Veelgestelde vragen - Dieren

Wat kan gemeente doen bij incidenten met honden?

Per 1 januari 2009 is de Regeling Agressieve Dieren (RAD) ingetrokken. Deze regeling hield in dat het houden, fokken of verhandelen van pitbullterriërs was verboden. De intrekking van deze regeling is alleen van betekenis voor pitbullterriërs. Aan de regels voor alle andere honden is niets veranderd. Desondanks leidde intrekking van de RAD tot vragen over de mogelijkheden van gemeenten om op te treden bij bijtincidenten.

De VNG- ledenbrief geeft informatie over:

Omgaan met geluidsoverlast/hinder door houden dieren?

In eerste instantie kunt u hiervoor art. 2.4.20 van de APV gebruiken. U kunt ook een verbijzondering opnemen in artikel 4.1.5b APV. Lees hieronder onze uitgebreide informatie. 

Hoe gaan andere gemeenten om met overlast van ganzen?

Uitgebriede vraag: Op diverse locaties in onze stad is sprake van overlast door ganzen. Zo is bij de kinderboerderij een paartje neergestreken dat kuikens van andere vogels opeet en zich agressief gedraagt naar bezoekers. In onze binnenstad zorgen ganzen voor verkeersgevaarlijke situaties. Is bekend hoe andere gemeenten met deze problematiek omgaan? Nog een aanvullende vraag:wij zijn vooral benieuwd naar mogelijkheden voor opvang van de dieren.

Antwoord
Deze vraag is uitgezet op het ROM-netwerk (VNG RO- en milieunetwerk, gratis toegankelijk voor gemeenteambtenaren).  Er zijn een aantal reacties gekomen: 

Reactie 1
Verwilderde 'soepganzen' die overlast veroorzaken laat gemeente wegvangen door een Vogelopvangcentrum

Reactie 2
Interessante tips/links: 
1) Hofganzen 
2) Informatie over ganzen (en andere dieren!)
3) Methode om ganzeneieren in te smeren

Reactie 3 
Met alle voorzichtigheid in het kader van dierenwelzijn het volgende. De nijlgans is wel een probleem waarbij opvang niet de oplossing zal zijn. Inheemse ganzen mogen blij zijn met 3 jongen die overblijven, de nijlgans houdt er bijna altijd 5-6 wegens zijn agressieve verdedigingsmethodiek. Het actief behandelen van de eieren is de meest diervriendelijke methodiek (niet vervangen door kalkeieren, wegens zich bijna doodbroeden door moeder) die ook door vrijwel alle bewoners wordt geaccepteerd. Er is dan nog altijd een lichte aanwas overigens.

Wellicht overbodige tip: vang niet weg op woensdagmiddag, dat levert teveel commotie op. Een doordeweekse dag in de ochtend blijkt in praktijk het beste, aldus de boswachters alhier. Wegbrengen naar kinderboerderij of hofganzen is een optie, maar daarbij is het aanbod groter dan de vraag inmiddels. Vangen en naar handelaar overdoen gebeurt in sommige gemeente ook wel.

Reactie 4
Gemeente heeft een paar keer ganzen laten wegvangen door Hofganzen. Daarnaast actief met het oliën van de eieren (voglens een protocol) om de populaties in stand te houden. Wat opvalt bij ganzen is dat er een groep inwoners last van heeft, terwijl er ook een grote groep bewoners is die het leuk vindt. Pas bij knelpunten in het kader van verkeersveiligheid etc. haalt gemeente ganzen weg.

Moet gemeente destructiepunt voor dode dieren hebben?

Helaas heeft de VNG geen expertise op het terrein van (dode) dieren. Over de verplichtingen van de gemeente op het gebied van inzamelen (laten) ophalen van kadavers langs wegen het volgende. 

Het ophalen van kadavers is geregeld via de GWWD (Gezondheids- en Welzijns Wet voor Dieren).
Het deel dat gaat over de gemeentelijk verordeningen staat in Artikel 81h
1. Bij gemeentelijke verordening worden ten aanzien van dode gezelschapsdieren regels
gesteld ter zake van:
a. het aangeven en bewaren door de eigenaar of houder van dode gezelschapsdieren;
b. het ophalen van dode gezelschapsdieren;
c. het overdragen van dode gezelschapsdieren aan de ondernemer binnen wiens werkgebied het materiaal zich bevindt.

2. Indien tussen een gemeente en de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde ondernemer een overeenkomst is gesloten omtrent de in het eerste lid, onderdelen b en c, genoemde onderwerpen, behoeft de gemeentelijke verordening geen voorschriften over die onderwerpen te bevatten.

3. De ondernemer verwerkt de aan hem overgedragen dode gezelschapsdieren.

4. De in het eerste lid bedoelde voorschriften en het derde lid zijn niet van toepassing indien dode gezelschapsdieren worden verwerkt of verwijderd op een wijze die ingevolge de krachtens artikel 81c gestelde voorschriften is toegestaan, niet zijnde de wijze waarop de ondernemer de dode gezelschapsdieren verwerkt.

5. Onze Minister kan het eerste, tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing verklaren op soorten categorie 1-materiaal, niet zijnde dode gezelschapsdieren, of categorie 2-materiaal.

Voor het overige verwijzen wij naar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) > contactinformatie

NB: 
De burgemeester heeft een bewaarplicht heeft van twee weken voor zwerfdieren; de meest voor de hand liggende oplossing is dat de gemeente een stichting of een andere rechtsvorm in het leven roept die de dierenopvang regelt. Als bestuursorgaan kun je vervolgens aan die stichting subsidie verlenen om de werkzaamheden mee te betalen.

De VNG heeft een brief gestuurd aan de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Dierengeneeskunde met het standpunt over zwerfdieren/gevonden dieren.

Deze brief bevat de volgende tekst

In boek 5, titel 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de wetgever een regeling inzake gevonden zaken (voorwerpen) getroffen. In deze regeling worden onder meer de verplichtingen, de rechten en de bevoegdheden van vinders geregeld. Daarnaast is in deze regeling de gemeente aangewezen als overheidsinstantie waar gevonden zaken kunnen worden ingeleverd en is de gemeente ten aanzien van gevonden zaken een aantal bevoegdheden en verplichtingen toebedeeld.

Ten aanzien van gevonden dieren heeft de wetgever in artikel 5:8 BW een afwijkende regeling opgenomen. Wat de wetgever in dit kader onder "dier" verstaat is niet geheel duidelijk. Uit de Parlementaire Geschiedenis van dit artikel blijkt echter wel dat "wilde" dieren, dieren die in beginsel aan niemand toebehoren (verwilderde zwerfdieren), niet onder het begrip worden geschaard.

Ingevolge artikel 5:8 Burgerlijk Wetboek is een gemeente verplicht om een gevonden dier gedurende een termijn van veertien dagen te "bewaren". Omdat gemeenten vaak zelf niet over de mogelijkheid beschikken om dieren te huisvesten worden er overeenkomsten gesloten met plaatselijke asielen die vervolgens de opvang van het dier verzorgen.

De gemeente betaalt hiervoor dan een vergoeding. Deze vergoeding dient ons inziens minimaal de kosten van huisvesting gedurende de termijn van veertien dagen te omvatten. Echter ook de kosten van medische verzorging van het dier die gedurende deze termijn worden gemaakt komen voor vergoeding in aanmerking, mits deze kosten niet onredelijk hoog zijn. Kosten die door dierenartsen worden gemaakt binnen de veertien-dagen-termijn komen dus in principe voor vergoeding in aanmerking.

Hierbij moet wel de opmerking worden gemaakt dat, zoals hiervoor al is aangegeven, de regeling zoals deze in het Burgerlijk Wetboek is opgenomen, alleen ziet op gedomesticeerde dieren, (ver)wilde(rde) dieren vallen hier niet onder. Er zijn ons ook geen andere wettelijke regelingen bekend op basis waarvan een gemeente gehouden zou zijn de kosten voor de behandeling van zwerfdieren voor haar rekening te nemen. Worden er door dierenartsen dan ook kosten gemaakt voor de behandeling van gevonden zwerfdieren, niet zijnde dieren in de zin van de regeling, dan zijn wij van mening dat de gemeenten niet verplicht zijn om de kosten van deze behandelingen te vergoeden.
Uiteraard staat het hen vrij om dit toch te doen.

NB
Er is geen modelverordening voor het afvoeren van dode dieren op  www.modelverordeningen.sdu.nl. Wel is er via www.vng.nl een voorbeeld beschikbaar van gemeente Heemskerk.

Hoe omgaan met dode gezelschapsdieren | modelverordening?

