Hoe is het leerlingenvervoer voor nieuwkomers geregeld?

Er zijn twee groepen te onderscheiden:

  1. Leerlingen die in een noodopvang of AZC verblijven: Doorgaans is er een basisschool in of dichtbij het asielzoekerscentrum. Vervoer is dan niet nodig. Is vervoer van leerlingen vanuit een AZC toch noodzakelijk (de leerling is gehandicapt en kan daardoor niet zelfstandig de school bereiken, en/of de school is ver weg), dan bekostigt het COA dit vervoer. De gemeente kan desgewenst het vervoer regelen, en stuurt vervolgens de rekening naar het COA.
  2. Leerlingen die niet in een noodopvang of AZC verblijven: Voor hen geldt de verordening leerlingenvervoer van de gemeente waar zij verblijven, ongeacht het feit of zij een vluchtelingenstatus hebben.

Een centrale taalklas, schakelklas of Internationale Schakelklas (ISK) kan beschouwd worden als de ‘dichtstbijzijnde toegankelijke school’. Deze leerlingen kunnen immers in ‘reguliere’ klassen vanwege taalproblemen geen ‘passend’ onderwijs krijgen.
Leerlingen van het voortgezet onderwijs die een Internationale Schakelklas bezoeken vallen voor het leerlingenvervoer onder het voortgezet onderwijs. Dat wil zeggen dat in principe alleen leerlingen die gehandicapt zijn en daardoor niet zelfstandig de school kunnen bereiken in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening van de gemeente.

Soms volgen kinderen een taalklas slechts gedurende een dagdeel. In principe zijn gemeenten niet verantwoordelijk voor het vervoer gedurende de schooldag van de ene school naar de andere. Gemeenten kunnen over dit vervoer wel afspraken maken met de scholen.

Een gevolg van de 'verhoogde instroom' zal zijn dat gemeenten meer geld uitgeven aan leerlingenvervoer, omdat de taal- of schakelklassen en ISK's vaak verder weg liggen dan reguliere scholen. Gemeenten worden hiervoor gecompenseerd via het gemeentefonds: er wordt een extra som uitgekeerd voor alle extra kosten die gemeenten maken voor het onderwijs aan (kinderen van) asielzoekers.

Wanneer nieuwkomers met schoolgaande kinderen in de gemeente komen wonen, is het aan te bevelen dat scholen en gemeente met elkaar om de tafel gaan, om de mogelijke problemen bespreken. Een belangrijk onderwerp is dan het vervoer naar en van de school. Zo is, wanneer ouders en/of kinderen niet bekend zijn met het openbaar vervoer of het gebruik van een fiets, voorlichting aan en begeleiding van ouders en/of leerlingen gewenst.