Terugblik thematafels Energietop november

1. Financiering energieprojecten in gebouwde omgeving

De gemeente moet uit haar eigenlijke rol durven stappen en ondernemen. Start een energiebedrijf en betrek hier een woningcorporatie en haar bewoners bij. Dit is de een tip uit eigen ervaringen met ‘Tegenstroom’ die tafelvoorzitter John Nederstigt (wethouder Haarlemmermeer) aan de anderen meegeeft. Een aanbeveling is ook meteen om dat energiebedrijf buiten de gemeentelijke organisatie te plaatsen. Een ambtelijke organisatie is niet gemaakt om te ondernemen en kan niet tegelijkertijd ‘gasgeven’ met ambities en ‘remmen’ met vergunningen. Samen met woningcorporatie Ymere is Tegenstroom een succes geworden. Wel draagt de gemeente het risico van de dubieuze debiteuren. Dit is een politieke keuze: ‘niets doen is geen optie’, aldus Nederstigt. 

Gemeenten moeten hierin hun nek durven uitsteken en sommige risico’s op de koop toe nemen. Peter Borghstijn van de Bank Nederlandse Gemeenten geeft daarbij aan dat financiering nog te vaak als probleem wordt gezien, terwijl dit met een opzet zoals in de Haarlemmermeer is gekozen absoluut niet nodig is. De bekende ‘ja maar-reflex’ en vrijblijvendheid voorbij. Een ander voordeel: dit initiatief bereidt de markt voor op soortgelijke initiatieven. Energiebedrijven zien Tegenstroom als bedreiging en nemen het nu wél serieus. Overigens zijn inmiddels ook andere financieringsstructuren beschikbaar waarbij gemeenten en corporaties zelf geen middelen hoeven in te brengen.
 
Met het uitvoeren heeft Haarlemmermeer leergeld betaald. Daarom deelt de gemeente haar kennis graag met andere gemeenten! Hierover volgt een factsheet.
Drie belangrijke stappen:
1) Onderzoek samenwerkingsmogelijkheden met lokale woningcorporaties;
2) Plaats de organisatie buiten de gemeentelijke organisatie;
3) De gemeente staat borg voor de afnemers en toont hiermee ook lef.

Vragen of bijdragen? Neem contact op met Willem Heesen (VNG) via willem.heesen@vng.nl

2. Interbestuurlijke verhoudingen in de energietransitie

De 'code interbestuurlijk verhoudingen' beschrijft hoe een goed samenspel tussen de overheden kan worden bereikt. Overheden hebben een eigen verantwoordelijkheid en het besef dat hun keuzes gevolgen kunnen hebben voor andere overheden. Nu de energietransitie van top-down steeds meer van onderaf en lokaal vorm krijgt, en besluiten op energiegebied meer en meer vanuit gemeenten gaan komen, is het van belang dat gemeenten zich bewust zijn van de code interbestuurlijke verhoudingen. Gemeentelijk plannen hoeven zo andere plannen van buurgemeenten, regio’s, provincie en Rijk niet in de weg te staan of tegenwerken.

Aan tafel ontstond een discussie over de toepassing van deze code bij de komst van grote windparken. Gezamenlijk kwam men tot de conclusie dat de code beter uitgedragen kan worden. Ook waren de aanwezigen het er over eens dat de kwaliteit en volledigheid van informatie voorafgaande aan besluiten essentieel is. Bij keuzes voor de energietransitie op lokaal niveau zouden vooraf alle technieken en hun aspecten beschouwd moeten worden, ook controversiële technieken. Een raadslid noemde in dat verband gesmolten zoutreactoren, een nieuw type kernenergie. Na een integrale afweging kan vanuit de regio zelf een keuze worden gemaakt welke technieken het meest haalbaar zijn, het beste passen en waarvoor het meeste draagvlak is.
Vragen of bijdragen? Neem contact op met Fred Jonker (VNG) via fred.jonker@vng.nl

