Aanvulling op zomerupdate model-APV

We publiceerden op 13 juli onze jaarlijkse actualisering van de model-APV. Onder andere is daarin artikel 1:3 geschrapt. Diverse gemeenten vroegen ons nog eens uit te leggen waarom dit artikel (over het buiten behandeling laten van een te laat ingediende aanvraag) is geschrapt.

We kregen daarbij ook het verzoek om te kijken of er een alternatief instrument mogelijk is voor gevallen waarin aanvragen zo laat zijn ingediend dat een volledige, goede én tijdige behandeling niet mogelijk is.

Reden schrappen artikel 1:3

Artikel 1:3 bepaalde dat een te laat ingediende aanvraag buiten behandeling kan worden gelaten. Deelnemers van het Forum Gemeenterecht attendeerden ons erop dat deze bepaling in strijd is met de Awb, art. 4:5. Dit artikel stelt dat aanvragen die onvolledig zijn buiten behandeling kunnen worden gelaten nadat de aanvrager de gelegenheid heeft gekregen binnen een bepaalde termijn het gebrek te herstellen.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat art. 4:5 Awb alleen ziet op gevallen waarin niet alleen de aanvraag onvolledig is of niet voldoet aan een uitdrukkelijk wettelijk voorschrift, maar waarin ook nog eens de gebreken herstelbaar zijn. Volgens ABRvS 28 mei 2003, JB 2003/188, verzet het wettelijke stelsel zich tegen het niet behandelen van een aanvraag in andere dan in artikel 4:5 genoemde gevallen

Vandaar dat we artikel 1:3 van de model-APV hebben laten vervallen.

Alternatief instrument

Gemeenten kunnen bij verordening dus geen aanvullende gronden stellen waarmee een aanvraag buiten behandeling kan worden gelaten. Maar uiteraard is het voor gemeente én aanvrager weinig zinvol te beginnen met een inhoudelijke toetsing van een aanvraag (voor vergunning of ontheffing) als door het tijdstip van indienen een volledige en goede beoordeling redelijkerwijs niet mogelijk is vóór de beoogde datum van de activiteit waar het om gaat.

Een snelle weigering schept snel duidelijkheid voor de aanvrager en voorkomt een onnodige inspanning aan de kant van de gemeente. Daarom is aan artikel 1:8 (Weigeringsgronden) een tweede lid toegevoegd dat als weigeringsgrondslag kan dienen voor gevallen waarbij de aanvraag minder dan drie weken voor de datum van de activiteit is ingediend, en een behoorlijke behandeling van de aanvraag daardoor niet mogelijk is.

Meer informatie

De toevoeging van artikel 1:8, tweede lid, en de redactionele aanpassing van het eerste lid zijn per 28 juli verwerkt in de bijlagen bij VNG-ledenbrief 16/063: