Drie vragen aan Kay Schoester, regioadviseur Team Zorg

Kay Schoester begon eind 2018 als regioadviseur bij Team Zorg van VNG KCHN. Ze staat gemeenten in regio Gelderland, Brabant en Limburg bij als gaat om beleidsvraagstukken en complexe fraudesignalen rondom handhaving en naleving binnen de Wmo 2015 en Jeugdwet.

We stelden regioadviseur Kay Schoester drie vragen.

Je komt bij GGD vandaan, welke expertise breng je mee in Team Zorg?

‘Als toezichthouder heb ik voor gemeenten en GGD gewerkt. Mijn ervaring vormt een goede bodem om toezichthouders en gemeenten te ondersteunen in het ontwikkelproces rondom toezicht en handhaving op uitvoerend, management- en beleidsniveau.’

In gesprek met gemeenten merkt Kay dat toezicht op rechtmatigheid nog niet in alle gemeenten is geborgd. Dit komt veelal door onbekendheid van dit nog relatief nieuwe beroep binnen de Wmo.

Met mijn expertise creëer ik bewustwording voor nut en noodzaak van toezicht.

Wat mij ook opvalt is dat het woord ‘toezicht’ een negatieve klank heeft, terwijl het resultaat vaak een positieve verandering teweeg brengt. Daarom benadruk ik graag waar toezicht voor staat: toezicht is gericht op verbetering van de kwaliteit in zorg, zodat de toch al kwetsbare doelgroep de zorg ontvangt waar ze recht op heeft.‘

Hoe staat het met fraudealertheid van consulenten in jouw regio?

‘Fraudealertheid ontwikkelen is een belangrijk punt voor gemeenten. Wmo-consulenten spelen een grote rol om de mogelijkheden voor zorgfraude te verminderen door tijdens het keukentafelgesprek bewust te zijn van (mogelijke) signalen. Je kunt bijvoorbeeld denken aan: is de budgethouder voldoende in staat om eigen keuzes te maken of vraagt de cliënt een pgb aan in bijzijn van de zorgverlener? 

Consulenten vinden het lastig om vragen te stellen gericht op fraudealertheid, is onze ervaring. Daarom biedt het KCHN een training fraudealertheid aan voor Wmo-consulenten. Daarin leren ze de kneepjes van fraudealertheid zónder afbreuk te doen aan de zakelijke vertrouwensrelatie die de consulent heeft met de cliënt.’  

Een andere ontwikkeling die Kay ziet is de samenwerking tussen consulenten en toezichthouders. ‘Consulenten kennen hun ‘pappenheimers’, twijfels over matige kwaliteit van zorgverlening zijn bekend.

Toch ziet Team Zorg dat het melden bij de toezichthouder nog een relatief onbekend terrein is. Voor de toezichthouders rechtmatigheid en kwaliteit ligt hier een taak om toezicht bekend te maken binnen het sociaal domein.’

Wat valt er nog te winnen in de relatie tussen de kwaliteit en rechtmatigheid van de zorg?

‘Samenwerking door toezichthouders in onderzoek naar kwaliteit van geleverde zorg en rechtmatigheidsonderzoek is nodig’, stelt Kay. ‘Als ik aan toezichthouders rechtmatigheid vraag of ze de collega toezichthouder kwaliteit kennen, dan hoor ik nog te vaak: ‘Die ken ik niet’ of ‘dit is belegd bij de GGD’.

Een gemiste kans, want kwaliteitstoezicht en toezicht op rechtmatigheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Slechte kwaliteit van geleverde zorg betekent vaak ook kans op zorgfraude, en omgekeerd.’

De onderzoeken van de toezichthouder kwaliteit bieden een ingang voor de toezichthouder rechtmatigheid om onderzoek te starten. Kay vervolgt: ‘Maak vooral gebruik van elkaars werkterreinen, kijk als toezichthouder rechtmatigheid ook met de doelmatigheidsbril naar een onderzoek, en andersom. Bevindingen delen met elkaar werkt efficiënter. Gezamenlijk onderzoek verrichten is een van de mogelijkheden om ook elkaars werkterrein te verkennen.’

Tip

Kay sluit af met een tip aan beginnend toezichthouders: werk samen met de toezichthouder kwaliteit in de regio, verbreed je netwerk door toezichthouders elders in het land op te zoeken en deel kennis en ervaring met elkaar.

Meer informatie