3. Stimulering fietsgebruik

In SER-Energieakkoord is als doel opgenomen dat het gebruik van de fiets / schone tweewieler moet worden gestimuleerd (35% van alle verplaatsingen in 2030). 40% van alle verplaatsingen zijn korte dan 2,5 km en 70% korter dan 7,5 km. We hebben met elkaar gesproken op welke wijze gemeenten het gebruik van de fiets / schone tweewielers kunnen stimuleren. Geconstateerd is dat het fietsgebruik de laatste jaren fors groeit door het gebruik van de elektrische fiets. Ook in het voortransport naar de trein is het fietsgebruik fors toegenomen, hetgeen helaas weer leidt tot fietsparkeerproblemen bij stations. Met de Tour de Force / Agenda Fiets 2020 wordt een goede impuls gegeven aan het verder benutten van de ‘kracht van de fiets’.

Mogelijkheheden stimuleren fietsgebruik:

  • De gemeente kan ook als werkgever het fietsgebruik stimuleren.
  • Realiseren  van fietssnelwegen vanuit de regio naar de stad, waarbij de breedte van de fietspaden aandacht behoeft.
  • Burgers (ouderen, jongeren en scholieren) betrekken bij opstellen fietsbeleidsplannen, behoefte aan fietsvoorzieningen (bijv. fietsenstallingen) en oplossingen voor fietsproblemen.
  • Bij realiseren van fietsinfrastructuur zoveel mogelijk meeliften met (provinciale/gemeentelijke) projecten voor de auto. Bijv. Zwevende Fietsrotonde Eindhoven.
  • In toekomst minder geld nodig voor asfalt voor auto’s vanwege zelfrijdende auto’s. Dit geld kan prima gebruikt worden voor fietsinfrastructuur, zoals bijv. duurzame fietspaden met zonnecellen.
  • In de steden minder ruimte geven aan de auto en meer aan de fiets. Ook fietsparkeren in centra van gemeenten behoeft meer aandacht.
  • Betere afstemming van verkeerslichten / groene golf voor fietsers.
  • Alle onderdelen van het fietsbeleid moeten goed afgestemd zijn, waardoor zij elkaar kunnen versterken.

Tot slot hebben we geconstateerd dat het goed zou zijn als de Fietsersbond niet alleen om het jaar één ‘Fietsgemeente’ van Nederland kiest, maar dat er ook een label ‘Fietsvriendelijke gemeente’ komt (soort benchmark). Dit zal veel gemeenten verder stimuleren om actief te zijn en te blijven met het stimuleren van het fietsgebruik.
Vragen of bijdragen? Neem contact op met Eugene van de Poel (VNG) via Eugene.vandepoel@vng.nl

4. Gemeenten en Netbeheerders als partners

Wethouder van Lelystad Elly van Wageningen en Directeur Klant & Markt bij Liander: Jan van Oorschot hebben deze tafel begeleid.
Besproken is:

1)    USEF, het nieuwe marktmodel en de proeftuinen Heerhugowaard en Hoogdalem
De toename van duurzame energie vraagt om een slimme energiemarkt waar klanten hun energieverbruik kunnen afstemmen op het aanbod van energie (bijv. wind of zon). De consument levert flexibiliteit in het gebruik van energie en verlaagt zo zijn energierekening. Met deze flexibiliteit kan de leverancier maximaal gebruikmaken van het aanbod duurzame energie en hoeft de netbeheerder het elektriciteitsnet minder uit te breiden. Gemeenten spelen hier een stimulerende rol en kunnen consumenten en bedrijven betrekken bij de energietransitie. Huishoudens kunnen namelijk geld verdienen door flexibel met energie om te gaan. In de proeftuin Heerhugowaard wordt dit al getoetst met ca 200 huishoudens, waarbij consumenten ‘automatisch’ energie gebruiken op het moment dat er lokaal veel wind of zon is. Stichting USEF is nog op zoek naar 2 gemeentes met inwoners/bedrijven die aan de slag willen gaan met handel in flexibiliteit. (www.energiekoplopers.nl)

