Overzicht veelgestelde vragen over Aanbesteden

Hieronder treft u de categorieen aan met vragen en antwoorden binnen het betreffende dossier. U kunt deze openklappen en lezen door op een categorie/vraag te klikken.

 

Nee, de VNG heeft een Model opgesteld. Dit Model leent zich er niet voor om dit te deponeren bij de KvK. Het Model zal altijd nader moeten worden ingevuld door de desbetreffende gemeente, denk daarbij bijvoorbeeld aan de naam van de gemeente. Dit nader ingevulde exemplaar kan de gemeente zelf deponeren bij de KvK.  

 
 

Ja, dat is mogelijk. In de overeenkomst kunnen nadere bepalingen worden opgenomen voor de verschillende branches op grond van artikel 2 lid 2 Model AIv. Hiervoor worden in de toelichting ook handreikingen geboden. Voor bepaalde diensten, zoals bijvoorbeeld accountantsdiensten, zal goed gekeken moeten worden welke aanpassingen in de overeenkomst nodig zijn, eventueel in overleg met ondernemers.

 

Ja, dat is mogelijk, maar heeft niet onze voorkeur. Om het inzichtelijk te houden voor de ondernemers verzoeken wij u gebruik te maken van een addendum. Hierdoor hebben ondernemers snel inzicht in wat afwijkt van het VNG Model AIv.

Hieronder de introductieteksten die u kunt gebruiken:

  • Addendum Algemene Inkoopvoorwaarden: In dit addendum geeft  de gemeente aan in welke artikelen zij afwijkt van het VNG Model Algemene Inkoopvoorwaarden en op welke wijze.
  • Addendum Inkoop- en Aanbestedingsbeleid: In dit addendum geeft de gemeente aan in welke paragrafen zij afwijkt van (dan wel nader aanvult op) het VNG Model Inkoop- en aanbestedingsbeleid en op welke wijze.

Ja dat is mogelijk.

In dat geval kan het aangewezen zijn om een alternatieve aansprakelijkheidsbepaling op te nemen. Ook kunnen deze opdrachten vragen om aandacht voor een nadere regeling over het intellectueel eigendom. In de Toelichting bij het Model AIv worden voorbeelden voor alternatieve bepalingen gegeven. Gemeenten die de DNR (De Nieuwe Regeling) hanteren kunnen dit gewoon blijven doen voor deze diensten.

 

Nee, de gemeente kan volstaan met het verstrekken van haar algemene inkoopvoorwaarden bij de offerteaanvraag. Dit sluit aan bij het vereiste van een expliciete schriftelijke aanvaarding van de offerte (artikel 3.3 Model AIV). De gemeente kan desalniettemin daarnaast ervoor kiezen om haar algemene inkoopvoorwaarden te deponeren bij de Kamer van Koophandel (KvK).

 

Wat onder ‘overmacht’ zal worden verstaan, zal afhangen van de omstandigheden van het geval.

Daarnaast zijn de meningen over een mogelijke definitie zo verdeeld, dat wij er geen gemene deler voor hebben kunnen vinden. In de Toelichting bij het Model AIv is wel een voorbeeld clausule opgenomen die gemeenten kunnen gebruiken.

Directe en indirecte schade zijn begrippen die afkomstig zijn uit het Anglosaksische recht. Dit zijn geen begrippen die we terug zien in de wet. Er bestaat dus geen wettelijke definitie van directe en indirecte schade. Ook in de Nederlandse jurisprudentie kennen deze termen geen vastomlijnde definities.  In het  VNG Model AIv wordt aangesloten bij het BW en dus bij de wettelijke schadevergoedingsregeling waarbij de vergoeding en de omvang van de schade kortweg wordt bepaald door criteria van causaal verband en toerekenbaarheid.

Indien wel wordt gekozen voor een onderscheid tussen directe en indirecte schade, dan is het aanbevelenswaardig om een bij de betreffende opdracht passende definitie van indirecte schade op te nemen om de onzekerheid over de uitleg van deze term (aangezien het geen vastomlijnde definitie heeft) te reduceren.

Gezien de diversiteit aan leveringen en diensten waarop het VNG Model AIv van toepassing is, kan  in de toelichting niet één voorbeeld van een dergelijke definitie worden opgenomen.

 

De keuze hiervoor berust op de beschermingsgedachte. Het gaat om de zekerheid dat het schrijven de geadresseerde ook bereikt.

 

Dit is niet opgenomen, omdat de wijze waarop wordt goedgekeurd per product en zelfs per gemeente kan verschillen. De gemeente moet dit dus nog apart regelen.

