Tweede landelijke werkconferentie Klimaatakkoord

Op 21 december 2018 zijn de opbrengsten van de sectortafels overhandigd aan minister Wiebes. Tijdens de Tweede landelijke werkconferentie klimaatakkoord op 14 februari 2019 bespraken gemeenten deze opbrengsten, het proces tot nu toe en de plannen voor de komende periode. Hier vindt u de uitkomsten van deze gesprekken per tafel.



Sectortafel Gebouwde omgeving

Algemeen

Aanwezige gemeenten waren goed op de hoogte over welke opgaven er op hen af komen. Er was dan ook weinig discussie over wat er in het Klimaatakkoord wordt afgesproken of waarom dat wordt afgesproken. Het gesprek ging over wat gemeenten nu al kunnen doen, alvorens de afspraken uitgevoerd en effectief zijn (zoals wetgeving).

Belangrijkste zorgen die zijn meegegeven gaan over de woonlastenneutraliteit (en de verantwoordelijkheid hiervoor), over de marktordening voor warmte en over het gebruik en de timing van de leidraad en spijtvrije standaard. Deelnamers benadrukten dat extra ondersteuning echt noodzakelijk is voor gemeenten om de opgaven te halen:

  • met objectieve data ten aanzien van transitievisie en uitvoeringsplannen
  • in de vorm van een Expertise centrum warmte (ECW)
  • door middel van een Kennis en leerprogramma aardgasvrije wijken voor het uitwisselen en ontwikkelen van nieuwe kennis en expertise voor gemeenten (aanmelden kan per email)
  • en door het ontwikkelen van een “spijtvrije” standaard voor woningen.

Meer informatie

Meer informatie over de opgaven en ondersteuning


Sectortafel Landbouw en landgebruik

Algemeen

Sommige punten die werden besproken wachten op besluiten op niveau van het rijk. Zo buigt minister Wiebes zich momenteel over het knelpunt van regelgeving die boeren weerhoudt van duurzame investeringen. Op andere punten missen gemeenten nog middelen of bevoegdheden om echt in te kunnen grijpen. Ook speelt de discussie, op welk bestuursniveau een onderwerp nu werkelijk moet worden aangepakt.

Opbrengsten

  • Als gemeenten willen we een betrouwbare partner zijn voor boeren. Dat betekent dat de overheid een duidelijke koers moet varen. Boeren moeten kunnen bouwen op de afspraken met de overheid, zodat zij zonder zorgen kunnen investeren en ontwikkelen.
  • Schrijf voor welke voorwaarden stallen aan moeten voldoen, in plaats van de technieken en middelen die gebruikt moeten worden. Hierdoor geven we boeren de ruimte state of the art oplossingen in te zetten.
  • Investeer meer in warme sanering. Veel boeren willen stoppen, dit geeft veel winst. Gemeenten hebben hierbij wel extra capaciteit (zowel menskracht als financieel) nodig.
  • Voor het veenweide gebied is nog onduidelijk welke oplossingen wel en niet werken. Hiervoor is onderzoek nodig. De gemeenten spreken de wens uit dat hier voldoende geld voor beschikbaar wordt gemaakt.
  • Gemeenten kunnen een rol pakken op bepaalde taken rondom voedsel, maar gemeenten vragen zich af of sommige onderdelen in  het tegengaan van voedselverspilling niet beter op landelijk niveau kan worden belegd (bijvoorbeeld landelijke voorlichting).

Sectortafel Industrie

Algemeen

De industrie is voor de uitvoering van de afspraken aan de sectortafel industrie afhankelijk van andere partijen, zoals de overheid. Van de overheid vragen zij om met consistente voorstellen te komen, waar de industrie een lange termijn visie uit kunnen werken en investeringen op kunnen baseren.

De industrie treft maatregelen met directe effecten aan de eigen schoorsteen (scope 1). Daar wordt ook op gestuurd in het kader van de indicatieve opgave van de industrie. Daarnaast is klimaatwinst te behalen met de verduurzaming en reductie van warmte en toename van elektriciteitsinname en het leveren van restwarmte (of CO2) aan bijvoorbeeld de gebouwde omgeving of de glastuinbouw (scope 2 maatregelen).

Voor de Nederlandse bedrijven is het belangrijk dat zij een concurrerende positie behouden ten opzichte van de bedrijven in andere landen (level playing field). Nederland wil geen transitie van het productiesysteem en geen verplaatsing van productie naar andere landen waar meer vervuiling is toegestaan (carbonleakage).