2)    De netbeheerder in een vroeg stadium mee laten denken bij nieuwe gebiedsontwikkeling
Uit het gesprek kwam naar voren dat het als gemeente handig is om de netbeheerder eerder te betrekken bij duurzame gebiedsplannen. Als gemeenten ideeën hebben om aan de slag te gaan met zonneparken en windparken, nodig de netbeheerder uit om mee te denken. Samen kunnen we kijken waar de meest gunstige plek is om decentraal op te wekken, aangezien netbeheerders kennis hebben van de assets en eventuele andere plannen. Hiermee kunnen onnodige kosten worden voorkomen en komt dit ten gunste van de business case. Gemeenten en netbeheerders hebben een gemeenschappelijke rol te vervullen in de energietransitie. Door samen op te trekken kunnen we zorgen voor betrouwbare, betaalbare en duurzame energie. Er is afgesproken dat Netbeheerders aansluiten op de regionale overleggen, wellicht op provinciaal niveau om vroegtijdig in gesprek te gaan.
Vragen of bijdragen? Neem contact op met Lij-Saan Wong (Alliander) via lij-saan.ng1@alliander.com  

5. Energiebesparing bij bedrijven

Gemeenten, omgevingsdiensten en brancheorganisaties hebben elkaar nodig om te zorgen voor meer energiebesparing bij bedrijven. Dat is de conclusie van de tafel Energiebesparing bij bedrijven, onder leiding van Jan van Belzen. In verschillende regio’s zijn inmiddels bestuurlijke netwerken die dit kunnen stimuleren. Concreet werd als actie voor 2016 de organisatie van regionale energietoppen genoemd waar gemeenten en bedrijven op lokaal niveau met elkaar in gesprek gaan over concrete energiebesparingsaanpakken. Daarbij is het van belang om niet alleen de hele breedte van de gemeentelijke organisatie te betrekken maar ook andere partners zoals kennis- en onderwijsinstellingen.

Het Expertisecentrum Energiebesparing Bedrijven en de VNG maar ook een brancheorganisatie als VNO kunnen een faciliterende rol spelen bij de organisatie van deze regionale tafels. Tegelijkertijd werd ook geconstateerd dat veel bedrijven al actief aan de slag zijn met energiebesparing en dat gemeenten een rol kunnen spelen door goede voorbeelden een podium te geven bijvoorbeeld op de gemeentelijke website. Overigens kunnen gemeenten lokale icoonprojecten ook etaleren in de Lokale Energie Etalage die ontwikkeld is door de VNG (zie: lokaleenergieetalage.nl).
Vragen of bijdragen? Neem contact op met Rommy Bakker (VNG) via rommy.bakker@vng.nl

6. Verduurzaming bestaand (kantoren) vastgoed

Het tempo van verduurzaming moet omhoog om onze klimaat- en energiedoelstellingen uit het SER akkoord te realiseren. Met name energiebesparing bij kantoren blijft achter bij de doelstelling. Dit is geconcludeerd onder voorzitterschap van Lot van Hooijdonk. Gesproken is over hoe gemeenten structureel in contact kunnen komen en blijven met partijen die betrokken zijn bij het realiseren van deze verduurzaming. Dit zijn zowel grote vastgoedeigenaren, (institutionele) beleggers, financiers, beheerders en grote gebruikers van kantoren, energiebedrijven en taxateurs.
Enkele concusies:

  • Gemeenten moeten stakeholders in kaart hebben zodat gemeenten op dat moment een goede rol kunnen spelen om de verschillende partijen bij elkaar te brengen.
  • Gebruikers hebben een sleutelrol in de verduurzaming: zij profiteren direct van de voordelen van een duurzaamd gebouw: een beter werkklimaat, hogere productiviteit en minder ziekteverzuim.
  • Waardecreatie. De 'waarde creatie' voor de gebruikers in de discussie over de business case moet worden meegenomen.
  • De overheid (zowel Rijk, provincie als gemeenten) moet het goede voorbeeld geven, dan kunnen andere partijen niet achter blijven.
  • Benchmarking blijkt goed instrument om vastgoedsector te prikkelen: niemand wil achterblijven. Dit is bijvoorbeeld de ervaring bij MJA-3 aanpak met banken, verzekeraars en hoge scholen.

