvoorbeelden

In de databank praktijkvoorbeelden van de VNG vindt u voorbeelden van gemeenten. Naar de databank >>>


VNG: terecht accent op aanpak illegaal vuurwerk


Het kabinet maakte 8 juni 2018 bekend geen landelijk verbod te willen op knalvuurwerk en vuurpijlen. In reactie op het rapport 'Veiligheidsrisico's jaarwisseling' van de Onderzoeksraad voor Veiligheid liet de VNG eerder weten dat de focus vooral moeten liggen op de aanpak van illegaal vuurwerk.

Vreugdevuren


Voor het branden van vreugdevuren zijn twee ontheffingen nodig: een ontheffing op grond van de Wet milieubeheer en op grond van de APV.

Voor het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen is altijd een ontheffing nodig op grond van de Wet milieubeheer, artikel 10.63, tweede lid. Dat geldt dus ook voor vreugdevuren. Artikel 10.2 Wet milieubeheer regelt een verbod om buiten inrichtingen te verbranden; artikel 10.63, leden 1 en 2 Wet milieubeheer regelen ontheffingsmogelijkheden door respectievelijk het burgemeester en wethouders en Gedeputeerde Staten.

De Wet milieubeheer biedt geen mogelijkheid om de ontheffing te weigeren uit het oogpunt van openbare orde en veiligheid. Artikel 5.34 van de model-APV vult op dit punt de Wet milieubeheer aan. (Zie ook de Toelichting op de model-APV). Voor vreugdevuren zijn dus beide ontheffingen nodig, er ligt immers een ander motief ten grondslag aan de weigering van de ontheffing op grond van de APV (openbare orde en veiligheid) dan aan de Wet milieubeheer (bescherming van het milieu).

Minivuurpijlen en romeinse kaarsen

Sinds 2016 geldt een verbod op de verkoop van minivuurpijlen en Romeinse kaarsen.

Dit vuurwerk valt niet meer onder het consumentenvuurwerk, daarom is de verkoop aan en gebruik door particulieren verboden.