Omgevingsvergunning

Wat is het?

Veel initiatieven van burgers en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving. De Omgevingsvergunning toetst vooraf op basis van de regels of de initiatieven mogelijk zijn. Initiatiefnemers kunnen via één aanvraag bij één loket de vergunning krijgen. Door de vergunningverlening zo simpel mogelijk te houden, duren procedures niet onnodig lang. De reguliere termijn is straks acht weken. Complexe activiteiten worden bij AMvB aangewezen en volgen een langere procedure.

Wat is nieuw?

  • Onder de Omgevingswet zullen de algemene rijksregels minder vergunningplichten voor activiteiten bevatten. Voor de meest voorkomende activiteiten, zoals milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten, geldt nog steeds een plicht om een omgevingsvergunning aan te vragen.
  • De aanvraag vindt in principe plaats bij één loket onder één bevoegd gezag, in de meeste gevallen is dat bevoegde gezag de gemeente, specifiek het college van b&w.
  • Onder de Wabo werd het al mogelijk om vergunningaanvragen voor bouw, milieu, cultuurhistorie en ruimtelijke ordening te bundelen. De Omgevingswet breidt dit verder uit met vergunningaanvragen uit bijvoorbeeld de domeinen water, ontgrondingen, rijkswaterstaatwerken, het spoor, de luchtvaart, archeologie en monumenten en sommige vergunningen uit lokale verordeningen.
  • Voor vergunningaanvragen voor activiteiten in en rond beschermde natuurgebieden en met mogelijke gevolgen voor beschermde soorten, blijft de provincie (het college van GS) het bevoegd gezag.

Hoe loopt een vergunningsaanvraag?

De initiatiefnemer heeft zelf de regie over het doen van een aanvraag. Zo kan iemand ervoor kiezen om eerst een vergunning aan te vragen voor het oprichten van een bepaald bouwwerk in het algemeen, en nadat de vergunning daarvoor is verleend een vergunning aanvragen voor de gedetailleerde uitwerking van het op te richten bouwwerk. Omdat de eerste aanvraag globaler kan zijn, hoeft ook minder gedetailleerd onderzoek plaats vinden waardoor de onderzoekskosten daarbij lager zullen zijn.

Voor de tweede aanvraag kan datzelfde gelden, omdat initiatiefnemer kan wachten tot de omstandigheden duidelijker zijn, de aanvraag meer kan worden toegespitst en het onderzoek minder breed hoeft te zijn. Initiatiefnemers kunnen dus ook strategisch omgaan met een vergunningaanvraag.

Meer informatie

  • Juridische checklist (volgt)
  • Juridische routekaart (onder het blok wet- en regelgeving)