CO2 reductieplan

Aan de industrietafel is uitgesproken dat Nederland één van de eerste landen in de wereld is waar concrete harde en uitvoerbare afspraken worden gemaakt met de industrie over CO2-emissiereductie. Uitgangspunten hierbij zijn de indicatieve opgave van 14,3 Mton CO2- emissiereductie en de gezamenlijke ambitie dat alle Nederlandse industriële bedrijven in 2030 behoren tot de 10% meest CO2-efficiënte bedrijven van Europa in hun sector. Om deze ambitie te realiseren is aangegeven dat beleid nodig is dat de koplopers faciliteert en achterblijvers activeert.

In de programmatische aanpak hebben industriële bedrijven de taak om ieder voor zich CO2- reductieplannen te maken en deze ook uit te voeren. Voor alle bedrijven zijn CO2-reducerende maatregelen met terugverdientijden van vijf jaar of korter verplicht. Voor bedrijven met een relatief gering energieverbruik wordt gewerkt met erkende maatregelenlijsten en een CO2- informatieplicht.

Uitgangspunt is dat RVO de CO2-reductieplannen zal beoordelen. Uit de werkconferentie bijkt dat gemeenten dit graag anders zien. Op basis van de CO2-reductieplannen zal, naast de maatregelen die getroffen worden om te komen tot een klimaatneutrale situatie in 2050, ook inzicht worden verkregen in de benodigde infrastructuur voor energie en vrijkomende restwarmte voor de gebouwde omgeving. Gemeenten hebben graag invloed op de afspraken die in het CO2-reductieplan worden vastgelegd.

Enkele kanttekeningen:

  • Niet voor elk bedrijf zal de mogelijkheid bestaan om CO2 op te slaan. Zowel het ontdoen als de opslag van CO2 zal gepaard gaan met strenge regels.
  • Er lijkt te voorbij te worden gegaan aan de uitstoot van de lucht- en zeevaart in de verschillende industrieclusters. Dit zien sommigen als een gemis. Voor een deel zal dit beeld wel ontstaan door de verschillende C02-reductieplannen, waar ook inzicht moet worden gegeven in de scope 2 en 3 emissies.
  • De afspraken voor de Nederlandse overheid betreffen vooral een inspanningsverplichtingen en geen resultaatverplichtingen. Daarmee hebben de afspraken een vrijblijvend karakter.

Kosten industrie

De indicatieve indeling van maatregelen (inzet op o.a. procesefficiency, CCS, elektrificatie/groene waterstof en circulariteit) is geen blauwdruk voor de transitie maar de inzet van een adaptief proces. Hierbij is sprake van grote verschillen in kosten per technologie. De inschatting is dat de industrie tot 2030 in Nederland cumulatief voor € 9 tot 15 miljard zal moeten investeren waarmee direct of indirect wordt bijgedragen aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen.

Aanpassing wet- en regelgeving

De huidige wet- en regelgeving op energiebesparing sluit niet op elkaar aan, is eindig en vraagt een harmonisatie. In het kader van het Klimaatakkoord is afgesproken dat EZK, IPO en VNG gezamenlijk aan de slag gaan om het stelsel te herzien. Daarmee moet het voor bedrijven makkelijker worden om aan de wet te voldoen en wordt het toezicht daarop vereenvoudigd.

Inzet wind op zee voor industrie

Om de reductieopgave te kunnen realiseren is een sprake van een forse energievraag. Zo is afgesproken dat op zee opgewekte elektriciteit grotendeels ingezet zal worden op de nabij gelegen industrieclusters. Voor de meer in het land gelegen clusters (Emmen en Chemelot) zal gekeken worden naar alternatieven in de energievoorziening (bijvoorbeeld waterstof).

Inzet windenergie op zee voor de industrie

Uit de inventarisatie zal blijken dat als gevolg van de energiebehoefte ook windenergie op zee nodig zal zijn. De expliciete koppeling tussen de windenergie op zee met de industrieclusters is wellicht lastig verkoopbaar.

Waterstof

Waterstof is, naast een belangrijke energiedrager, nodig voor de industrie om hoge temperaturen te kunnen bereiken die nodig zijn voor het productieproces. Daarnaast zal waterstof een belangrijke rol vervullen voor mobiliteit. Pas als laatste kan worden gedacht aan de inzet van waterstof voor de gebouwde omgeving.