 
 
 

Dat komt omdat Post NL die service niet meer aanbiedt. Bij het huidige aangetekend schrijven wordt de zending pas overhandigd nadat de geadresseerde voor ontvangst heeft getekend. PostNL is bezig met de ontwikkeling van een systeem voor gedigitaliseerde handtekeningen. De zending is te volgen via Track&Trace. Meer info op de site van Post NL.

 

Als een nota inkoop- en aanbestedingsbeleid een kaderstellend karakter heeft dient (gelet op de dualisering) de nota te worden vastgesteld door de gemeenteraad. Dat de raad de nota vaststelt is ook door de VNG recent verwoord in de “Checklist voor inkopen en aanbesteden”. In een dergelijke nota kunnen de kaders gesteld worden waarbinnen het college het aanbestedingsbeleid (bijvoorbeeld de besluitvorming aangaande inkoop of aanbesteding in een concrete situatie) moet uitvoeren. Daarnaast kan de raad zich in de nota bijvoorbeeld uitspreken over de mate waarin het gewenst is dat de gemeente het uitgangspunt ‘duurzaam aanbesteden’ gaat hanteren. Verder kan in de nota worden geregeld hoe het college zich verantwoord aan de gemeenteraad over de uitvoering van het aanbestedingsbeleid.

Verhouding raad en college

Met de dualisering zijn de begrotingsuitvoering, het bewaken van de financiële positie en de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige besteding grotendeels taken van het college geworden. Dat geldt ook voor de inrichting van de ambtelijke organisatie en voor de administratieve systemen die noodzakelijk zijn voor een goede uitoefening van de financiële functie. Wel moet het college daarbij de kaders in acht nemen die de Raad stelt.

De verordening ex artikel 212 Gemeentewet geeft in belangrijke mate de taakverdeling tussen de Raad en het college weer. Artikel 212, eerste lid van de Gemeentewet stelt: “De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.

In de verordening ex artikel 212 Gemeentewet bepaalt de raad dus de uitgangspunten voor het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie. Zo wordt in de verordening bepaald waaraan de begroting en de jaarstukken aan moeten voldoen en de frequentie van de tussentijdse rapportage. Het college zal aan deze uitgangspunten een nadere (beheersmatige) uitwerking moeten geven. Met de verordening wordt tevens invulling gegeven aan artikel 169 van de Gemeentewet (zie hieronder).

Artikel 27 van de VNG-modelverordening ex artikel 212 Gemeentewet stelt: ‘Het college draagt zorg voor en legt (bij besluit) vast de interne regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van leveringen, werken en diensten. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie’.

Dit artikel is zo geformuleerd omdat het college binnen het aanbesteden gerechtigd is om privaatrechtelijke rechtshandelingen te doen. Daartoe dient het college interne regels vast te stellen. Hiermee is tevens voor het aanbestedingsbeleid invulling gegeven aan artikel 160 Gemeentewet (zie hieronder). Alle privaatrechtelijke rechtshandelingen in het aanbestedingsproces worden vervolgens door of namens het college gedaan.

Het vaststellen van de nota aanbestedingsbeleid

Feitelijk komt het er op neer dat het college zorg draagt voor de Nota Aanbestedingsbeleid waarin de beleidsuitgangspunten met betrekking tot de inkoop en de aanbesteding van werken en de levering van diensten worden vastgelegd. Deze uitgangspunten waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie. De nota wordt ter vaststelling aan de Raad aangeboden. Het college werkt vervolgens de Nota Aanbestedingsbeleid uit in interne regels (protocol) waarin de ambtelijke regels en procedures voor de inkoop en de aanbesteding van werken, leveringen en diensten worden vastgelegd.

In de praktijk is te constateren dat in toenemende mate de gemeenten hun inkoop- en aanbestedingsbeleid door de raad vast laten stellen. Dit laat dus onverlet de verplichting van het college om interne regels of een protocol vast te leggen over hoe om te gaan met aanbesteden. Soms is de nota niet alleen kaderstellend, maar zijn tevens de interne regels in de nota opgenomen. De nota heeft dan een tweezijdige functie. Dan ligt het voor de hand dat de nota zowel door de raad als het college wordt vastgesteld. Een en ander laat dus onverlet dat het college op grond van artikel 160 Gemeentewet eindverantwoordelijk is (en gerechtigd tot) voor het doen of uitvoeren van privaatrechtelijke rechtshandelingen.

Artikel 169 Gemeentewet

  1. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur.
  2. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
  3. Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.
  4. Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
  5. Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder f, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van het vierde lid de raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het ter zake genomen besluit.