Uitgebreide vraag over dode gezelschapsdieren. Binnen onze fusie-gemeente bestaan nog oude regelingen uit de vorige gemeenten, gebaseerd op de Destructiewet. Deze wet is echter per 1-1-2008 vervallen. De regeling is nu vervangen door een hoofdstuk `niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten' in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD).

Gezelschapsdieren vallen niet onder de aangifte- en ophaalplicht, maar de wet bepaalt wel dat elke gemeente regels op moet stellen over hoe in die gemeente wordt omgegaan met dode gezelschapsdieren.
Uiteraard is het nu al mogelijk binnen onze gemeente om overleden dieren bij de gemeentewerf te brengen.

Is dit voldoende om voorzieningen te treffen zodat de dieren naar de gemeentewerf gebracht kunnen worden, of dat er ook een afzonderlijke verordening opgesteld moet worden? Als dit laatste het geval is, is er dan een modelverordening beschikbaar? In geen enkele omliggende gemeente kan ik een dergelijke regeling vinden, dus ik vraag me af of dit daadwerkelijk vereist is, of dat het enkel melden waar iemand terecht kan met zijn of haar overleden dier afdoende is.

Antwoord
Er is geen modelverordening. Wat uw overige vragen betreft, daar heeft de VNG helaas geen expertise over. Wij kunnen u slechts verwijzen naar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ,NVWA > contactinformatie

Er is geen modelverordening voor het afvoeren van dode dieren op  www.modelverordeningen.sdu.nl. Wel is er via www.vng.nl een voorbeeld beschikbaar van gemeente Heemskerk

De VNG heeft geen specifieke expertise en capaciteit om vragen rond bestrijding van ongedierte te beantwoorden. Wel treft u navolgend een veelgestelde vraag aan met het (standaard) antwoord hierop dat nog altijd van toepassing is.

Is ongediertebestrijding wettelijke gemeentetaak?

De Woningwet en de Model-bouwverordening bevatten voorschriften over ongedierte, reinheid en preventie. Art. 8, tweede lid, onder 2 en 3 Woningwet en art 5.4.1 en 7.4.1 MBV. De gemeente heeft de taak toe te zien op de naleving van de voorschriften van de bouwverordening en ingeval van overtreding handhavend op te treden. Handhaven is plicht, gedogen is uitzondering. In gevallen van dieren die een gevaar opleveren voor de volksgezondheid (ratten) is het nauwelijks voorstelbaar dat u redenen heeft om niet op te treden.

Een handhavend optreden kan onder meer bestaan uit bestuursdwang, waarbij van overheidswege de nodige maatregelen worden getroffen. U kunt dit zelf doen of - althans de uitvoerende maatregelen - uitbesteden aan een deskundig bedrijf. Onder deskundig bedrijf kunt u verstaan een bedrijf met iemand die in het bezit is van het vakbekwaamheidsdiploma SVO (Stichting Vakopleiding Ongediertebestrijding). Bestuursdwang geschiedt op kosten van de overtreder.

Dan moet die overtreder wel bekend zijn. Wanneer niemand iets doet en de diertjes zich vermenigvuldigen is op een gegeven moment een flatgebouw, een hele straat of buurt vergeven van het gedierte. Dan is de oorsprong meestal niet te achterhalen en blijft de gemeente zitten met de kosten. Want er wordt van uitgegaan dat de gemeente een zorgplicht heeft op het gebied van de volksgezondheid.

In het verleden is uit jurisprudentie gebleken dat kostenverhaal in redelijkheid dient te geschieden en dit had tot gevolg dat voor zover een bestuursdwangactie mede op basis van algemene volksgezondheid en leefbaarheid geschiedt, dit deel van de kosten niet kan worden verhaald op de individule burger.

Dit verhaal heeft voor de praktijk enkele concrete gevolgen gehad: melden van ongedierte laagdrempelig maken, dus de burger hoeft niet te vrezen voor hoge kosten, want dan meldt hij niet. Zo snel mogelijk optreden: overleg, handhavingsactie, afspraken maken met grote woning- en gebouwbeheerders (corporaties).

Indien vaststaat dat er een algemeen volksgezondheidsbelang / leefbaarheid aan de orde is, en dit is altijd het geval waar het gaat over ratten, zelf pro actief optreden en niet wachten totdat een burger meldt. Pro actief betekent zelf optreden op eigen verantwoordelijkheid en kosten.

Uitzondering is de rattenbestrijding in gebieden die in beheer zijn van een Waterschap e.d. en in bedrijven die een bijzondere aantrekking hebben op ongedierte (graanopslag enz). Bij deze laatstgenoemde categorie is meestal een deskundig bestrijdingsbedrijf of een loonbedrijf door het waterschap of het agrarische (bedrijf) ingeschakeld voor ongediertebestrijding.

Voorts is van belang de website over de dierplaagbestrijding www.kad.nl. Het KAD adviseert gemeenten en anderen over de aanpak van de bestrijding. Veel gemeenten,  hebben een contract met het KAD gesloten over deze dienstverlening.

Met betrekking tot de terminologie volledigheidshalve het volgende. Deskundigen uit Wageningen menen dat ongedierte niet bestaat, elk dier heeft nut. Dieren waarvan de mens soms hinder ondervindt noemen we plaagdieren en een verzameling plaagdieren is een dierplaag.

De branche van bestrijdingsbedrijven heeft zich verenigd in de NVPB www.ongedierte.nl. De VNG heeft geen specifieke expertise om vragen rond bestrijding van ongedierte te beantwoorden.

Zijn er gemeenten met een Nota Dierenwelzijn? 

Hieronder enkele nota's (via Google, met de trefwoorden 'nota dierenwelzijn gemeente' vindt u een flink aantal nota's.

De Dierenbescherming heeft de publicatie "Aanbevelingen gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid" uitgegeven. U kunt deze opvragen bij de Dierenbescherming, bereikbaar via de site www.dierenbescherming.nl,  telefoonnummer 088-8113000

Hoe zit het met het redden van paarden en kostenverhaal?

Volledige vraag: Is het in veiligheid brengen van paarden bij dreiging van overstroming een dienst, waarvoor brandweerrechten (op basis van de verordening op de heffing en de invordering brandweerrechten) kunnen worden geheven?

Antwoord
Niet alle werkzaamheden van de brandweer zijn aan te merken als een dienst waarvoor rechten of een privaatrechtelijke vergoeding kan worden gevraagd. Er is onderscheid tussen hulpverlening en dienstverlening. Voor verrichtingen in het kader van hulpverlening kunnen geen rechten worden geheven of vergoedingen worden gevraagd. Het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand, behoren tot de publieke taak van de gemeente/brandweer.

Met andere woorden: Het redden van paarden van een weide zodat deze niet verdrinken is geen dienstverlening, maar valt onder hulpverlening in de zin van de Wet veiligheidsregio's. Kosten die de brandweer in het kader van de uitvoering van deze taak heeft gemaakt, mag zij o.g.v. de Wet veiligheidsregio's niet verhalen via de publiekrechtelijke weg. De kosten mogen daarom ook niet via het privaatrecht worden verhaald. Zie Brandweerkostenarrest (NJ 1994, 639). 

Kan gemeente vrijstelling geven van hondenbelasting?  

Uitgebreide vraag. Is het juridisch mogelijk om ter voorkoming van overvolle dierenasiels tijdelijke kwijtschelding/vrijstelling te verlenen van de Hondenbelasting aan een ieder die in de gemeente  een hond uit het asiel adopteert? 

Antwoord

Er moet een objectieve rechtvaardigingsgrond zijn voor het verstrekken van een vrijstelling en deze rechtvaardigingsgrond moet te maken hebben met de belastingplicht (het houden van een hond) en niet met de afkomst. De vraag is dus eigenlijk of een overvol dierenasiel een objectieve rechtvaardigingsgrond kan zijn voor het vrijstellen van de hondenbelasting.

Het is verdedigbaar om honden die afkomstig zijn uit het asiel vrij te stellen van hondenbelasting. Geen kwijtschelding, want dat is bedoeld voor on- en minvermogenden.  Er dient daarvoor dan een vrijstelling in de verordening hondenbelasting te worden opgenomen.

De per 1 januari 1995 gewijzigde materiële belastingbepalingen geven de gemeenten een ruime mate van vrijheid bij het heffen van gemeentelijke belastingen. Artikel 219, lid 2 Gemeentewet bepaalt dat gemeentelijke belastingen kunnen worden geheven naar in de belastingverordening te bepalen maatstaven. In de toelichting op dit artikel wordt expliciet als voorbeeld genoemd dat de gemeente de belastingheffing zodanig mag inrichten dat het gevoerde gemeentelijke beleid ter zake daarmee wordt ondersteund.

U kunt er ook voor kiezen om belastingplichtigen wel hondenbelasting te laten betalen en daarnaast een subsidie te verstrekken ter hoogte van het betaalde bedrag aan hondenbelasting.

