Omgevingsplan

Wat is het?

In het Omgevingsplan staan de regels op voor de ‘fysieke leefomgeving’.

Wat staat er in?

De gemeentelijke regels betreffen niet alleen de ‘klassieke’ fysieke onderdelen, maar er moet ook expliciet aandacht zijn voor het aspect gezondheid. Daarnaast gaat het Omgevingsplan in beginsel ook over allerlei (algemene) gemeentelijke regels als die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

Met het oog op de doelen van de wet, moeten gemeenten:

  • Regels opnemen over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.
  • Functies toekennen aan locaties voor het gehele grondgebied van de gemeente (bijvoorbeeld aan wat er op een locatie mogelijk is aan gebruik, waarvoor een bepaalde locatie is bedoeld of wát een locatie ís (zoals monument of waterkering).
  • Functies verplicht evenwichtig verdelen vanuit de zorg voor de fysieke leefomgeving en bijdragen aan de maatschappelijke doelen die zijn geformuleerd in de Omgevingswet.

Vertaling van de verbeterdoelen

De maatschappelijke doelen in de Omgevingswet zijn de vertaling in de wet van de verbeterdoelen en ideeën bij de wet. Het gaat dan bijvoorbeeld over de “integrale benadering” en de “ruimte voor initiatieven” die met de wet worden nagestreefd. Om te bereiken dat in de juridische instrumenten ( zoals Omgevingsplan en Omgevingsvisie), ook écht de verbeterdoelen bij de wet te herkennen zijn, moeten die doelen in de wet verwerkt zijn. De wet vormt namelijk het kader voor het maken van die instrumenten. Het gaat dan wel om die verbeterdoelen die écht betrekking hebben op die instrumenten; “minder regels” heeft namelijk vooral betrekking op minder rijksregels en dat is de kaderwet Omgevingswet zélf al.

De wet

De maatschappelijke doelen zijn neergelegd in artikel 1.3 van die wet. In dat artikel staat:

“Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang:

a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en
b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.”

In het artikel, komt u de volgende verbeterdoelen tegen:

  • “met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu”; geeft het brede kader, de variëteit aan beleidsterreinen, en de algemene denkrichting van de wet aan;
  • “gericht op het in onderlinge samenhang”; geeft de integrale of samenhangende benadering aan die de basis moet gaat vormen van beleid en regels;
  • “ter vervulling van maatschappelijke behoeften”; hierin is de bottom-up-benadering te herkennen die met de wet wordt nagestreefd, het gaat immers om behoeften die voortkomen uit de maatschappij. Daaraan kan “ruimte voor initiatieven” worden gehangen. Het biedt ook de basis voor participatie: het verkrijgen van draagvlak in de samenleving door het betrekken van mensen en het krijgen van ideeën door de samenleving bij de vorming van beleid en regels te betrekken.

Basis voor beleid en regels

Deze maatschappelijke doelen moeten, zo blijkt uit de wet, bij het maken van al het beleid en alle regels de basis zijn van dat beleid én die regels. In de artikelen die over het plan gaan, staat bijvoorbeeld dat regels kunnen worden gemaakt “met het oog op de doelen van de wet”. Op die manier is dus verzekerd dat (een deel van) de verbeterdoelen die met de wet worden nagestreefd, ook uiteindelijk tot uiting gaan komen in het beleid en de regels op basis van die  die wet.

** Einde maatschappelijke doelen**

Gemeentelijke algemene regels

De verplichting dat straks alle regels over de fysieke leefomgeving in het Omgevingsplan kunnen of moeten worden neergelegd, strekt ook tot regels die voorheen bij of krachtens verordening geregeld waren (omdat ze een ander motief dan een goede ruimtelijke ordening kenden) en andere regels over de fysieke leefomgeving die bij of krachtens verordening gesteld waren.

Voorbeelden:

  • verboden behoudens vergunning (bijvoorbeeld de marktplaats-, ligplaats- en parkeervergunning)
  • (algemene) regels rond monumenten, terrassen, markt-, stand-, lig- en parkeerplaatsen, evenemententerreinen, het inzamelen en aanbieden van afvalstoffen en de afvoer van hemel- en grondwater, als die er zijn.
  • het aanwijzen van bepaalde gebieden waar bepaalde activiteiten wel of juist niet zijn toegestaan (bijvoorbeeld het uitlaten van honden, het gebruiken of aanwezig hebben van alcoholhoudende drank of het verspreiden van drukwerk)

Met de Invoeringswet Omgevingswet en de aanpassing van de AMvB’s, al dan niet in het Invoeringsbesluit, zal duidelijker worden welke algemene regels wel/niet in het plan moeten en voor welke regels de gemeenteraad een keuze kan maken.

Afwijkactiviteit wordt Omgevingsplanactiviteit

In de Omgevingswet wordt de term ‘afwijkactiviteit’ gebruikt; door middel van de Invoeringswet Omgevingswet wordt deze vervangen door ‘omgevingsplanactiviteit’. Hieronder vallen:

  • activiteiten waarvoor in het Omgevingsplan of voorbereidingsbesluit is bepaald dat omgevingsvergunning nodig is.
  • activiteiten voor zover die in strijd zijn met het Omgevingsplan.

Belang evenwichtige toedeling functies aan locaties
Voor de beslissing op een aanvraag om Omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit zal worden bepaald dat de Omgevingsvergunning wordt verleend op de gronden die zijn opgenomen in het Omgevingsplan of het voorbereidingsbesluit. Met dien verstande dat in het geval de Omgevingsvergunning op die gronden zou moeten worden geweigerd of voor de activiteit geen gronden in het Omgevingsplan zijn gegeven, de vergunning toch kan worden verleend in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Rol van de raad

De raad neemt de regels op in het Omgevingsplan.

Meer informatie