Tot slot is geconstateerd dat er een goede balans nodig is tussen stimuleren versus verplichten. Hierbij is de vraag gesteld: waar houdt de vrijwilligheid op?
Vragen of bijdragen? Neem contact op met Mirjam Harmelink (gemeente Utrecht) via m.harmelink@utrecht.nl

7. Regionale Energiestrategie

Aan de tafel over de Regionale Energiestrategie onder leiding van Stephan Brandligt wordt gevraagd hoe de regio zijn rol ziet in de energieaanpak. Thema’s als het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad blijft een lastig vraagstuk en hoewel de VNG hier al op ondersteunt blijkt dat er ook door bestuurders harder aan dit onderwerp getrokken kan en moet worden. Bestuurders kunnen verbindingen leggen tussen bijvoorbeeld sociale wijkverbetering en Energiebesparing of grondexploitatie en energieopwekking. Om bewoners en ondernemers mee te krijgen in de Energietransitie werkt het goed door bijeenkomsten te laten organiseren door de eigen doelgroep. In regio Utrecht organiseerde LTO een bijeenkomst met alleen maar boeren die elkaar vertellen over energiebesparing. Dan komt de boodschap binnen. Doordat (subsidie) regelingen voor energiebesparing of opwek per gemeente het ‘shoppen’ langs gemeenten in de hand werkt moet de energieaanpak op regionale schaal uitgevoerd worden. Dit is maar een van de argumenten voor een regionale aanpak. Ook de ruimtelijke inpassing en het matchen van energievraag en duurzame energie aanbod vraagt om een visie op het regionale schaalniveau.
Vragen of bijdragen? Neem contact op met Marjon Bosman (VNG) via marjon.bosman@vng.nl


8. Publieke laadinfrastructuur

Onder leiding van Rik van der Linden (wethouder Dordrecht) is gesproken over hoe we voor gemeenten de vrijblijvendheid voorbij komen, zodat in alle gemeenten nieuwe publieke laadinfra wordt gerealiseerd. Momenteel is er nog een grote groep gemeenten waar dat nog niet gebeurt. Op grond van de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur is de minimale gemeentelijke rol om (vergunning)aanvragen voor het mogen plaatsen van een laadpaal te toetsen aan haar beleid. Dat geldt voor alle gemeenten, ook als een gemeente geen budget en beleid heeft voor laadpalen. In dat geval zal de gemeente een aanvraag moeten toetsen aan het wel aanwezige beleid, zoals de APV en het parkeerbeleid. Hoewel nog niet alle gemeenten daar naar handelen, zijn we de vrijblijvendheid al voorbij!

Elektrisch rijden en decentrale opwekking van duurzame energie hebben elkaar nodig. Er liggen kansen voor verbinding met de VNG tafel 'Zon op eigen dak'. We willen uitzoeken wat de mogelijkheden zijn om de benefits van slim laden ter beschikking te stellen aan de laadexploitant. De voorliggende nieuwe STROOM wet biedt experimenteerruimte. Hoe kunnen gemeenten samen met het Formule E-Team (FET), het Nationaal Platform voor Laadinfrastructuur (NKL) en de netbeheerders toewerken naar een pilot?