Wat kan gemeente doen aan te groot aantal dieren?

Uitgebreide vraag. Er wordt op een perceel met de bestemming Wonen circa 25 honden en nog een aantal andere dieren gehouden. De situatie is geëscaleerd en de onmiddellijke omgeving ervaart veel overlast. Er is door hen reeds een privaatrechtelijke procedure gestart die zij in eerste instantie hebben gewonnen. Er wordt momenteel nagedacht over een bestuursrechtelijk trajec en eventueel bestuursdwang.

Op het perceel rust de bestemming Wonen. De (zwakbegaafde) bewoners houden de dieren 'hobbymatig' en beschouwen de dieren als hun kinderen. De dieren worden niet ten behoeve van commerciële doeleinden gehouden. Kan er worden opgetreden door te stellen dat het houden van de dieren qua aantal, ruimtelijke uitstraling en aard, het hobbymatige karakter overstijgt?

Antwoord
Over het aantal honden bestaat geen richtlijn. Het is niet bte zeggen of dit in strijd is met het bestemmingsplan. Het weghalen van de dieren is geen oplossing voor het probleem. Spoedig zullen andere dieren in huis worden opgenomen en waarschijnlijk weer in grote aantallen. Het schoonmaken van de woning is ook maar een tijdelijke oplossing.

Het probleem is het gedrag van de bewoners en mogelijk hun zwakbegaafdheid. De bewoners zullen hun gedrag moeten wijzigen of in uiterste consequentie, wanneer de toestand onhoudbaar wordt, vertrekken. Het eerste kan worden bereikt door iemand te vinden die het vertrouwen wint en hem naar een beslissing toe leidt, een beslissing die erop neerkomt dat het aantal honden wordt teruggebracht.

In 2011 heeft de VROM inspectie een handreiking uitgebracht over de aanpak van woonoverlast en verloedering. Deze Handreiking biedt enkele aanknopingspunten.

Hoe kan gemeente omgaan met vervuilde koopwoning (vogels)?  

Uitgebreide casus. Het betreft een koopwoning die door de bewoner wordt vervuild. De bewoner is sinds langere tijd bij diverse instanties bekend. Bewoner houdt op de bovenverdieping circa 100 vogels die in kooitjes zitten. Vorig jaar kregen wij klachten uit de omgeving. Na een huisbezoek hebben wij geconstateerd dat in en rond de hele woning afval ligt. De buurt klaagt over ongedierte (ratten en muizen).

Vanuit de handhaving zijn eerdere schoonmaak-acties op het adres geweest.. Om de situatie niet te laten escaleren, hebben wij in mei 2011 de woning en het perceel opnieuw opgeruimd en gereinigd. De kosten hiervan worden op de bewoner verhaald. 
 
Medio november 2011 wordt illegaal zwaar vuurwerk in het huis aangetroffen. Tevens wordt ook softdrugs aangetroffen. Dit is door de politie in beslag genomen. Door gebrek aan veiligheid wordt door GGD en thuiszorg de hulp gestaakt. Voor het bezit van illegaal vuurwerk is de bewoner niet strafrechtelijk vervolgd. Vanuit de gemeente is slechts een waarschuwing uitgegaan.
 
In mei 2012 bleek de woning weer te vervuilen. De zorginstanties vragen zich af wat de gemeente in deze zaak kan doen: overgaan tot sluiting van de woning?
 
De bevoegdheid van de burgemeester om op grond van artikel 174a Gemeentewet tot sluiting over te gaan is enkel in geval er sprake is van zeer ernstige verstoring van de openbare orde. De verstoring moet een ernstig gevaar opleveren voor de veiligheid en de gezondheid van de omwonenden.  Naar onze mening is er op dit moment onvoldoende reden om de woning te sluiten: bovengenoemde eisen worden zeer streng beoordeeld door de Afdeling Bestuursrechtspraak.
 
De mogelijkheid om wél in te grijpen en de woning te sluiten bestond naar onze mening op het moment dat een grote hoveelheid illegaal zwaar vuurwerk in de woning is aangetroffen. Deze kans is echter onbenut gebleven.
 
Welke mogelijkheden hebben wij als gemeente om de overlast afkomstig van de bewoner en zijn woning aan te pakken. Om de ratten en muizen te bestrijden zouden de vogels eigenlijk weg moeten. Kunnen wij op grond van wet- en regelgeving de vogels in beslag nemen?
 
