Merendeel gemeenten werkt aan beter bereik voorschool

Het merendeel van de gemeenten maakt plannen, of voert plannen uit, om te zorgen dat alle peuters gebruik maken van voorschoolse voorzieningen. Ook kinderen van niet-werkende ouders. Dit blijkt uit de eerste Monitor Bereik van voorschoolse voorzieningen in Nederland.

In 2015 werd geraamd dat 40 duizend peuters geen gebruik maakten van voorschoolse voorzieningen. Het Rijk en de VNG hebben bestuurlijke afspraken gemaakt om het bereik te vergroten. Het Rijk stelt daarvoor structureel geld beschikbaar, dit bedrag loopt op tot structureel € 60 miljoen in 2021. Het geld is speciaal bedoeld voor kinderen van niet-werkende ouders en alleenverdieners die niet naar de voorschool of kinderopvang gaan. 

Monitor

Het Rijk en de VNG hebben een monitor ingesteld om de ontwikkeling te volgen en om bij te houden hoe gemeenten ouders stimuleren hun peuter aan te melden bij een voorschoolse voorziening. Er is nu een eerste meting gedaan, over twee jaar volgt een nieuwe meting.

Resultaten 0-meting

Uit de meting blijkt onder meer:

  • Het totale bereik onder peuters met recht op kinderopvangtoeslag is 88% (179.900 peuters)
  • Vrijwel alle gemeenten (96%) hebben een subsidieregeling voor een aanbod voor peuters zonder toeslagaanspraak en zonder VE indicatie
  • Het overgrote merendeel (92%) van de gemeenten in de responsgroep heeft plannen om het non-bereik terug te dringen
  • Gemeenten zien het verbeteren van werving en toeleiding als de meest kansrijke maatregel om het bereik te stimuleren
  • Slechts een beperkt aandeel gemeenten (7%) ervaart een tekort aan gesubsidieerd aanbod

Meer informatie