Voorstellen woonplaatsvereiste en raadscommissie verworpen

Het wetsvoorstel tot verruiming van de bevoegdheid van de raad om de wethouder ontheffing van het woonplaatsvereiste te verlenen, is door de Eerste Kamer verworpen. In het voorstel stond tevens de mogelijkheid dat dat ook niet-raadsleden voorzitter van een raadscommissie zouden kunnen worden.

Met het verwerpen van het wetsvoorstel, afgelopen dinsdag (4 juni), is ook deze mogelijkheid van de baan.

Lang bestaande wens niet vervuld

De verruimingen zouden gepast hebben binnen het beleid - en de lang bestaande wens bij gemeenten - om meer ruimte te bieden voor lokaal maatwerk. Helaas heeft het  wetsvoorstel het op beide punten dus niet gehaald, en blijven artikel 36a, lid 2 en artikel 82, lid 4 van de Gemeentewet ongewijzigd van kracht.

Verruiming ontheffing woonplaatsvereiste

Het voorstel hield een wetswijziging in tot verruiming van de bevoegdheid van gemeenteraden om ontheffing te verlenen van het woonplaatsvereiste voor wethouders (artikel 36a). In plaats van de bestaande ontheffingssystematiek die een verplicht tijdelijk karakter kent, werd voorgesteld de raad een ongeclausuleerde bevoegdheid toe te kennen inzake het verlenen van ontheffing.

Voorzitterschap raadscommissies

Via een Nota van Wijziging behelsde het wetsvoorstel ook het schrappen van het voorschrift in de Gemeentewet dat een raadslid voorzitter van een raadscommissie moet zijn (artikel 82). Gemeenten zouden hiermee de ruimte krijgen om bij verordening eigen regels te stellen voor het voorzitterschap van raadscommissies.

Meer informatie

Zie ook