De buurt heeft het idee dat de gemeente niets doet. Dit leidt tot frustraties.Wij hebben de afgelopen jaren diverse malen de woning gereinigd en opgeruimd. Diverse zorginstanties hebben geprobeerd om de bewoner te begeleiden en de woning schoon te houden. Uiteindelijk levert het niets op, omdat na verloop van tijd de woning weer wordt vervuild.
 
Hebt u voor ons enige tips hoe wij deze zaak kunnen aanpakken? 

Antwoord
Het weghalen van de dieren is geen oplossing voor het probleem. Spoedig zullen andere dieren in huis worden opgenomen en waarschijnlijk weer in grote aantallen. Het probleem is het gedrag van de bewoner / eigenaar van de woning. Het schoonmaken van de woning blijkt telkens een tijdelijke oplossing. De bewoner zal de woning moeten verlaten. Dit kan met zijn medewerking en kan tegen zijn wil.

Het eerste kan worden bereikt door iemand te vinden die het vertrouwen wint en hem naar een beslissing toe leidt. Lang niet altijd lukt dit. Gelet op de onrust in de buurt en de verwachting dat dit binnenkort vormen aanneemt waarbij de  openbare orde in het geding is, kan de burgemeester op grond van artikel 174A Gemeentewet optreden. De GGD en thuiszorg hebben de hulp gestaakt wegens onveiligheid voor de eigen medewerkers. De buren kunnen zich eveneens onveilig  voelen. De situatie lijkt behoorlijk te zijn geëscaleerd.

U heeft een dossier aangelegd waaruit blijkt dat het gedrag van betrokkene over langere tijd zeer hinderlijk is, dat het ongedierte de gezondheid van omwonenden bedreigt en dat de openbare orde door de toenemende druk vanuit de buurt een belangrijke rol speelt. Het verdient aanbeveling voorafgaande aan een uit huis zetting onderdak en opvang te regelen.

In 2011 heeft de VROM inspectie een handreiking uitgebracht over de aanpak van woonoverlast en verloedering. Deze handreiking biedt enkele aanknopingspunten.

Zijn er regels voor weghouden van vogels tijdens broedseizoen? 

Volledige vraag Is er wet- of regelgeving met betrekking tot het weghouden van vogels van een eiland/dam in verband met baggerstort tijdens het broedseizoen? 

Antwoord
In de model-APV staat niets meer over bescherming van vogels. Dit is wel geregeld in de Flora en Faunawet. Op de website van de Vogellbeschermin staat het volgende:

Werkzaamheden tijdens het broedseizoen.
Wie werkzaamheden uitvoert, heeft een gedeelte van het jaar te maken met de bescherming van broedvogels. In het broedseizoen zijn vogels extra gevoelig voor verstoring. Ze hebben al hun energie nodig voor voortplanting en het grootbrengen van de jongen. Tijdens werkzaamheden worden ze vaak ongemerkt en onbedoeld verstoord. Gevolg kan zijn dat ze definitief het nest verlaten en het broedsel mislukt.

Wettelijke bescherming
Alle broedende inheemse vogels en hun nesten zijn wettelijk beschermd. De Flora- en faunawet regelt onder meer de bescherming van vogels in het broedseizoen: het verstoren van broedende vogels en jongen, of het vernielen van nesten en eieren is verboden.

Belangrijkste bepalingen in de Flora- en faunawet
Beschermde inheems dieren mogen niet worden verstoord, gevangen, verwond of gedood;
Nesten, vaste rustplaatsen en voortplantingsplaatsen mogen niet worden verstoord of vernield;
De eieren van beschermde dieren mogen niet worden gezocht, beschadigd of geraapt.

Verstoring
Vanaf het tijdstip dat de ouders het nest bouwen tot het moment dat de jongen het nest hebben verlaten, zijn de vogels gevoelig voor verstoring. Het gaat hier met name om onnodige en ernstige verstoringen als gevolg van ingrijpende werkzaamheden als het kappen van bomen; het maaien van slootkanten; en renovatiewerkzaamheden van huizen.

Broedseizoen
Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Het verschilt namelijk per soort. Sommige vogelsoorten, zoals de blauwe reiger en de bosuil, beginnen al in februari te broeden en bepaalde (zang) vogels broeden nog in augustus. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Moerasvogels en andere watervogels broeden meestal tussen 1 april en 15 augustus.