Artikel 160 Gemeentewet

  1. Het college is in ieder geval bevoegd:
    1. het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet de raad of de burgemeester hiermee is belast;
    2. beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast;
    3. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente, met uitzondering van de organisatie van de griffie;
    4. ambtenaren, niet zijnde de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren, te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
    5. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten;
    6. te besluiten namens de gemeente, het college of de raad rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
    7. ten aanzien van de voorbereiding van de civiele verdediging;
    8. jaarmarkten of gewone marktdagen in te stellen, af te schaffen of te veranderen.
  2. Het college besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
  3. Een besluit als bedoeld in het tweede lid behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
  4. Het college neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.

NB: De bevoegdheid te besluiten tot daadwerkelijke gunning van een aanbesteding van een opdracht is dus een beslissing die op grond van art. 160 van de Gemeentewet aan het college is voorbehouden. Bij de ondertekening van een uiteindelijke overeenkomst wordt de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigd door de burgemeester (ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet). Via mandaat, volmacht dan wel machtiging kunnen deze zaken binnen de gemeente desgewenst worden overgedragen aan nader aan te wijzen gemeentefunctionarissen.

Zie ook

Veelgestelde vragen bij Europa decentraal

 

Gemeente heeft in 2008 een project aanbesteed en vergund. De marktomstandigheden zijn nu anders en de gemeente wil wijzigingen aanbrengen in het project. Het project bestaat uit een ondergrondse parkeerkelder met woningen bovenop. Gemeente wil de ondergrondse parkeerkelder nu niet (klein onderdeel van het plan) en er zouden 5 woningen moeten worden geschrapt (van ± 35 woningen). Bijna de helft van het project is inmiddels aangelegd. 

Vrees bestaat dat de gemeente een claim krijgt als ze het project aanpassen, omdat de opdracht dusdanig verandert dat de gunning zou moeten worden ingetrokken en opnieuw aanbesteed. In hoeverre is dit een risico gezien de tijd die verstreken is en de helft van het project al gerealiseerd is?

Antwoord:

De vraag die voorligt, is of er sprake is van een wezenlijke wijziging, waardoor er een nieuwe overheidsopdracht is ontstaan? Hoewel de ondergrondse parkeerkelder destijds geen onderdeel uitmaakte van de uitvraag van de gemeente is zij hier vervolgens wel mee akkoord gegaan. Deze is vervolgens opgenomen in de overeenkomst en daarmee zou gesteld kunnen worden dat het onderdeel is geworden van de overheidsopdracht aan de opdrachtnemer.

Het Hof van Justitie EG concludeerde in het Pressetext-arrest dat 'wijzigingen van de bepalingen van een overeenkomst inzake een overheidsopdracht tijdens de geldigheidsduur ervan vormen een nieuwe plaatsing van een opdracht, wanneer zij kenmerken vertonen die wezenlijk verschillen van de bepalingen van de oorspronkelijke overeenkomst en die bijgevolg doen blijken van de wil van partijen om opnieuw te onderhandelen over de wezenlijke voorwaarden van deze overeenkomst.'.

De wijziging kan worden aangemerkt als wezenlijk:

1. als voorwaarden worden ingevoerd die zouden hebben geleid bij het afsluiten van de overeenkomst:

        a. tot toelating van andere inschrijvers dan de oorspronkelijke of ;

        b. tot de keuze van een andere offerte dan de oorspronkelijke,

2. bij uitbreiding van de oorspronkelijk afgesproken diensten;

3. bij economisch evenwicht verschuiving naar de opdrachtnemer.

Aan de hand van deze criteria kunt u toetsen of er sprake zou zijn een nieuwe overheidsopdracht.

Hieronder staan drie verwijzingen naar rechterlijke uitspraken waar sprake was een beperking van de werkzaamheden en de vraag centraal stond of er sprake was van een wezenlijke wijziging. Hoewel de beantwoording van deze vraag ook altijd afhangt van de omstandigheden van het geval en onderstaand overzicht niet uitputtend is, geven ze wel meer duiding aan de bovenstaande criteria. 

Rechtbank Den Haag, X / Staat der Nederlanden

Zie met name paragrafen 4.3 en 4.4 over meer- en minderwerk en de rechtbank oordeelde dat  er sprake was van een wezenlijke wijziging.

