Hulp uit sociaal netwerk, betaald met pgb: nieuwe regeling

Hoe kan de verstrekking van vergoedingen voor informele hulp uit een pgb zo worden geregeld dat niet onbedoeld een arbeidsrelatie ontstaat? Een op 10 december gepubliceerde ministeriële regeling voorziet in een structurele oplossing. In een ledenbrief geven we hierover uitleg. 

De brief gaat in op wat de regeling inhoudt en wat u als gemeente moet doen vóór 1 mei 2019, samen met de budgethouder die het betreft. Er is een passage opgenomen die u kunt gebruiken voor het aanpassen van uw verordeningen Wmo en Jeugdwet, als in uw gemeente straks gebruik wordt gemaakt van deze regeling.

Nieuwe situatie per 1 mei 2019

Vanaf 1 mei 2019 zullen alle personen die vanuit een overeenkomst van opdracht werken en betaald worden uit een persoonsgebonden budget (pgb), of minimaal het minimumuurloon moeten krijgen, of gebruik moeten gaan maken van de nieuwe regeling, met de zogenaamde ‘verklaring’. Nog niet alle budgethouders betalen nu het wettelijk minimumloon. Het gaat om de budgethouders die nog tot 1 mei 2019 in de uitzonderingscategorie vallen.

Nieuwe maatregelen

Het gaat om twee nieuwe maatregelen die gemeenten per 1 mei 2019  in hun pgb beleid kunnen opnemen:

  • Ten eerste kunnen gemeenten het voor budgethouders mogelijk maken een tegemoetkoming te verstrekken aan hun informele hulp.
  • Daarnaast kunnen gemeenten ook een vergoeding voor bepaalde kosten verstrekken.

De nieuwe ministeriële regeling ‘Hulp uit sociaal Netwerk’ maakt het per 1 mei 2019 mogelijk om betalingen uit een pgb te doen in die situaties waar geen sprake is van een arbeidsrelatie (en er dus geen sprake is van een overeenkomst). Het gaat om hulp in familieverband, burenhulp of vriendendienst. Deze betalingen hoeven dan niet aan het wettelijk minimumloon te voldoen.

Te ondernemen acties

  • Als gemeente moet u beslissen of u de nieuwe maatregel opneemt in uw beleid. Aanbeveling is om uiterlijk 1 april 2019 de verordeningen Wmo en Jeugdwet te hebben aangepast.
  • De gemeente meot met de budgethouders, die nog tot 1 mei 2019 onder de uitzonderingscategorie vallen en voor wie de nieuwe regeling gevolgen kan hebben, in gesprek gaan en daarbij per situatie beoordelen wat past voor de budgethouder.

Landelijk gaat het voor gemeenten om ongeveer 1900 budgethouders. De SVB informeert gemeenten in de week van 17 december (in de portal) om welke budgethouders het gaat. De SVB wil graag uiterlijk 15 april de verklaringen binnen hebben (voor betaling in mei).

Meer informatie