Let op:
In de Flora- en Faunawet wordt geen datum genoemd voor het broedseizoen. Op het moment dat beschermde inheemse broedvogels bezig zijn met hun broedproces, mogen er geen verstorende werkzaamheden of activiteiten plaatsvinden, dus ongeacht de periode van het jaar.

Algemene tips
Plan verstorende werkzaamheden zoveel mogelijk tussen half augustus en half februari. Dit is de minst kwetsbare periode voor broedvogels. Een goede planning scheelt inventarisatiewerk, overleg en problemen. Is het onvermijdelijk om in het broedseizoen te  werken, volg dan deze tips:

Zorg voor een goede inventarisatie van alle broedvogels. Maak gebruik van de expertise van SOVON of een plaatselijke vogelwerkgroep;
Zorg voor deskundig advies. Maak tijd om te communiceren over de werkzaamheden. Dit kan later veel problemen voorkomen, zoals het moeten stilleggen van het werk;
Zorg voor maatwerk. Denk daarbij aan:
- het achterwege laten van werkzaamheden in delen van het gebied waar vogels broeden;
- het toepassen van aangepaste methodes;
- het veranderen van de volgorde van de werkzaamheden, waarbij de  verstorende werkzaamheden worden uitgesteld tot na de broedperiode. 
Pas het werk aan, mocht er onverwacht tijdens werkzaamheden een nest met eieren of jongen ontdekt worden.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) van het ministerie van EL&I controleert de naleving van de Flora- en faunawet. Overtredingen kunnen gemeld worden via het Klantcontaccentrum. Vragen over de Flora- en faunawet kunnen worden gesteld via het Dienst Regelingen loket. "

Is een volière een gebouw?

Volledige vraag: Er is een grote  volière gebouwd zonder dat daarvoor vergunning is aangevraagd of verkregen. Gemeente heeft standpunt dat sprake is van een vrijstaand bijgebouw waarvoor vergunning nodig . (Foto meegezonden en detailinformatie door gemeente meegezonden). 

Antwoord
Het door u beschreven bouwwerk, de met foto getoonde volière of kooi is geen gebouw, wel een bouwwerk. Een dak is bestemd om bescherming te bieden tegen weersinvloeden. Dit kan een glazen of doorschijnend plastic dak zijn, maar een volledig uit gaas bestaande bovenzijde van een bouwwerk mist het voornaamste kenmerk van een dak. De kooi of volière is wel een bouwwerk. Een volière is een gebouw indien er een dak op zit.

Voor het oplossen van uw casus maakt het waarschijnlijk niet uit of de volière een gebouw is of een bouwwerk, geen gebouw zijnde.
In uw bestemmingsplan staat ' bebouwing'. Tenzij anders omschreven in uw bestemmingsplan, houdt dit in: alle bouwwerken, niet alleen de gebouwen, en inclusief het hoofdgebouw.

Op dit dubbele perceel is 700 m2 bebouwing toegestaan volgens bestemmingsplan. De volière alleen is al 1.050 m2. Vergunningvrij is een bijbehorend bouwwerk, zoals een volière, toegestaan volgens art. 3, onderdeel 1, van bijlage II van het Bor, mits passend binnen het bestemmingsplan. De door u vermelde volière is te groot.

De eigenaar zal een aanzienlijk deel van het bouwwerk en misschien wel het hele bouwwerk moeten afbreken om binnen de grenzen van het bestemmingsplan te blijven. Of u meewerkt aan legalisatie door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is aan u.  

Of deze volière van 1.050 m2 met daarin een grote hoeveelheid vogels hobbymatig plaatsvindt of dat hier sprake is van bedrijfsmatige handel in dieren en dat dit laatste mogelijk ook in strijd is met het bestemmingsplan, kunt u betrekken in een handhavingszaak.

Is er een wetsvoorstel over strafmaat dierenmishandeling?

Kamerleden Waalkens (PVDA)  en Ormel (CDA)hebben een initiatiefwetsvoorstel ingediend over de strafmaat voor dierenmishandeling.

Evenementenvergunning weigeren aan circus i.v.m. dierenwelzijn?

Winschoten is door de Raad van State in het ongelijk gesteld in de weigering van een evenementenvergunning aan een circus. Dierenwelzijn is volgens de Afdeling Bestuursrecht uitputtend geregeld in de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren.

De gemeente is  niet bevoegd om in de APV te bepalen, dat een evenementenvergunning kan worden geweigerd om redenen van dierenwelzijn. De Afdeling bevestigt hiermee de eerdere uitspraak van de Rechtbank Groningen in deze zaak.

Meer informatie

Welke wettelijke verplichtingen om plaagdieren te bestrijden?

De Woningwet (Ww) en de Model-bouwverordening bevatten voorschriften over ongedierte, reinheid en preventie. Zie artikel 8, tweede lid, onder 2 en 3 Ww en art 5.4.1 en 7.4.1 MBV. De gemeente heeft de taak toe te zien op de naleving van de voorschriften van de bouwverordening.  De niet-naleving van de bouwverordening kan een overtreding vormen waartegen direct handhavend kan (moet!) worden opgetreden. zonder dat eerst een aanschrijving vereist is. 

Artikel 7b bevat een algemeen verbod om de daar genoemde handelingen en activiteiten te verrichten tenzij daarbij (tenminste) wordt voldaan aan de betreffende voorschriften uit de bouwverordening.  De bevoegdheid tot handhaven vloeit voort uit artikel 92 Woningwet. In het tweede lid wordt verwezen naar een aantal relevante bepalingen uit de Wabo, onder meer naar art. 5.17 Wabo (het oude artikel 100d Woningwet). Bij (gevaar voor) herhaling van de overtreding kan artikel 17 Woningwet van toepassing zijn.

Op het uitoefenen van bestuursdwang zijn verder de bepalingen uit  Hoofdstuk 5 van de Awb van toepassing.

Een en ander kan leiden tot het nemen van de nodige maatregelen. U kunt dit zelf doen of – althans de uitvoerende maatregelen – uitbesteden aan een deskundig bedrijf. Onder deskundig bedrijf kunt u verstaan een bedrijf met iemand die in het bezit is van het vakbekwaamheidsdiploma afgegeven door een door de overheid erkend exameninstituut: www.evm-examen.nl

Bestuursdwang geschiedt op kosten van de overtreder. Dan moet die overtreder wel bekend zijn. Wanneer niemand iets doet en de diertjes zich vermenigvuldigen is op een gegeven moment een flatgebouw, een hele straat of buurt vergeven van het gedierte. Dan is de oorsprong meestal niet te achterhalen en blijft de gemeente zitten met de kosten. Want er wordt van uitgegaan dat de gemeente een zorgplicht heeft op het gebied van de volksgezondheid.

In het verleden is uit jurisprudentie gebleken dat kostenverhaal in redelijkheid dient te geschieden en dit had tot gevolg dat voor zover een bestuursdwangactie mede op basis van algemene volksgezondheid en leefbaarheid geschiedt, dit deel van de kosten niet kan worden verhaald op de individuele burger.
 
Dit verhaal heeft voor de praktijk enkele concrete gevolgen gehad:

  • Melden van ongedierte laagdrempelig maken, dus de burger hoeft niet te vrezen voor hoge kosten, want dan meldt hij niet.
  • Zo snel mogelijk optreden: overleg, aanschrijven, bestuursdwang; afspraken maken met grote woning- en gebouwbeheerders (corporaties).

Als vaststaat dat er een algemeen volksgezondheidsbelang / leefbaarheid aan de orde is, zelf proactief optreden en niet wachten totdat een burger meldt. Proactief betekent zelf optreden op eigen verantwoordelijkheid en kosten. Als u dit niet doet, gaat u -gelet op de jurisprudentie- later toch betalen en dan zijn vanwege de omvang van de plaag de kosten waarschijnlijk hoger.

Uitzondering is de rattenbestrijding in gebieden die in beheer zijn van een Waterschap e.d. en in bedrijven die een bijzondere aantrekking hebben op ongedierte (graanopslag enz). Bij deze laatstgenoemde categorie is meestal een eerder bedoeld deskundig bestrijdingsbedrijf of een loonbedrijf ingeschakeld voor ongediertebestrijding.

Voorts is van belang de website over de dierplaagbestrijding www.kad.nl . Het KAD adviseert gemeenten en anderen over de aanpak van de bestrijding. Veel gemeenten hebben een contract met het KAD gesloten over deze dienstverlening.

Met betrekking tot de terminologie volledigheidshalve het volgende. Deskundigen uit Wageningen menen dat ongedierte niet bestaat, elk dier heeft nut. Dieren waarvan de mens soms hinder ondervindt noemen we plaagdieren en een verzameling plaagdieren is een dierplaag. De branche van bestrijdingsbedrijven heeft zich verenigd in de NVPB www.ongedierte.nl