Rechtbank Den Haag, X / Gemeente Leidschendam-Voorburg

De gemeente had een aanbesteding ingetrokken vanwege de verslechterde financiële vooruitzichten, aangezien als gevolg van de economische recessie en te verwachten kortingen op het gemeentefonds minder te besteden zou zijn. Vervolgens wilde de gemeente de opdracht opnieuw aanbesteden. Volgens de gemeente was er sprake van een wezenlijke wijziging, omdat de opdracht o.a. omdat het onderdeel preventief onderhoud nu volledig was komen te vervallen en de geraamde totale omzet gehalveerd.

De rechtbank oordeelt in paragraaf 3.3 dat 'de omstandigheid dat het preventief onderhoud in de tweede opdracht is vervallen voorshands echter niet doorslaggevend, nu het bij deze aanbesteding nog steeds gaat om een raamovereenkomst. Ook binnen het kader van de oorspronkelijke opdracht bestond geen garantie voor de inschrijvers dat zij deze vorm van onderhoud daadwerkelijk zouden kunnen uitvoeren.

Naar voorlopig oordeel doet zich op dit punt dan ook geen wezenlijke wijziging in de specificaties van de opdracht voor. Hetzelfde geldt ten aanzien van de halvering van de geraamde totale omzet, aangezien de gemeente op grond van paragraaf 1.08 van het tweede bestek niet gehouden is tot het daadwerkelijk verstrekken van opdrachten tot het bedrag van de thans lager geraamde omzet'.

Rechtbank Amsterdam, X / VAOP

De aanbestedende dienst (VAOP) was een tweede aanbestedingsprocedure gestart, omdat zij vond dat eiseres bij de eerste aanbesteding te hoog had ingeschreven. Vraag was of bij de tweede aanbesteding wel sprake was van een wezenlijke wijziging.

De rechtbank oordeelde dat in dit geval de aanbestedende dienst bij de tweede aanbesteding de werkzaamheden aanzienlijk had beperkt. Eiseres heeft ook niet betwist dat hierdoor meer lokale bedrijven interesse in de nieuwe opdracht zouden kunnen gaan tonen. Voorts heeft aanbestedende dienst in afwijking van de eerste aanbesteding het inflatierisico op zich genomen. Eiseres heeft erkend dat dit tot een andere inschrijving zou kunnen leiden. Vanwege de beperking van de 'scope' en de wijziging van het economisch evenwicht in de opdracht is de rechtbank vooralsnog van oordeel dat aanbestedende dienst de opdracht wezenlijk heeft gewijzigd.

 

De vrees bestaat dat de gemeente een claim krijgt als ze het project aanpassen, omdat de opdracht dusdanig verandert dat de gunning zou moeten worden ingetrokken en opnieuw aanbesteed. In hoeverre is dit een risico gezien de tijd die verstreken is en de helft van het project al gerealiseerd is?

Antwoord:

De vraag die voorligt, is of er sprake is van een wezenlijke wijziging, waardoor er een nieuwe overheidsopdracht is ontstaan? Hoewel de ondergrondse parkeerkelder destijds geen onderdeel uitmaakte van de uitvraag van de gemeente is zij hier vervolgens wel mee akkoord gegaan. Deze is vervolgens opgenomen in de overeenkomst en daarmee zou gesteld kunnen worden dat het onderdeel is geworden van de overheidsopdracht aan de opdrachtnemer.

Het Hof van Justitie EG concludeerde in het Pressetext-arrest dat 'wijzigingen van de bepalingen van een overeenkomst inzake een overheidsopdracht tijdens de geldigheidsduur ervan vormen een nieuwe plaatsing van een opdracht, wanneer zij kenmerken vertonen die wezenlijk verschillen van de bepalingen van de oorspronkelijke overeenkomst en die bijgevolg doen blijken van de wil van partijen om opnieuw te onderhandelen over de wezenlijke voorwaarden van deze overeenkomst.'.

De wijziging kan worden aangemerkt als wezenlijk:

1. als voorwaarden worden ingevoerd die zouden hebben geleid bij het afsluiten van de overeenkomst:

        a. tot toelating van andere inschrijvers dan de oorspronkelijke of ;

        b. tot de keuze van een andere offerte dan de oorspronkelijke,

2. bij uitbreiding van de oorspronkelijk afgesproken diensten;

3. bij economisch evenwicht verschuiving naar de opdrachtnemer.

Aan de hand van deze criteria kunt u toetsen of er sprake zou zijn een nieuwe overheidsopdracht.

Hieronder staan drie verwijzingen naar rechterlijke uitspraken waar sprake was een beperking van de werkzaamheden en de vraag centraal stond of er sprake was van een wezenlijke wijziging. Hoewel de beantwoording van deze vraag ook altijd afhangt van de omstandigheden van het geval en onderstaand overzicht niet uitputtend is, geven ze wel meer duiding aan de bovenstaande criteria. 