 


Sectortafel Elektriciteit

Algemeen

Nut en noodzaak van de energietransitie moet breder gecommuniceerd worden. Daar ligt ook een taak voor de Rijksoverheid. Gemeenten ervaren de samenhang met de andere tafels als een belangrijke randvoorwaarde voor het succes van de afspraken aan de sectortafel elektriciteit. Gemeenten onderstrepen dat de sectortafel industrie met duidelijker resultaten moet komen willen zij het verhaal van de energietransitie aan de burger kunnen uitleggen. Ze zien CO2-beprijzing voor de industrie ook als een onontkoombaar middel om draagvlak te krijgen bij burgers voor de opgave voor de sectortafel elektriciteit.

Opbrengsten

  1. In de uitvoeringsagenda van het klimaatakkoord moet aandahct komen voor de knelpunten in de wet- en regelgeving die het realiseren van de opgaven nu nog in de weg staan.
  2. Gemeenten hebben zorgen over het tijdpad van de RES. Het wordt een uitdaging om dat te volgen.
  3. Gemeenten willen van het Nationaal programma RES duidelijkheid over wat zij moeten leveren bij de zes en twaalf maanden termijn in de RES.
  4. Bij de gemeenten is nog onduidelijkheid over de opgave per RES. Het beeld dat men enkel het energiegebruik in de regio moet opwekken, zoals de RES ooit is gestart, leeft nog in het land. De regionale RES-en dienen gezamenlijk 35 TWh te realiseren. Sommige RES-en zullen niet netto leverend kunnen zijn wat betekent dat andere RES-en wel netto leverend zullen zijn.
  5. Gemeenten zien de opgave van 35 TWh hernieuwbaar op land als een fikse opgave, maar niet als onmogelijk. Daarbij hebben zij wel zorgen over de wijze van ingrijpen wanneer dit niet optelt tot de nationale opgave.
  6. Gemeenten hadden vragen over de mogelijkheden die er komen in wet en regelgeving rond opslag in de wijk.
  7. Gemeenten willen meer duidelijkheid van het Rijk omtrent de regelgeving die is voorgesteld in het Klimaatakkoord voor kleinschalige hernieuwbare energieopwekking op het land. Dit ten behoeve van het verkrijgen van acceptatie voor de Energietransitie.
  8. Gemeenten wilden weten of er aan de sectortafel elektriciteit is gesproken over gelijkstroom. Dat was niet het geval.
  9. Om invulling te geven aan de CO2-reductie is in de sessie ook kernenergie ter sprake gekomen. Kernenergie is aan de sectortafel elektriciteit besproken maar de mogelijke ontwikkelende partijen gaan niet investeren in kernenergie. Enerzijds omdat de politiek onvoldoende duidelijk is in haar beleid en anderzijds omdat de kosten voor een kerncentrale te hoog zijn. Aan de tafel is de ideologische discussie niet gevoerd.

Sectortafel Mobiliteit

Algemeen

Men besprak het afwegingsmechanisme voor het verdelen van beperkte middelen. Hoe betalen we alle plannen, en wat moet op welke schaal besloten en uitgevoerd worden? Daarbij werd de vraag opgeworpen, hoe gemeenten rekening moesten houden met ontwikkelingen en innovaties zoals waterstof en zelfrijdende auto's. Hoe kunnen dilemma's integraal benaderd worden en in welke volgorde? Wat heeft prioriteit?

Opbrengsten

  • Door regionale mobiliteitsplannen kan de beste combinatie van maatregelen voor die regio gekozen worden. Wel willen gemeenten graag meer duidelijkheid over wat van hun verwacht wordt. Een duidelijke governancestructuur en procesgeld om tot regionale plannen te komen is belangrijk.
  • Gemeenten moeten over uitvoeringscapaciteit en -geld beschikken.
  • Het tijdspad van verschillende maatregelen en activiteiten in het akkoord moet met de vertraging van het klimaatakkoord rekening houden. Het huidige tijdspad is niet meer realistisch.
  • Gebruik alle modaliteiten. Het is belangrijk niet alleen naar auto’s te kijken maar vooral ook op OV, fiets en deeloplossingen in te zetten.
  • Aan tafel is besproken dat we rekening moeten houden met inzet van waterstof in zwaar vervoer vanaf 2025, maar aan de Industrietafel wordt gezegd dat dit pas in 2030 beschikbaar komt. Hoe gaan we dit rijmen?
  • Er komt voor gemeenten een enorme uitdaging aan: hoe gaan we openbare laadvoorzieningen realiseren voor wellicht wel een miljoen elektrische auto's in 2030? En hoe gaan we dit combineren met zero-emissie zones in grote binnensteden in 2025?