Hoe kunnen we de businesscase voor marktpartijen verbeteren? Er zijn een aantal mogelijkheden verkend, maar de oplossing is niet eenvoudig. In sommige regio’s en provincies betalen decentrale overheden mee, het is echter niet te verwachten dat dat tot landelijke dekking leidt. Kunnen we de oplossingsruimte vergroten door samen met de netbeheerders integraal te kijken naar benodigde investeringen voor laadinfra en voor de energietransitie? Aan de kostenkant zou het helpen als voor de energiebelasting laadpalen mogen worden geclusterd tot een grootverbruiker. Er is kort ingegaan op knelpunten en kansen bij opschaling naar 200.000 elektrische voertuigen in 2020. Voor opschaling zullen we tijdig moeten inspelen op het beperken van effecten op de parkeerdruk en inpassing in de openbare ruimte. We willen elektrisch rijden inzetten als kans om de opwekking van lokale energie te helpen versnellen, door de accucapaciteit van stilstaande voertuigen te benutten als onderdeel van smart grids.
Vragen of bijdragen? Neem contact op met Roosmarijn Sweers (gemeente Dordrecht) r.sweers@dordrecht.nl

9. Maatschappelijk Vastgoed

'Per jaar wordt er door Nederlandse gemeenten jaarlijks 300-400 miljoen euro verspild door inefficiënt omgaan met het beheer en de exploitatie van hun vastgoed'. Zo blijkt uit onderzoek van de TU Delft. Aan de tafel, onder leiding van Dennis Straat (wethouder Zaandstad), is energiebesparing bij maatschappelijk vastgoed besproken. Een groot deel daarvan zit in de energierekening en daar zijn dus grote winsten te boeken. Rheden, Winsum, Zevenaar, Noordoostpolder, Landgraaf, Utrecht en Zaanstad  geven aan dat het bij de meesten ontbreekt aan het juiste inzicht van het maatschappelijk vastgoed in de gemeente en men niet goed weet waar te beginnen. Verbetering van het eigen gemeentelijk vastgoed staat wel bovenaan omdat daar direct belang voor de gemeente is en er een voorbeeldwerking op dit segment door de gemeente wenselijk wordt geacht. Ook inzicht in technische kennis, financieringsmogelijkheden en intern organisatievermogen schieten vaker tekort. VNG wordt gevraagd om de goede voorbeelden, incl. de aanpak (bijv. Zeist) op te halen en te delen met de leden.
Er is afgesproken om bestuurlijk verder te werken aan een algemene procesaanpak op dit segment, de opzet van een benchmark, en kennis over financieringsmodellen met elkaar te delen.
Vragen of bijdragen? Neem contact op met Wim Berns (VNG) via wim.berns@rvo.nl

10. Meerwaardecreatie

Waardecreatie brengt in beeld welke waarde naast verduurzaming in woningrenovatieprojecten worden behaald. Dit is onder leiding van Cora Yfke Sikkema (wethouder Haarlem) besproken. Zo wordt in beeld gebracht welke belangen en beleidsvelden met een project worden bediend. Dit wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd. Verschillende partijen en/of afdelingen hebben financieel baat bij verduurzamingsprojecten, terwijl ze niet mee investeren. Deze middelen zouden ook in projecten gestoken kunnen worden om bijvoorbeeld een nog hoger ambitieniveau te realiseren. Wat aan waarde gecreëerd wordt zou ook weer geïnvesteerd moeten worden. De tafelgenoten vonden daardoor de term Profijtfinanciering beter dan Waardecreatie. De gemeenten aan tafel gaven aan wel aan de slag te willen met dit onderwerp, maar geen van de aanwezigen wilde het trekken. Een bestuurlijk trekker wordt daarom gezocht.
Vragen:           

  • Waarom pakken corporaties zonder financiële problemen verduurzaming naar een hoog niveau niet op?
  • Moet er niet een Rijksregeling komen?

Vragen of bijdragen? Neem contact op met Rene Schellekens (RWS) via rene.schellekens@rws.nl