Rechtbank Den Haag, X / Staat der Nederlanden

Zie met name paragrafen 4.3 en 4.4 over meer- en minderwerk en de rechtbank oordeelde dat  er sprake was van een wezenlijke wijziging. 

Rechtbank Den Haag, X / Gemeente Leidschendam-Voorburg

De gemeente had een aanbesteding ingetrokken vanwege de verslechterde financiële vooruitzichten, aangezien als gevolg van de economische recessie en te verwachten kortingen op het gemeentefonds minder te besteden zou zijn. Vervolgens wilde de gemeente de opdracht opnieuw aanbesteden. Volgens de gemeente was er sprake van een wezenlijke wijziging, omdat de opdracht o.a. omdat het onderdeel preventief onderhoud nu volledig was komen te vervallen en de geraamde totale omzet gehalveerd.

De rechtbank oordeelt in paragraaf 3.3 dat 'de omstandigheid dat het preventief onderhoud in de tweede opdracht is vervallen voorshands echter niet doorslaggevend, nu het bij deze aanbesteding nog steeds gaat om een raamovereenkomst. Ook binnen het kader van de oorspronkelijke opdracht bestond geen garantie voor de inschrijvers dat zij deze vorm van onderhoud daadwerkelijk zouden kunnen uitvoeren.

Naar voorlopig oordeel doet zich op dit punt dan ook geen wezenlijke wijziging in de specificaties van de opdracht voor. Hetzelfde geldt ten aanzien van de halvering van de geraamde totale omzet, aangezien de gemeente op grond van paragraaf 1.08 van het tweede bestek niet gehouden is tot het daadwerkelijk verstrekken van opdrachten tot het bedrag van de thans lager geraamde omzet'. 

Rechtbank Amsterdam, X / VAOP

De aanbestedende dienst (VAOP) was een tweede aanbestedingsprocedure gestart, omdat zij vond dat eiseres bij de eerste aanbesteding te hoog had ingeschreven. Vraag was of bij de tweede aanbesteding wel sprake was van een wezenlijke wijziging.

De rechtbank oordeelde dat in dit geval de aanbestedende dienst bij de tweede aanbesteding de werkzaamheden aanzienlijk had beperkt. Eiseres heeft ook niet betwist dat hierdoor meer lokale bedrijven interesse in de nieuwe opdracht zouden kunnen gaan tonen. Voorts heeft aanbestedende dienst in afwijking van de eerste aanbesteding het inflatierisico op zich genomen. Eiseres heeft erkend dat dit tot een andere inschrijving zou kunnen leiden. Vanwege de beperking van de scope en de wijziging van het economisch evenwicht in de opdracht is de rechtbank vooralsnog van oordeel dat aanbestedende dienst de opdracht wezenlijk heeft gewijzigd

Hoe omgaan met inhuur adviseurs en Europese aanbesteding? 

Uitgebreide vraag: In het project XXX is sprake van een inhuur van externe deskundigheid  voor langere tijd. Zo heeft de gemeente een projectleider ingehuurd (omzet ca € 100.000,-/jaar) die via een meervoudig onderhandse uitvraag is aanbesteed. Deze projectleider wordt gecontracteerd voor steeds een jaar met mogelijkheid tot verlenging. Deze persoon is op vaste dagen gedetacheerd bij het project. 

Daarnaast hebben we (ook via een meervoudig onderhandse aanbesteding) vaste adviseurs ingehuurd voor adviesdiensten op het gebied van stedenbouw, planeconomie, en grondverwerving. Deze adviseurs zijn echter niet gedetacheerd op het projectbureau, maar worden hiervandaan wel aangestuurd met vragen. Ook voor deze adviseurs geldt dat we vooraf kunnen voorzien dat de inhuur boven de Europese drempel van € 200.000,- zal uitstijgen.

De vragen die gemeente heeft: 

1. Als wij een projectmanager willen inhuren met een verwachte omzet boven de € 200.000,- moet die inhuur dan Europees worden aanbesteed?

2. Maakt het dan nog verschil of er sprake is van detachering bij de organisatie of van het leveren van advies?

3. Als er geen feitelijke resultaatsverplichting wordt afgesproken (behalve een planning) is dan sprake van zogenaamde 2B-diensten met een verlicht regime?



Antwoord

Dit is een voorbeeld van het type vragen dat u kunt stellen aan info@europadecentraal.nl. Het kenniscentrum Europa decentraal heeft hier de benodigde expertise over.